17 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieGeschil tussen de eigenaar van een strook grond en zijn buurman die de grond eerst in huur en vervolgens om…
Hoge Raad|18 november 2005|ECLI:NL:HR:2005:AT8240Aangehaald in 5 uitspraken
door extinctieve verjaring?, stuiting, aanvangstijdstip verjaringstermijn van rechtsvordering tot ontruiming als bedoeld in art. 3:306 BW, bezit en houderschap, interversie (art. 3:111 BW); HR doet zelf af. 18 november … augustus 2001, kan de door [eiser] c.s. ingestelde rechtsvordering tot ontruiming, waarvoor art. 3:306 BW een verjaringstermijn van twintig jaar aanwijst, slechts verjaard zijn, indien die is ontstaan in het tijdvak
- Civiel recht overigKort gedingDe parochie stelt dat zij door verkrijgende verjaring (volledig) eigenaresse van genoemde percelen is…
Rechtbank Arnhem|7 oktober 2005|ECLI:NL:RBARN:2005:AU8388
Vermeer zich gedurende die tijd heeft beroepen op het eigendomsrecht. Het bepaalde in art. 3: 306 BW brengt dan volgens de parochie mee dat elke rechtsvordering van de eventuele erfgenamen van J.A.P … zich gedurende die tijd heeft beroepen op het eigendomsrecht. Het bepaalde in art. 3: 306 BW brengt dan volgens de parochie mee dat elke rechtsvordering van de eventuele erfgenamen van [betrokkene
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigAanleiding terug te komen op het oordeel in het tussenvonnis dat hier de twintigjarige verjaringstermijn van…
Rechtbank Arnhem|28 december 2005|ECLI:NL:RBARN:2005:AV2025
komen op het oordeel in het tussenvonnis dat hier de twintigjarige verjaringstermijn van artikel 3:306 BW geldt, nu nadien door de Hoge Raad in het arrest van 4 juni … niet slaagt omdat naar het oordeel van de rechtbank op grond van artikel 3:306 BW een verjaringstermijn van twintig jaar geldt. Volgens [gedaagde] is het onaanvaardbaar dat die beslissing in stand
- Personen- en familierechtHoger beroepWel of geen verjaring van de rechtsvordering die ten grondslag ligt aan het verzoek tot het houden van een…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|4 augustus 2005|ECLI:NL:GHSHE:2005:AU0476
onrechtmatige toestand heeft een verjaringstermijn van twintig jaar (art. 3:314 jo 3:306 BW). Nu de vermeende onrechtmatige toestand is aangevangen omstreeks 1994 is deze termijn nog niet verstreken. De rechtbank … onrechtmatige toestand heeft een verjaringstermijn van twintig jaar (art. 3:314 jo 3:306 BW). Nu de vermeende onrechtmatige toestand is aangevangen omstreeks 1994 is deze termijn nog niet verstreken. De rechtbank
- Civiel recht overigGeschil tussen de eigenaar van een strook grond en zijn buurman die de grond eerst in huur en vervolgens om…
Parket bij de Hoge Raad|18 november 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT8240
door extinctieve verjaring?, stuiting, aanvangstijdstip verjaringstermijn van rechtsvordering tot ontruiming als bedoeld in art. 3:306 BW, bezit en houderschap, interversie (art. 3:111 BW); HR doet zelf af. Rolnummer C04/118HR
- Civiel recht overigCassatie1 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/030HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1]…
Hoge Raad|1 april 2005|ECLI:NL:HR:2005:AS6006Aangehaald in 11 uitspraken
gebreke van toepasselijkheid van art. 3:310 lid 1 BW op grond van art. 3:306 BW twintig jaren zou belopen (vgl. HR 31 mei 2002, nr. C00/107
- Civiel recht overigHoger beroepGeschil tussen buren. Geïntimeerde heeft door verjaring een erfdienstbaarheid verkregen, te weten dat ramen…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|29 maart 2005|ECLI:NL:GHSHE:2005:AT3353
konden worden geopend, inderdaad sprake is van verjaring van de vordering tot verwijdering [artikel 3:306 BW jo 73 Overgangswet NBW] * In het tussenvonnis van 27 juni 2002 overweegt de rechtbank … heeft bestaan, waarmee naar het oordeel van de rechtbank de vordering tot verwijdering [artikel 3:306 BW jo. 73 Overgangswet NBW] in ieder geval is verjaard. Dit oordeel van de rechtbank
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigDe Gemeente heeft in 1974 een (riool)persleiding laten aanleggen. Deze leiding loopt door de tuin van een…
Rechtbank Dordrecht|5 januari 2005|ECLI:NL:RBDOR:2005:AR8691
