Zoekresultaten

Voor “"2 Sr"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

33 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad28 mei 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE1182

    heeft dus eerder als voorbeeld kunnen dienen voor het huidige art. 36e lid 2 Sr. Artikel 1 onder c WED ging verder dan art. 36e (oud) Sr. Toch zijn er enige interessante … voldoende aanwijzingen bestaan dat deze feiten door de betrokkene zijn begaan (art. 36e lid 2 Sr). Het derde lid van het nieuwe art. 36e Sr gaat zelfs nog verder: indien betrokkene

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad8 oktober 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE5651

    omstandigheid waaraan in dit verband geen zelfstandige betekenis dient te worden toegekend. 7.4. Ingevolge art. 2 Sr is de Nederlandse strafwet toepasselijk op ieder die zich in Nederland aan enig strafbaar feit … deel uitmakende gedragingen die buiten Nederland hebben plaatsgevonden.(6) Het hof heeft dus klaarblijkelijk art. 2 Sr relevant geacht en niet art. 5 lid 1 onder 2 Sr. Deze - impliciete - beslissing

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad21 mei 2002ECLI:NL:HR:2002:AD9557

    middel wordt primair aangevoerd dat art. 5, eerste lid aanhef en onder 2°, Sr, inhoudend dat de Nederlandse strafwet toepasselijk is op de Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt … heeft terecht geoordeeld dat voor de toepassing van art. 5, eerste lid onder 2°, Sr, ofschoon het feit niet op het grondgebied van het vreemde land is begaan maar in volle

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    Rechtbank 's-Hertogenbosch · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig

    Rechtbank 's-Hertogenbosch25 juni 2002ECLI:NL:RBSHE:2002:AE4707

    verricht, is gepleegd in een verband als bedoeld in artikel 47, lid 1, onder 2 Sr. Dat brengt mee dat de rechtbank in de eerste plaats als meest verstrekkend moet onderzoeken … verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] een verband als bedoeld in artikel 47, lid 1, onder 2 Sr. heeft bestaan. Daarbij is van belang de verklaring van verdachte dat 'naar aanleiding

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad12 maart 2002ECLI:NL:HR:2002:AD5499

    vervallen. Subsidiair kom ik tot hetzelfde resultaat langs de weg van artikel 1, lid 2 Sr, waarin bepaald wordt dat bij wijziging van wetgeving de voor verdachte gunstigste bepaling geldt. Hier … sprake van een wetswijziging in de zin van artikel 1, lid 2, Sr. Met betrekking tot de klachttermijn moet dus het oude recht worden toegepast (zijnde de voor verdachte gunstigste bepaling

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    Rechtbank 's-Hertogenbosch · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig

    Rechtbank 's-Hertogenbosch25 juni 2002ECLI:NL:RBSHE:2002:AE4710

    verricht, is gepleegd in een verband als bedoeld in artikel 47, lid 1, onder 2 Sr. Dat brengt mee dat de rechtbank in de eerste plaats als meest verstrekkend moet onderzoeken … medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] een verband als bedoeld in artikel 47, lid 1, onder 2 Sr. heeft bestaan. Daarbij is van belang de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] dat 'naar aanleiding

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad28 mei 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE1194

    slot wil ik een vergelijking trekken met art. 51 lid 2 onder 2 Sr, waar ook sprake is van "leiding geven". Die vergelijking moet met een zekere omzichtigheid geschieden, omdat het karakter … handelen en is daarom geen verandering van wetgeving in de zin van art. 1 lid 2 Sr. Het hof heeft dus de oude versie van art. 140 lid 3 Sr kunnen toepassen

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad15 januari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD6252

    Douanewet oplevert. 11. Ingevolge het bepaalde in artikel 5, aanhef en eerste lid, onder 2, Sr is de Nederlandse strafwet van toepassing op de Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt … Duitsland straf is gesteld in de zin van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder 2, Sr. 16. Ook overigens heb ik geen gronden aangetroffen waarop Uw Raad ambtshalve de aangevallen beslissing

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    Rechtbank 's-Hertogenbosch · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig

