9 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigGerechtshof 's-Hertogenbosch · Eerste aanleg - enkelvoudig · Belastingrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|10 maart 1998|ECLI:NL:GHSHE:1998:AB0826
Inspecteur zulks stelt moet de aanwezigheid daarvan eerst worden onderzocht. Artikel 16, lid 2, AWR maakt het bovendien mogelijk ten onrechte verrekende dividendbelasting in alle gevallen na te vorderen. Daaronder heeft … berustte op een bewuste standpuntbepaling. De Inspecteur beroept zich daar tegenover op artikel 16, lid 2 AWR . In dat verband doet belanghebbende een beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|8 juli 1998|ECLI:NL:HR:1998:AA2337Aangehaald in 29 uitspraken
deze zaak niet aan de orde. Ook is de uit artikel 29, lid 2, AWR voortvloeiende omkering en verzwaring van de bewijslast, anders dan het middel nog betoogt, geen strafsanctie
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|26 augustus 1998|ECLI:NL:HR:1998:AA2529Aangehaald in 7 uitspraken
leveren, belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan als bedoeld in artikel 29, lid 2, AWR. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan, als verweven met waarderingen
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|16 december 1998|ECLI:NL:HR:1998:AA2576Aangehaald in 22 uitspraken
verstaan 'belastingen welke van rijkswege door de rijksbelastingdienst worden geheven' (art. 1, leden 1 en 2, AWR). Daarbij zag de eerste zinsnede van art. 3 AWR op toenmalige relatieve competentie-regelingen
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|22 april 1998|ECLI:NL:HR:1998:AA2419
anderzijds nog in 1991 op grond van art. 21, lid 2, AWR, oorspronkelijke tekst, van de verhoging (boete) een bedrag van ƒ 39.240,- terugbetaald. G. . De inspecteur van de Belastingdienst/Ondernemingen P (hierna
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|1 juli 1998|ECLI:NL:HR:1998:AA2329
onrechte of tot een te hoog bedrag (...) teruggaaf van belasting is verleend.” Art. 20, lid 2 AWR luidt: “De naheffing geschiedt bij wege van naheffingsaanslag, die wordt opgelegd aan degene
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|1 juli 1998|ECLI:NL:PHR:1998:AA2329
onrechte of tot een te hoog bedrag (...) teruggaaf van belasting is verleend.” Art. 20, lid 2 AWR luidt: “De naheffing geschiedt bij wege van naheffingsaanslag, die wordt opgelegd aan degene
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|16 december 1998|ECLI:NL:PHR:1998:AA2576
verstaan 'belastingen welke van rijkswege door de rijksbelastingdienst worden geheven' (art. 1, leden 1 en 2, AWR). Daarbij zag de eerste zinsnede van art. 3 AWR op toenmalige relatieve competentie-regelingen
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|22 april 1998|ECLI:NL:PHR:1998:AA2419
anderzijds nog in 1991 op grond van art. 21, lid 2, AWR, oorspronkelijke tekst, van de verhoging (boete) een bedrag van ƒ 39.240,- terugbetaald. G. . De inspecteur van de Belastingdienst/Ondernemingen P (hierna
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.