8 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepOoms c.s. hebben vervolgens bij de rechtbank een procedure tegen de Gemeente aangespannen, waarin zij zich…
Gerechtshof Amsterdam|8 mei 2003|ECLI:NL:GHAMS:2003:AO2388
tuinen op de wallenkant zijn zodat de revindicatie op grond van artikel 3:306 BW is verjaard en zij op de voet van artikel 3:105 BW eigenaar van die stukken grond … tuinen op de wallenkant zijn zodat de revindicatie op grond van artikel 3:306 BW is verjaard en zij op de voet van artikel 3:105 BW eigenaar van die stukken grond
- Civiel recht overig31 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C01/252HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [eiser…
Parket bij de Hoge Raad|31 oktober 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AI0261
verkrijgt, ook al was zijn bezit niet te goeder trouw. Uit hoofde van art. 3:306 BW geldt hiervoor de algemene termijn van twintig jaren, die aanvangt op het in art. 3 … Overgangswet een uitgestelde werking van een jaar ingeval de termijn (van art. 3:306 BW) op het tijdstip van de inwerkingtreding reeds is verstreken. Ook ten aanzien van deze verjaringstermijn wordt - door
- Civiel recht overigHoger beroep[appellante] en [geïntimeerde] zijn buren, woonachtig aan respectievelijk [adres appellante] en [adres…
Gerechtshof Leeuwarden|20 augustus 2003|ECLI:NL:GHLEE:2003:AI1277
verjaring van het recht op verwijdering van de schutting in de zin van art. 3:306 BW, derhalve als bevrijdende verjaring (r.o. 7.1 van het tussenvonnis van 9 april 2002), en daarop
- Civiel recht overigHoger beroepAppellant heeft uitdrukkelijk getuigenbewijs aangeboden. Het hof zal hem toelaten tot het bewijs van feiten…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|14 oktober 2003|ECLI:NL:GHSHE:2003:AN9039
gesteld dat, indien de wet niet anders bepaalt, de verjaringstermijn twintig jaren beloopt, artikel 3:306 BW. De verjaringstermijnen genoemd in de artikelen 3:307 tot en met 311 BW zijn niet
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Arnhem · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Arnhem|18 maart 2003|ECLI:NL:GHARN:2003:AF7066
bezit een inbreuk betekende op het eigendomsrecht van de vader (art. 3:314 jo. 3:306 BW). Vast staat dat de ouders samen met [appellant] in de woning zijn blijven wonen
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigKadaster, eigendom na verjaring.
Rechtbank Utrecht|22 oktober 2003|ECLI:NL:RBUTR:2003:AM3033
voltooid is. Onder het huidig burgerlijk wetboek geldt een verjaringstermijn van 20 jaar (artikel 3:306 BW), die op grond van artikel 73 Overgangswet nieuw burgerlijk wetboek niet vóór 1 januari
- Civiel recht overig17 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/158HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|17 oktober 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AI0308
rechtbank overwogen dat de verjaringstermijn is aangevangen op 30 december 1976, o.g.v. art. 3:306 BW twintig jaar bedraagt en in elk geval door het uitbrengen van de inleidende dagvaarding
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 april 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF4604
Overigens geldt voor de onderhavige vordering de algemene verjaringstermijn van twintig jaar ex artikel 3:306 BW, nu geen van de in titel 11 van boek 3 BW genoemde uitzonderingen
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.