    Rechtbank 's-Hertogenbosch25 juni 2002ECLI:NL:RBSHE:2002:AE4711

    verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] een verband als bedoeld in artikel 47, lid 1, onder 2 Sr. heeft bestaan. Daarbij is van belang de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] dat verdachte … 2] sprake is geweest van medeplegen in de zin van artikel 47, lid 1, onder 2 Sr. en daarmee ook van 'in vereniging' in de zin van artikel 141 Sr. Maar

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad22 januari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD6244

    misdrijf van art. 225 lid 1 Sr en/of het eerste misdrijf van art. 225 lid 2 Sr en/of het tweede misdrijf van art. 225 lid 2 Sr. 4.3. De culpavariant heeft alleen

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad12 maart 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD5499

    vervallen. Subsidiair kom ik tot het zelfde resultaat langs de weg van artikel 1, lid 2, Sr., waarin bepaald wordt dat bij wijziging van wetgeving de voor de verdachte gunstigste bepaling geldt … Hier is sprake van een wetswijziging in de zin van artikel 1, lid 2, Sr. Met betrekking tot de klachttermijn moet dus het oude recht worden toegepast (zijnde de voor verdachte gunstigste

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad25 juni 2002ECLI:NL:HR:2002:AE2746

    A.W.R. geen terugwerkende kracht zou hebben, hetgeen n.m.m. niet kan omdat art. 1 lid 2 Sr. een wetswijziging uitdrukkelijk in het voordeel van de verdachte laat uitpakken, kan het toch nooit

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    Rechtbank Middelburg · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig

    Rechtbank Middelburg30 januari 2002ECLI:NL:RBMID:2002:AD8770

    opgelopen letsel op de voet van het in artikel 141 lid 2 onder 1° of 2° Sr aan verdachte worden toegerekend. Van die strafverzwarende omstandigheid dient verdachte daarom te worden vrijgesproken … slotsom is dat het primair tenlastegelegde, behoudens de strafverzwarende omstandigheid van artikel 141 lid 2 Sr bewezen wordt geacht. Bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    Rechtbank Amsterdam · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig

    Rechtbank Amsterdam27 juni 2002ECLI:NL:RBAMS:2002:AE4700

    misdrijf telastegelegd ten aanzien waarvan overeenkomstig het bepaalde in artikel 70 aanhef en onder 2 Sr het recht tot strafvordering vervalt na zes jaar. Als eerste daad van vervolging die de verjaring … strafbaarheid van de verweten gedragingen in die laatstgenoemde landen. Vooropgesteld moet worden dat ingevolge artikel 2 Sr de Nederlandse strafwet toepasselijk is op ieder die zich in Nederland aan enig strafbaar feit

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad5 november 2002ECLI:NL:HR:2002:AE8821

    beledigende uitlating is vervat als bedoeld in art. 137e, eerste lid aanhef en onder 2°, Sr. Dat oordeel is juist. Het oordeel van de Rechtbank, dat ten deze sprake

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad1 oktober 2002ECLI:NL:HR:2002:AE5209

    verdachte nu met de gevolgen van die procedure wordt geconfronteerd. Ingevolge artikel 76 lid 2 Sr zal de levenslange gevangenisstraf niet verjaren en deze kan dus ten uitvoer worden gelegd

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad26 februari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD8722

    kunnen gelden als plaats waar het strafbare feit is begaan, is op grond van art. 2 Sr immers vervolging van dat strafbare feit in Nederland mogelijk, ook ten aanzien van de daarvan

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad14 mei 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE1321

    volkomen correct. De Hoge Raad zal evenmin op de voet van art. 1 lid 2 Sr de nieuwe wet kunnen toepassen omdat de wetgever een overgangsregeling heeft getroffen die als volgt luidt

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad3 december 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE8908

    Sr voorwaardelijk opzet begrepen. Ten aanzien van art. 237, aanhef en sub 2', Sr (bigamie) acht de Hoge Raad eveneens op grond van de wetsgeschiedenis onder "weten" voorwaardelijk opzet - hier gericht

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad11 juni 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE2033

    degene die is opgenomen in een instelling genoemd in art. 249 lid 2 onder 2 Sr. Zie HR 14 september 1999, nr. 110.937. Voor art. 249 lid 3 Sr

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.