8 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|13 september 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4357
verplichtingen van de houder van de intellectuele eigendomsrechten en van de verweerder" Het nieuwe art. 260 Rv, dat strekt ter implementatie van art. 50 lid 6 TRIPs(10), zwijgt over de vraag … onderhavige geval niet (rechtstreeks) toepasselijk is. 11 Losbl. Rv (Numann), aant. 3 bij art. 260 Rv. 12 Kort gezegd: (i) uit het afschrift van het vonnis dat ingevolge art. 260
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Breda · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Breda|24 april 2002|ECLI:NL:RBBRE:2002:AE1864
ander door eiseres aan te wijzen (rechts)persoon; 9. de termijn als bedoeld in art. 260 Rv. jo. art. 50 lid 6 Trips Verdrag voor het instellen van de eis in hoofdzaak
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Arnhem · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Arnhem|18 december 2002|ECLI:NL:RBARN:2002:AF3265
voorschot op de geleden schadevergoeding; VIII) de termijn waarbinnen Littlestar op grond van artikel 260 Rv. de eis in hoofdzaak moet instellen, te stellen op 6 maanden; een en ander … echter met een maximum van € 200.000,--, 5. bepaalt de termijn in de zin van artikel 260 Rv. op zes maanden na datum van dit vonnis, 6. veroordeelt Wigt in de kosten
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Groningen · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Groningen|6 juni 2002|ECLI:NL:RBGRO:2002:AE3821
ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure verwezen. Met toepassing van artikel 260 Rv bepaalt de voorzieningenrechter de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak op één
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingGerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep kort geding · Civiel recht overig
Gerechtshof Leeuwarden|7 augustus 2002|ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6634
aldus dat elk van partijen de eigen kosten draagt; stelt op de voet van artikel 260 Rv de termijn waarbinnen geïntimeerden een bodemprocedure zullen moeten aanhangig maken, vast op één jaar
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Haarlem · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Haarlem|29 augustus 2002|ECLI:NL:RBHAA:2002:AE7142
bepalen; d. eiseres op basis van artikel 50 lid 6 van het TRIPS-verdrag jo. 260 Rv een termijn zal vergunnen van twaalf maanden waarbinnen een bodemprocedure aanhangig dient te worden gemaakt
- Civiel recht overigKort gedingGebruik van een automerk als domeinnaam door een ander dan de merkhouder.
Rechtbank Breda|25 september 2002|ECLI:NL:RBBRE:2002:AO3531
voet van artikel 3:300 BW; 6. de termijn als bedoeld in artikel 260 Rv te bepalen op zes maanden na de datum van dit vonnis; 7. ieder van gedaagden te veroordelen
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank 's-Gravenhage · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank 's-Gravenhage|18 oktober 2002|ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1101
zijn toewijsbaar als hierna te vermelden. Verdere overwegingen 4.14. De termijn als bedoeld in artikel 260 Rv. zal worden gesteld op drie maanden. in reconventie 4.15. In reconventie wordt als volgt overwogen
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.