7 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigJagen op eenden, art. 9 Jachtwet. 1. Bevat tll. behoorlijke feitelijke omschrijving van hetgeen verdachte…
Parket bij de Hoge Raad|28 maart 2000|ECLI:NL:PHR:2000:ZD1705
behoorlijke feitelijke omschrijving bevat van hetgeen verzoeker wordt verweten zodat zij wegens strijd met art 261 Sv nietig verklaard zou moeten worden. 6. Terzijde merk ik op dat bij de presentatie … soorten van eenden worden gerekend. 8. Aangezien op de inleidende dagvaarding in deze zaak art. 261 Sv van toepassing is zoals die bepaling ingevolge de op 2 november 1996 in werking getreden
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|11 juli 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA6456Aangehaald in 68 uitspraken
welk toezicht de verdachte niet heeft uitgeoefend, de feitelijke opgave niet voldoet aan art. 261 Sv. Deze opvatting is onjuist. 4.6. Naast een vermelding van tijd, plaats en de desbetreffende vlucht, houdt
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|11 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5442
moeten luiden: schending van het recht die gelegen is in een verkeerde opvatting omtrent art. 261 Sv in verband met art. 140 Sr, danwel vormverzuim in verband met het motiveringsvereiste … Hiermee zou niet goed verenigbaar zijn dat aan de tenlastelegging op de voet van art. 261 Sv de eis wordt gesteld dat nader wordt omschreven waarin de deelneming heeft bestaan. 11. Hierbij
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|9 mei 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA5731
nietig had moeten worden verklaard. De tenlastelegging voldoet immers niet aan de eisen van art. 261 Sv, aangezien onder het begrip aanranding in de zin van art. 140 van het Wetboek
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|5 december 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA8827
overeenstemming gebracht met de eisen van het eerste en het tweede lid van art. 261 Sv. De gewijzigde tenlastelegging bevat: (a) onder 1 een aantal juridische varianten van de wijze waarop
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 mei 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5731
geval” die onder 3. niet voldoet aan de eisen van art. 261 Sv. Nu onder het begrip “aanranding” - naar ik begrijp in de zin van art. 140 WMS; A.M. - enige vorm
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 mei 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5732
Sv te beantwoorden bewijsvraag waar ter plaatse het tenlastegelegde feit is begaan (art. 261 Sv) is echter een andere. Het hof is er kennelijk van overtuigd geraakt dat de mogelijkheid
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.