5 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigPrejudiciële beslissingPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). Komt tijdens surseance vervallen rente die in de surseance buiten…
Hoge Raad|24 november 2017|ECLI:NL:HR:2017:2991
moet blijven (art. 260 Fw), in aanmerking voor verificatie in opvolgend faillissement? Betekenis van art. 249 Fw. 24 november 2017 Eerste Kamer 17/01480 LZ/TT Hoge Raad der Nederlanden Prejudiciële beslissing … vordering op de grond dat uit art. 260 lid 1 Fw in verbinding met art. 249 Fw volgt dat de in het faillissement ingediende rentevordering van CS wordt gefixeerd op de datum
- Civiel recht overigPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). Komt tijdens surseance vervallen rente die in de surseance buiten…
Parket bij de Hoge Raad|22 september 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1014
moet blijven (art. 260 Fw), in aanmerking voor verificatie in opvolgend faillissement? Betekenis van art. 249 Fw. Zaaknr: 17/01480 mr. L. Timmerman Zitting: 22 september 2017 Conclusie inzake: Credit Suisse Brazil (Bahamas … datum waarop (voorlopig) surseance van betaling wordt verleend. Volgens hem volgt uit artikel 249 Fw, dat ertoe strekt dat surseance van betaling en faillissement als een geheel worden behandeld
- InsolventierechtPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Invloed faillissement op wederkerige overeenkomsten…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1593
Fw. Moment van verificatie, art. 108 lid 1 Fw. Surseance gevolgd door faillissement, art. 249 Fw. Zaaknr: 17/01478 mr. L. Timmerman Zitting: 13 oktober 2017 Conclusie inzake: Credit Suisse Brazil (Bahamas) Limited … geldende, volgens hem onder meer in artikel 228 Faillissementswet (Fw) neergelegde – fixatiebeginsel en op artikel 249 Fw. CS betoogt het tegenovergestelde. Zij meent dat het fixatiebeginsel in de door de curator bedoelde
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigPrejudiciële vraag voor HR: Komt een vordering ter zake van rente vervallen in de periode vanaf datum van…
Rechtbank Amsterdam|22 maart 2017|ECLI:NL:RBAMS:2017:2006
datum waarop (voorlopig) surseance van betaling wordt verleend. Volgens hem volgt uit artikel 249 Fw, dat ertoe strekt dat surseance van betaling en faillissement als een geheel worden behandeld … eventuele stemming, tijdens de (voorlopige) surseance van betaling, over een aangeboden akkoord. In artikel 249 Fw wordt niet verwezen naar artikel 128 Fw en ook voor het overige neemt die bepaling niet
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigVervolg op Rb. Amsterdam 28 december 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:9633. Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Rechtbank Amsterdam|22 maart 2017|ECLI:NL:RBAMS:2017:1971
prejudiciële beslissing de volgende rechtsvragen: ( I) dienen, mede gelet op het fixatiebeginsel en artikel 249 Fw, vorderingen die zijn ontstaan op of na de dag waarop aan de schuldenaar surseance van betaling
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.