9 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Arnhem · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Arnhem|18 februari 2003|ECLI:NL:GHARN:2003:AF5275
uitlaten over de op 24 september 2002 door Autotarieven c.s. op de voet van artikel 260 Rv. ter griffie van het hof ingediende verklaring als bedoeld in het eerste … voor gekozen dat de voorlopige voorziening ook in dat geval haar werking verliest. Artikel 260 Rv. biedt de appèlrechter niet de ruimte om, indien partijen hem dat tijdens de procedure in hoger
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep kort geding · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|22 april 2003|ECLI:NL:GHSHE:2003:AF9358
nevenvorderingen; V. dwangsom; VI. voorschot schadevergoeding; VII. buitengerechtelijke kosten; VIII. termijn krachtens artikel 260 Rv. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen afgewezen. de bevoegdheid van de voorzieningenrechter en het hof 4.2. Gelet … zullen dan ook worden afgewezen. het gevorderde sub VIII 4.15. Deze vordering is krachtens artikel 260 Rv toewijsbaar. de slotsom 4.16. De slotsom is dat de vorderingen van Jaguar deels toewijsbaar zijn
- Civiel recht overigHoger beroepNaar het voorlopig oordeel van het hof vormt het woord SNS in het door SNS Group gebruikte teken SNS Group…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|14 oktober 2003|ECLI:NL:GHSHE:2003:BA7279
veroordelen in de kosten van de procedure; V. een termijn op basis van artikel 260 Rv te vergunnen van zes maanden. 2.2. SNS Group is niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend … toegewezen, is ook de vordering III voor toewijzing vatbaar. 4.7. De gevorderde termijn krachtens artikel 260 Rv is ten aanzien van de op de BMW gebaseerde vordering I toewijsbaar. 4.8. Hetgeen
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep kort geding · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|13 mei 2003|ECLI:NL:GHSHE:2003:AF9131
Shoecompany en UFA zich in hetzelfde marktsegment bewegen. 4.8.4. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 260 Rv zal het hof een redelijke termijn bepalen waarbinnen [appellant … bepaalt de redelijke termijn waarbinnen [appellant 1] en UFA krachtens het bepaalde in artikel 260 Rv een eis in de hoofdzaak moeten hebben ingesteld op zes maanden na betekening van dit arrest
- Civiel recht overigKort gedingStilzwijgend gebruik van een merk: op bestelling met het woordmerk soortgelijke waar van een andere herkomst…
Rechtbank 's-Hertogenbosch|18 juni 2003|ECLI:NL:RBSHE:2003:AH8596
vermelden inhoud worden verbonden. 4.20. De rechter zal ambtshalve een termijn als bedoeld in artikel 260 Rv vaststellen. 4.21. Tot slot zal Blue Parrot als de in het ongelijk gestelde partij … waarvan € 1.000,00 salaris procureur en € 286,16 verschotten; h. bepaalt de in artikel 260 Rv. bedoelde termijn op drie maanden na betekening van dit vonnis aan Blue Parrot; i. verklaart
- Civiel recht overigKort gedingVraag of model- en auteursrechten op bepaalde stoelen rust.
Rechtbank Arnhem|23 december 2003|ECLI:NL:RBARN:2003:AO2176
Ankers c.s. niet naleven. 10. De termijn als bedoeld in art. 260 Rv. alsmede art. 50 lid 6 TRIPS waarbinnen een bodemprocedure aanhangig moet worden gemaakt, te bepalen op zes maanden
- Civiel recht overigKort gedingDe door Hans Anders gevorderde rectificatie van een reclamecampagne van Specsavers wordt toegewezen.
Rechtbank Amsterdam|16 oktober 2003|ECLI:NL:RBAMS:2003:AM0361
inbreuk op de merkrechten van Hans Anders, vordert zij de termijn ex artikel 260 Rv te stellen op zes maanden. 3. Hans Anders heeft daartoe het volgende -samengevat- gesteld. De reclame-uitingen
- Civiel recht overigKort gedingbevoegdheid van de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen indien partijen arbitrage…
Rechtbank Breda|3 december 2003|ECLI:NL:RBBRE:2003:AN9894
inwinnen van juridisch advies, begroot op € 5.000,-; 11. de in artikel 50 TRIPS en artikel 260 Rv bedoelde termijn waarbinnen een bodemprocedure dient te worden ingesteld te bepalen op drie maanden
- Civiel recht overigKort gedingStarGames organiseert zonder vergunning een eigen kansspel en bevordert via colportage de deelname aan…
Rechtbank Utrecht|18 september 2003|ECLI:NL:RBUTR:2003:AK4749
redelijke termijn voor het instellen van de eis in hoofdzaak, als bedoeld in artikel 260 Rv., wordt bepaald een termijn van 6 maanden vanaf de betekening van het in deze te wijzen
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.