Zoekresultaten

Voor “"3:11 BW"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

4 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Insolventierecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht

    Parket bij de Hoge Raad1 februari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD7379

    totstandkoming van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen niet om de goede trouw bedoeld in art. 3:11 BW of de redelijkheid en billijkheid als bedoeld

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad4 oktober 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE4557

    door deze gepleegde fraude, te goeder trouw was in de zin van art. 3:11 BW. In essentie strekt onderdeel 2 ertoe te betogen dat het hof dit onvoldoende gemotiveerd heeft aangenomen

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad28 juni 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE1538

    worden toegepast en meer in het bijzonder in hoeverre de regels van titel 3:11 BW over bevrijdende verjaring zich lenen voor overeenkomstige toepassing. 2.13 Art. 3:326 BW bepaalt: "Buiten

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad12 april 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD9112

    Rolnr. C00/164 Zitting 18 januari 2002 Conclusie mr J. Spier inzake de Staat der Nederlanden (hierna: de Staat) tegen [Verweerster] 1. Feiten 1.1 In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten zoals vastgesteld door het Hof 's-Gravenhage in zijn arrest van 10 februari 2000 (rov. 2). 1.2 Begin september 1994 heeft de…

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.