7 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|31 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE0631
BW met zijn verjaringstermijn van vijf jaar (en niet onder art. 3:306 BW met zijn termijn van twintig jaar) nu deze bepaling blijkens de parlementaire geschiedenis een ruime strekking heeft … verhaalsvordering van toepassing is de algemene verjaringstermijn van twintig jaar als bedoeld in art. 3:306 BW. Het Hof overwoog daartoe als volgt: "4.2. (...) Gelet op het karakter van de verhaalsvordering zoals
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|22 oktober 2002|ECLI:NL:GHSHE:2002:AF0954
geen aparte regeling opgenomen omtrent de verjaring van aansprakelijkheidsschulden als de onderhavige. Ingevolge artikel 3:306 BW verjaren rechtsvorderingen, indien de wet niet anders bepaalt, door verloop van twintig jaren … verjaring niet zien op een vordering als de onderhavige, is de regeling van artikel 3:306 BW in casu in beginsel van toepassing. 4.6.4 Los van de hiervoor genoemde verjaring moet worden
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|31 mei 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE0631
3:310 BW zodat de algemene verjaringstermijn van 20 jaren van art. 3:306 BW van toepassing is. Het Hof heeft echter terecht geoordeeld dat de op art. 2 VOA gebaseerde verhaalsvordering
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingGerechtshof Arnhem · Hoger beroep kort geding · Civiel recht overig
Gerechtshof Arnhem|14 mei 2002|ECLI:NL:GHARN:2002:AE2653
toestand verjaart, nu de wet niet anders bepaalt, door verloop van twintig jaren (art. 3:306 BW). Ingevolge het bepaalde in art. 3:314, eerste lid BW waar [appellanten] zich reeds
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|12 november 2002|ECLI:NL:GHSHE:2002:AF2001
zodat rechtsvordering tot inkorting met betrekking tot die nalatenschap op grond van art. 3:306 BW uiterlijk op 2 januari 1996 had moeten zijn ingesteld. Appellant c.s. heeft de vordering niet voor
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Maastricht · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Maastricht|27 juni 2002|ECLI:NL:RBMAA:2002:AE4909
gedaagde 2] tot weerlegging van dit wettelijk vermoeden ingevolge het bepaalde in artikel 3:306 BW juncto artikel 73 van de Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek (Ow) is verjaard, moet het ervoor worden
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Roermond · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Roermond|2 mei 2002|ECLI:NL:RBROE:2002:AE2168
vordering tot verwijdering verjaart na verloop van twintig jaar (artikel 3:314 jo. 3:306 BW). De boom staat er al 30 tot 35 jaar. Op 1 januari 1992 is het huidig
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.