Zoekresultaten

Voor “"2 AWR"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

10 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • BelastingrechtEerste aanleg - meervoudig
    Aan belanghebbende is voor het onderhavige jaar (1993) geen aangiftebiljet inkomstenbelasting/premie…

    Gerechtshof Amsterdam13 oktober 1999ECLI:NL:GHAMS:1999:AA7947

    evenwel niet tot het oordeel dat de bewijstlast omkeert in de zin van art.29 lid 2 AWR; zie BNB 1979/170. Inspecteur heeft netto winst geschat. Schatting is onderbouwd. Hof: redelijke en niet … jaren 1994 en 1995 oordeelt het Hof dat de bewijslast wel omkeert o.g.v. art.29, lid 2, AWR. 97/21827 GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Derde Meervoudige Belastingkamer UITSPRAAK op het beroep

  • BelastingrechtEerste aanleg - meervoudig
    Het niet aangeven van als souteneur genoten inkomsten leidt tot toepassing van art. 29,2 AWR . Geen…

    Gerechtshof Amsterdam3 december 1999ECLI:NL:GHAMS:1999:AA7823

    niet aangeven van als souteneur genoten inkomsten leidt tot toepassing van art. 29,2 AWR . Geen onredelijke of willekeurige schatting van de op de verklaringen van de prostituees gebaseerde inkomsten verminderd

  • Belastingrecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht

    Parket bij de Hoge Raad6 oktober 1999ECLI:NL:PHR:1999:AA2912

    volzin van art. 16, lid 1 AWR beoogt dat te verduidelijken. 3.2. Art. 16, lid 2 AWR laat die beperking voor een aantal concreet aangegeven situaties vervallen. Het lid vangt daartoe … rechtszekerheid van de belastingplichtigen stellig niet in betreurenswaardige mate aangetast. (...)" 4.3. Art. 16, lid 2 AWR, luidde oorspronkelijk: "Navordering kan mede plaats vinden in alle gevallen waarin te weinig belasting is geheven

  • Belastingrecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht

    Parket bij de Hoge Raad15 december 1999ECLI:NL:PHR:1999:AA4066

    zijn geheel vernietigen. 3.5. Derhalve faalt dit middel. 4. Heffingsrente 4.1.Volgens art. 30a, lid 2 AWR, tekst 1995, kan met betrekking tot de omzetbelasting in drie gevallen heffingsrente worden berekend: -1. indien … belastingplichtige een bedrag aan heffingsrente wordt vergoed. 4.2. De regeling van art. 30a, lid 2 AWR is limitatief geformuleerd: Heffingsrente kan slechts in rekening worden gebracht of vergoed als zich

  • BelastingrechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht

    Hoge Raad10 maart 1999ECLI:NL:HR:1999:AA2713Aangehaald in 40 uitspraken

    heeft in onderdeel 5.6 geoordeeld dat ook indien het bepaalde in artikel 29, lid 2, AWR te dezen toepassing zou missen, het gelet op de zich hier voordoende feiten en omstandigheden

  • Belastingrecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht

    Parket bij de Hoge Raad17 maart 1999ECLI:NL:PHR:1999:AA2706

    inspecteur niet van zijn verplich ting om uitspraak te doen." 5.5. Terwijl art. 25, lid 2, AWR uitdrukkelijk slechts een afwijking inhoudt van de eerste volzin … geen verschil tussen art. 25, lid 2 AWR en art. 108, lid 5 AWD; het verschil in redactie is kennelijk een omissie.<(15) In andere zin: de Staatssecretaris in zijn

  • BelastingrechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht

    Hoge Raad22 december 1999ECLI:NL:HR:1999:AA3940

    Nr. 34232 22 december 1999 gewezen op het beroep van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 24 februari 1998 betreffende na te noemen haar opgelegde naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen. 1. Naheffingsaanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is over het…

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad12 november 1999ECLI:NL:PHR:1999:AA3370

    Eiseres] valt niet onder dit begrip en ook niet onder het in art. 23, lid 2, AWR omschreven begrip derde-belanghebbende omdat [eiseres]' inkomens- of vermogensbestanddelen niet het voorwerp van belastingen zijn

  • Belastingrecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht

    Parket bij de Hoge Raad24 augustus 1999ECLI:NL:PHR:1999:AA2840

    Nr. 33.627 Mr Van Soest Derde Kamer A Conclusie inzake: Heffingsrente inz. Vpb. 1990 A q. q. Parket, 29 januari 1999 tegen de staatssecretaris van Financiën Edelhoogachtbaar College, 1. Beschrijving van de zaak. 1.1. Het beroep in cassatie is gericht tegen de schriftelijke uitspraak van het gerechtshof te Amsterdam…

  • Belastingrecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht

    Parket bij de Hoge Raad22 december 1999ECLI:NL:PHR:1999:AA3940

    Nr. 34.232 Mr. Ilsink Derde Kamer B Conclusie inzake: Loonheffing 1 januari 1994 tot en met 31 december 1995 X tegen Parket, 28 juli 1999 de Staatssecretaris van Financiën Edelhoogachtbaar College, 1. Inleiding 1.1. X1 (hierna: belanghebbende) exploiteert een confectie-atelier. Aan belanghebbende is een…

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.