voorgaande laat onverlet de mogelijkheid van bevrijdende verjaring (artikelen 3:105 lid 1 jo. 3:306 BW), die kan "omslaan" in verkrijgende verjaring. Goeder trouw van de bezitter is in dat geval … voor de vraag of de Gemeente op grond van de artikelen 3:105 jo. 3:306 BW krachtens verjaring een erfdienstbaarheid heeft verkregen. Nu de twintig jaars-termijn, te rekenen vanaf
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigBurenrecht. Erfdienstbaarheid. Bevrijdende en verkrijgende verjaring met betrekking tot bomen binnen twee…
Rechtbank Breda|27 juli 2005|ECLI:NL:RBBRE:2005:AU2563
toestand ontstond (Vgl. HR 4 februari 1949, NJ 1949, 185). 3.9 Ingevolge artikel 3:306 BW verjaart de rechtsvordering op grond van artikel 5:42 BW door verloop van twintig jaren. [Eisers … worden meegeteld bij het bepalen van de verjaringstermijn van 20 jaar (artikel 3:306 BW), waartoe hij verwijst naar de artikelen 68a en 73 Overgangswet. 3.19 Op grond van artikel 3:306
- Civiel recht overigOnrechtmatige overheidsdaad (CBB geen "independent tribunal" als bedoeld in art. 6 EVRM), besluit CBB tot…
Parket bij de Hoge Raad|11 november 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AU1710
burgerlijke rechter te kunnen effectueren.(3) Zijns inziens geldt hier de verjaringsregeling van art. 3:306 BW (onder 7) en niet art. 3:307 BW (onder 8). 3.6.4 Bij pleidooi in appèl … BW. De door [eiser] geventileerde stelling dat niet art. 3:307 BW maar art. 3:306 BW in zijn benadering van toepassing zou zijn,(12) berust m.i. op een onjuiste rechtsopvatting
- Civiel recht overigCassatieOnrechtmatige overheidsdaad (CBB geen "independent tribunal" als bedoeld in art. 6 EVRM), besluit CBB tot…
Hoge Raad|11 november 2005|ECLI:NL:HR:2005:AU1710
voortvloeiende verplichting van de Staat, waarop ingevolge art. 3:306 BW de algemene verjaringstermijn van 20 jaar van toepassing is, en niet de vijfjarige verjaringstermijn van art. 3
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigHet door middel van verjaring verkrijgen van een erfdienstbaarheid. Het beroep op verkrijgende verjaring is…
Rechtbank Roermond|16 maart 2005|ECLI:NL:RBROE:2005:AT2591
rechtsgevolg is eerst onder het huidig BW in de artikelen 3:105 juncto 3:306 BW tot stand gekomen. 2.5 Voor verjaring is de periode van bezit van de erfdienstbaarheid van belang
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig''...eiser] vordert – samengevat – [gedaagde] te veroordelen om de grens tussen de percelen terug te brengen…
Rechtbank Middelburg|23 november 2005|ECLI:NL:RBMID:2005:AZ5259
trouw, artikel 3:99 BW) respectievelijk twintig (in andere gevallen, artikel 3:105 jo 3:306 BW) jaar. De termijnen die van toepassing waren onder het voordien geldende recht, zijn op grond
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigDe inspecteur heeft terecht met een beroep op de foutenleer de aangegeven winst gecorrigeerd met een bedrag…
Gerechtshof Amsterdam|12 oktober 2005|ECLI:NL:GHAMS:2005:AU4306
verjaring van een belastingschuld, zoals de onderhavige omzetbelastingschuld, geschiedt op de voet van artikel 3:306 BW op een termijn van twintig jaar nadat deze schuld in de vorm van een aanslag
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigIn deze zaak draait het om de vraag waar de grens tussen de erven van eiseres en gedaagde 1 c.s. ligt. Verjaring?
Rechtbank Arnhem|22 juni 2005|ECLI:NL:RBARN:2005:AU1548
onafgebroken bezit van twintig jaar op grond van de artikelen 3:105 juncto 3:306 BW eigenaar van de grond is geworden. Nu [gedaagde 1] c.s. dit gemotiveerd hebben betwist, zal [eiseres
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigDoor bevrijdende verjaring is door de gebruiker eigendom verkregen van twee percelen. Vordering van de…
Rechtbank Roermond|17 augustus 2005|ECLI:NL:RBROE:2005:AU2317
bezit in werking op 1 januari 1993. De op grond van artikel 3:306 BW vereiste verjaringstermijn van 20 jaar kon dus niet eerder verstreken raken dan per 1 januari
- Civiel recht overig1 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/030HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1]…
Parket bij de Hoge Raad|1 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS6006
1 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/030HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], wonende te [woonplaats], 2. de stichting SINT LUCAS ANDREAS ZIEKENHUIS, gevestigd te Amsterdam, EISERS tot cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ ZAO ZORGVERZEKERINGEN…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.