Zoekresultaten

Voor “"3:308 BW"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

9 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad1 november 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE7347

    onder meer erop beroepen dat de vordering van [eiser] op de voet van art. 3:308 BW is verjaard nu de vordering niet binnen vijf jaar nadat zij opeisbaar is geworden … redelijkheid en billijkheid heeft gehandeld dat onverkorte toepassing van de verjaringstermijn van art. 3:308 BW in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. [Eiser] heeft

  • Civiel recht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

    Hoge Raad1 november 2002ECLI:NL:HR:2002:AE7347Aangehaald in 11 uitspraken

    onder meer verweerd met de stelling dat de vordering op de voet van art. 3:308 BW is verjaard, nu de verjaring niet binnen vijf jaren nadat zij opeisbaar is geworden

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad20 september 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE3377

    oftewel met ingang van 1992 (dit met het oog op de verjaringtermijn van art. 3: 308 BW). DTI heeft dat geweigerd, en zich erop beroepen dat art. 19 aanhef en onder … aldus uitgelegd, een onaanvaardbare afwijking zou vormen van de regel van art. 3:308 BW in verband met salarisaanspraken. De rechtbank volgde echter in appel [verweerders] primaire stelling, te weten

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad8 februari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD7381

    door hem geformuleerde aanspraak slechts kan verjaren door het verstrijken van de in artikel 3:308 BW genoemde termijn (onder 7/8). Zulks zou niet anders zijn ingeval [eiser] niet binnen een termijn … eiser] "op enigerlei wijze bezwaarlijk was" (alles rov. 4.2). 2.32 Het beroep op artikel 3:308 BW wordt van de hand gewezen. De Rechtbank wijst er daarbij op dat "de strekking

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig

    Gerechtshof 's-Hertogenbosch5 december 2002ECLI:NL:GHSHE:2002:AF3207

    volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden (artikelen 3:307 en 3:308 BW). De vordering van ING is opeisbaar geworden op de dag waarop het faillissement van [appellant] werd

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad25 januari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD6085

    door ING gepretendeerde vordering op grond van art. 2012 (oud) BW en/of 3:308 BW is verjaard. In de aan [verweerder] verzonden brieven heeft ING zich niet ondubbelzinnig haar recht op nakoming

  • BelastingrechtEerste aanleg - meervoudig
    Gerechtshof Arnhem · Eerste aanleg - meervoudig · Belastingrecht

    Gerechtshof Arnhem2 september 2002ECLI:NL:GHARN:2002:AE8379

    Successiewet 1956, die op grond van lid 4 van voornoemd artikel juncto artikel 3:308 BW alleen voor de laatste vijf jaar in aanmerking worden genomen. Hij bestrijdt het bestaan

  • Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudig
    Rechtbank Arnhem · Eerste aanleg - meervoudig · Civiel recht overig

    Rechtbank Arnhem8 februari 2002ECLI:NL:RBARN:2002:AD9082

    generis. Daarop is de gewone verjaringstermijn van 5 jaren als bedoeld in artikel 3:308 BW van toepassing is. Het betreft immers een zogenaamde raam-overeenkomst die voor partijen rechten en verplichtingen

  • Personen- en familierecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht

    Parket bij de Hoge Raad6 december 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE9241

    C 01/086 HR Mr. F.F. Langemeijer Zitting 11 oktober 2002 Conclusie inzake: [De man] tegen [De vrouw] In dit geschil tussen gewezen echtgenoten over een zgn. nieuw Amsterdams verrekenbeding wordt voortgebouwd op eerdere rechtspraak over dit onderwerp. In het bijzonder is de vraag aan de orde wanneer de vordering tot…

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.