5 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|29 juni 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB2549
hier aan de orde zijnde rechtsvraag het navolgende te overwegen. Op grond van art. 289 Rv. is de president van de rechtbank bevoegd tot het treffen van een onmiddellijke voorziening bij voorraad … niet gehuwde ouders over een minderjarige, bij wege van voorlopige voorziening als bedoeld in art. 289 Rv. de betrokken minderjarige aan een der ouders mag toevertrouwen. Nu de wet voor het verkrijgen
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|9 februari 2001|ECLI:NL:HR:2001:AA9896
Schothorst is uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist. Daarmee is ingevolge art. 289 Rv. de bevoegdheid van de president in kort geding gegeven, ook indien in de bodemprocedure door
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|29 juni 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2549
uitgesloten(3). Dit brengt mee, zo wordt vervolgd, dat wanneer zich de vereisten van art. 289 Rv. voordoen de president in kort geding bevoegd is ter zake een voorlopige voorziening te treffen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 februari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9896
stellingen van Schothorst uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is. Ingevolge art. 289 Rv is daarmee de bevoegdheid van de president in kort geding gegeven, ook indien
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|29 juni 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2391
inbreukmaker in kort geding aangesproken, dan kan hij - in het kader van de door art. 289 Rv vereiste afweging van belangen - dit bedrijfseconomische belang in de weegschaal leg-gen. Naarmate dit belang
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.