8 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- InsolventierechtHoger beroepInstandhouding zwart-geldcircuit (en dus onvoldoende boekhouding) is onvoldoende grond voor afwijzing.
Gerechtshof Arnhem|25 maart 1999|ECLI:NL:GHARN:1999:AE9577
onbetaald laten van schulden niet te goeder trouw is geweest in de in artikel 288 Fw bedoelde zin. In dat verband is vermeldenswaard dat mr Van de Loo ter zitting heeft verklaard … zijn derden-rekening is gedeponeerd. Evenmin is gebleken dat één van de overige in artikel 288 Fw limitatief opgesomde afwijzingsgronden zich hier voordoet. Nu redelijkerwijs te voorzien is dat X. niet
- InsolventierechtEerste aanleg - meervoudigHouding verzoeker tijdens, voor 1 december 1998, beëindigd faillissement vormt mede grond voor afwijzing…
Rechtbank Utrecht|26 oktober 1999|ECLI:NL:RBUTR:1999:AF0495
zitting van 26 oktober 1999. Verzoeker is verschenen, vergezeld van zijn echtgenote. In artikel 288 Fw. is in lid 1 sub b bepaald dat een het verzoek dient te worden afgewezen indien
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigOnder meer verweer 'onvoldoende voorbereidingstijd voor definitieve toepassing' verworpen
Rechtbank 's-Gravenhage|26 mei 1999|ECLI:NL:RBSGR:1999:AF0174
uitgaan dat op het verzoek op deze dag zou moeten worden beslist. 2. Ingevolge artikel 288 Fw moet een verzoek tot het uitspreken van de (definitieve) toepassing van de schuldsaneringsregeling worden afgewezen
- InsolventierechtHoger beroepAfgifte van de verklaring had in redelijkheid niet mogen worden geweigerd. Hof kan niet alsnog een termijn…
Gerechtshof Leeuwarden|27 januari 1999|ECLI:NL:GHLEE:1999:AE9972
schulden. Nu verder niet is gebleken of aannemelijk geworden dat één van de in art. 288 Fw limitatief opgesomde afwijzingsgronden zich hier voordoet, zal het hof de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitspreken
- InsolventierechtHoger beroepPluraliteit van schuldeisers niet relevant bij beantwoording van de vraag of niet kan worden voortgegaan met…
Gerechtshof Leeuwarden|10 november 1999|ECLI:NL:GHLEE:1999:AE9985
schuldsaneringsregeling aanwezig zijn. Nu voorts niet is gebleken dat één van de in art. 288 Fw limitatief opgesomde afwijzingsgronden zich hier voordoen, zal het hof de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitspreken
- InsolventierechtHoger beroepBijstandsfraude geen afwijzingsgrond in verband met omstandigheden van het geval.
Gerechtshof 's-Gravenhage|14 december 1999|ECLI:NL:GHSGR:1999:AE9929
blijven. Het hof leidt uit enerzijds de bewoordingen van het tweede lid van artikel 288 Fw en uit de bedoeling van de wetgever bij de totstandkoming van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen
- InsolventierechtKort gedingSchorsing tenuitvoerlegging vervangende hechtenis tijdens schuldsanering.
Rechtbank 's-Gravenhage|15 oktober 1999|ECLI:NL:RBSGR:1999:AF0180
zogenaamde "schone lei" die beoogd is met de schuldsanering voor particulieren. 3.2. Volgens artikel 288 Fw bepaalt de rechtbank in welke gevallen een verzoek om toepassing van de schuldsanering zal worden
- InsolventierechtEerste aanleg - meervoudigRechtbank 's-Gravenhage · Eerste aanleg - meervoudig · Insolventierecht
Rechtbank 's-Gravenhage|8 juni 1999|ECLI:NL:RBSGR:1999:AF0177
aangeboden accoord alsnog in het kader van die regeling kan worden aangenomen. 2.3 Ingevolge artikel 288 Fw moet een verzoek tot opheffing van een faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.