5 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepDe vordering van de ABN AMRO Bank op (onder meer) [appellant] tot terugbetaling van de ter beschikking…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|30 maart 2004|ECLI:NL:GHSHE:2004:AO7088
volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden (artt. 3:307 en 3:308 BW). Partijen hebben zich niet uitgelaten over de datum van opeisbaarheid van de hoofdsom en renten … volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden (artt. 3:307 en 3:308 BW). Partijen hebben zich niet uitgelaten over de datum van opeisbaarheid van de hoofdsom en renten
- SocialezekerheidsrechtHoger beroepZijn de bepalingen over verjaring uit het BW van toepassing op vorderingen volgend op hoofdelijke…
Centrale Raad van Beroep|9 maart 2004|ECLI:NL:CRVB:2004:AO5492
niet van toepassing is, de verjaringsbepalingen van het BW, met name artikel 3:308 BW, van overeenkomstige toepassing zijn. In dit verband heeft hij gesteld dat de premie over … voortvloeiende aansprakelijkheid, voor het ontstaan van een rechtsvordering als bedoeld in artikel 3:308 BW op appellant in zijn hoedanigheid als leider van een vaste inrichting, een besluit op grond van artikel
- Civiel recht overig22 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/173HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: HBF HYDRO…
Parket bij de Hoge Raad|22 oktober 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AP1672
verjaart, behoudens stuiting (artikel 3: 316 en 317 BW) op grond van artikel 3:308 BW door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop … betaald en HBF haar beroep op verjaring slechts op de artikelen 3:307 en 3:308 BW heeft gestoeld, mocht de Rechtbank ervan uitgaan dat HBF slechts die verjaring (van vijf jaren
- Civiel recht overigHoger beroepHet gaat in de onderhavige zaak om de gevolgen van een ongeval dat [D.] op 5 december 1993 als bestuurder van…
Gerechtshof Arnhem|27 juli 2004|ECLI:NL:GHARN:2004:AR4650
evenmin sprake van periodiek ontstane en opeisbare vorderingen als bedoeld in artikel 3:308 BW. Het subsidiaire verweer van de gemeente is daarom niet steekhoudend. 4.9 Blijkens artikel 3:310 BW neemt
- Civiel recht overig4 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C02/314HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Parket bij de Hoge Raad|4 juni 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO6210
subrogatie zowel naar oud recht (art. 2012 BW (oud)) als naar huidig recht (art. 3:308 BW) vijf jaar bedraagt en dit - gezien HR 26 maart 1993, NJ 1993, 330 - niet anders
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.