Zoekresultaten

Voor “"3:307 BW"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

6 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Civiel recht overigCassatie
    Terugvordering bijstand verstrekt in vorm geldlening; rechtskarakter en verjaring vordering; duur en aanvang…

    Hoge Raad26 maart 1999ECLI:NL:HR:1999:ZC3206Aangehaald in 6 uitspraken

    kwalificeren als een uit overeenkomst voortvloeiende verbintenis om te geven als bedoeld in art. 3:307 BW; vordering gemeente onderworpen aan verjaringstermijn van vijf jaar na opeisbaar worden vordering. Het op uitleg

  • Civiel recht overig
    Terugvordering bijstand verstrekt in vorm geldlening; rechtskarakter en verjaring vordering; duur en aanvang…

    Parket bij de Hoge Raad8 januari 1999ECLI:NL:PHR:1999:12

    kwalificeren als een uit overeenkomst voortvloeiende verbintenis om te geven als bedoeld in art. 3:307 BW; vordering gemeente onderworpen aan verjaringstermijn van vijf jaar na opeisbaar worden vordering. Het op uitleg … cassatiemiddel 6) Onderdeel Ia is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat art. 3:307 BW van toepassing is. Gesteld wordt dat in casu de verjaringstermijn van 20 jaar geldt, geregeld

  • Personen- en familierechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht

    Hoge Raad12 november 1999ECLI:NL:HR:1999:AA3369Aangehaald in 19 uitspraken

    heeft [eiser] de vordering van [overledene] bestreden met een beroep op verjaring ingevolge art. 3:307 BW in verbinding met art. 73 Overgangswet NBW. 3.2 De Rechtbank heeft bij tussenvonnis … BW - is gaan lopen vanaf juli 1974 en, bij gebreke van stuiting, ingevolge art. 3:307 BW in verbinding met art. 73 Overgangswet NBW per 1 januari 1993 was voltooid

  • Personen- en familierecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht

    Parket bij de Hoge Raad12 november 1999ECLI:NL:PHR:1999:AA3369

    verbintenis tot een geven. De verjaring van dergelijke rechtsvorderingen wordt geregeld door art. 3:307 BW. Dit wetsartikel bepaalt in zijn tweede lid, nadat in het eerste lid is vooropgesteld … verjaring van [overledene]s vordering op grond van art. 73 Overgangswet juncto art. 3:307 BW. 5.De Rechtbank oordeelde in een tussenvonnis van 16 april 1996 waarbij [eiser] tot bewijslevering werd toegelaten

  • Civiel recht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

    Hoge Raad3 december 1999ECLI:NL:HR:1999:AA3816

    Kantonrechter incidenteel geappelleerd. Zij heeft met betrekking tot haar primaire vordering betoogd dat art. 3:307 BW toepassing mist omdat krachtens art. 73 Overgangswet nog tot 1 januari 1993 de naar

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad3 december 1999ECLI:NL:PHR:1999:AA3816

    Kantonrechter incidenteel geappelleerd. Zij heeft met betrekking tot haar primaire vordering betoogd dat art. 3:307 BW toepassing mist omdat krachtens art. 73 Overgangswet nog tot 1 januari 1993 de naar … huidige recht uit op een termijn van vijf jaar op grond van art. 3:307 BW. Zie over de verjaringskwestie en de lagere rechtspraak onder meer: H.P. Breuker, Tijdschrift voor Pensioenvraagstuk

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.