2 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|21 december 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZC3693
BW. Voor toewijzing van een dergelijke vordering dient daarnaast te zijn voldaan aan art. 3:302 BW: de verklaring wordt slechts gegeven op vordering van een bij de rechtsverhouding onmiddellijk betrokken persoon … sprake van cumulatie van de vereisten van art. 3:303 BW en art. 3:302 BW. Zie Parl. Gesch. boek 3, blz. 915-916. Zie voorts A-G Langemeijer
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|15 juni 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2178
Eiseres] heeft op 9 juni 1999 de cassatiedagvaarding doen uitbrengen. 3 Volgens art. 3:302 BW spreekt de rechter op vordering van een bij een rechtsverhouding onmiddellijk betrokken persoon omtrent die rechtsverhouding
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.