11 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigProcesrecht. Nietigheid appeldagvaarding. Benadeling in zijn verdediging in zin van art. 94 Rv. Vertraging…
Parket bij de Hoge Raad|25 februari 1994|ECLI:NL:PHR:1994:37
beschouwingen niet verder behoef uit te weiden. Die erkenning blijkt ook uit art. 93 lid 2 Rv welke bepaling, zoals nader verstaan door HR 9 juni … meeste leidt tot het uitspreken van de nietigheid op grond van art. 93 lid 2 Rv. De wet stelt dus geen absolute, onherstelbare nietigheid op een verkeerde betekening. Dat de dagvaarding
- GoederenrechtCassatieGoederenrecht. Stille verpanding vorderingen op naam (art. 3:239 lid 1 BW). Omschrijving van de vorderingen…
Hoge Raad|14 oktober 1994|ECLI:NL:HR:1994:ZC1488Aangehaald in 34 uitspraken
Rechtbank heeft de Bank, nadat partijen op de voet van art. 398, aanhef en sub 2° Rv. schriftelijk waren overeengekomen het hoger beroep over te slaan, beroep in cassatie ingesteld, waarna
- Civiel recht overigExceptie van onbevoegdheid wegens arbitraal beding. Inroepen daarvan bij conclusie van antwoord doch na…
Parket bij de Hoge Raad|18 maart 1994|ECLI:NL:PHR:1994:28
heeft betrekking op het met art. 1022 Rv vergelijkbare art. 154 lid 2 Rv. Het arrest dwingt niet tot een andere beslissing. De exceptie van onbevoegdheid was in dat geval … term ‘’voor alle weren’’ in verschillende wetsbepalingen voorkomt. Ik noem behalve art. 154 lid 2 Rv (gewone competentie) met name art. 141 lid 3 Rv (exceptie van beraad erfgenamen), art. 152 Rv
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|25 november 1994|ECLI:NL:HR:1994:ZC1554Aangehaald in 10 uitspraken
grondslag gelegde feiten, tenzij het Koninkrijk zich daartegen op de voet van art. 134 lid 2 Rv. had verzet en de rechter dat verzet gegrond had geoordeeld. Hiervan blijkt echter niet
- Civiel recht overigVerhaal ABW. Overschrijding beroepstermijn in verband met verblijf in het buitenland; omstandigheden voor…
Parket bij de Hoge Raad|8 april 1994|ECLI:NL:PHR:1994:53
volgt uit art. 426 leden 1 en 2 Rv jo art. 66 lid 1 (oud) ABW . 2.3. Nu het cassatierekest op 8 september 1993 ter griffie van de Hoge Raad is ingekomen … schept veel onzekerheid. Het komt dicht in de buurt van de regeling die art.429n lid 2 Rv kent voor de aanvang van de appeltermijn voor in eerste aanleg niet verschenen belanghebbenden, welke
- Civiel recht overigFaillissementsrecht. Ten onrechte geen schorsing geding in hoger beroep na faillietverklaring; gevolgen voor…
Parket bij de Hoge Raad|27 mei 1994|ECLI:NL:PHR:1994:22
zonder enig gevolg voor de boedel zijn. Algemeen wordt verwezen naar art. 256 lid 2 Rv, dat dit bepaalt ten aanzien van de van rechtswege schorsing van het geding in geval … behoort evenwel niet tot de in cassatie kenbare stukken van het geding (art. 419 lid 2 Rv), zodat onderdeel 1 feitelijke grondslag ontbeert voorzover het betoogt (vanaf ‘’temeer
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|14 oktober 1994|ECLI:NL:PHR:1994:50
hebben verzet en Rechtbank of Hof dit verzet op de voet van art. 134 lid 2 Rv. gegrond zou hebben geoordeeld. Van een zodanig verzet door het Koninkrijk blijkt niet
- Intellectueel-eigendomsrechtAuteursrecht; art. 10 (oud) Auteurswet; art. 1 Eenvormige Beneluxwet op de merken; Vorm; Originaliteit en…
Parket bij de Hoge Raad|9 december 1994|ECLI:NL:PHR:1994:15
notitie. Al aangenomen dat onderdeel 6 voldoet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. , is het onderdeel tevergeefs voorgesteld. Het citaat heeft betrekking op een door de rechtbank in eerste
- Civiel recht overigTaxusstruik. Onrechtmatige daad. Aansprakelijkheid voor vergiftiging door losliggende struik. Een inbreuk op…
Parket bij de Hoge Raad|4 maart 1994|ECLI:NL:PHR:1994:41
paarden fataal kan zijn. Hier moeten we niet denken aan de in art. 176 lid 2 Rv. genoemde feiten en omstandigheden van algemene bekendheid, want algemeen aanvaard is dat het daar mede
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 december 1994|ECLI:NL:PHR:1994:59
aangegeven dat het arrest van het Hof Arnhem voor de toepassing van art. 401a lid 2 Rv. niet geldt als een interlocutoire uitspraak waartegen hetzij aanstonds hetzij tezijnertijd tegelijk met het cassatieberoep
- Civiel recht overigBelediging (art. 1408 (oud) BW). Vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM). Persvrijheid; recht op eer en…
Parket bij de Hoge Raad|18 november 1994|ECLI:NL:PHR:1994:26
Belediging (art. 1408 (oud) BW). Vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM). Persvrijheid; recht op eer en goede naam; belangenafweging. ‘Repliek’ in cassatie; geen beknopte reactie op schriftelijke toelichting van wederpartij; hoor en wederhoor.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.