23 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepVerjaring arbeidsongeschiktheidsuitkering. Andere uitleg dan het Kifid. Onderscheid moet worden gemaakt…
Gerechtshof Amsterdam|8 september 2020|ECLI:NL:GHAMS:2020:2444
geval periodieke, berekening en betaling van deze uitkering, waarvoor het bepaalde in art. 3:308 BW geldt. GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.257.897/01 zaak- en rolnummer … geval periodieke, berekening en betaling van deze uitkering, waarvoor het bepaalde in art. 3:308 BW geldt. In de situatie waarin de aanspraak op een uitkering jegens de verzekeraar
- Civiel recht overigHoger beroepPremievordering Bpf Schoonmaak is een periodieke vordering in de zin van artikel 3:308 BW en verjaart door…
Gerechtshof Amsterdam|28 april 2020|ECLI:NL:GHAMS:2020:1198
Premievordering Bpf Schoonmaak is een periodieke vordering in de zin van artikel 3:308 BW en verjaart door verloop van vijf jaren na aanvang van de dag, volgende op die waarop … betaalt. Bpf Schoonmaak heeft derhalve een periodieke vordering op de aangesloten werkgever. Krachtens artikel 3:308 BW verjaart deze periodieke vordering door verloop van vijf jaren na de aanvang
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigPerikelen rond betalingen en leningen van stichting aan (thans ex-) bestuurder. Décharge? Vernietigbaarheid…
Rechtbank Rotterdam|26 augustus 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:7915
Perikelen rond betalingen en leningen van stichting aan (thans ex-) bestuurder. Décharge? Vernietigbaarheid bestuursbesluit? Verval van recht? Onverschuldigde betaling? Verjaring? Verrekening? (Ex-)bestuurder dient bewijs en tegenbewijs te leveren.
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigHuur bedrijfsruimte. Faillissement van gedaagde in 2010 in België. Gedaagde heeft het gehuurde verlaten. Het…
Rechtbank Oost-Brabant|9 januari 2020|ECLI:NL:RBOBR:2020:57
zake van huurpenningen. Overwogen wordt dat de rechtsvordering tot betaling van huur ingevolge artikel 3:308 BW verjaart door verloop van vijf jaren na het opeisbaar worden van de vordering. Het gaat … artikel 3:317 lid 1 BW. Echter, op dat moment was de in artikel 3:308 BW bedoelde verjaringstermijn voor vrijwel alle huurtermijnen reeds verstreken. Alleen voor de termijnen van februari
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigPremieachterstand, verjaring
Rechtbank Rotterdam|17 juli 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:6949
periode van 2008 tot en met 2010 is verjaard op grond van artikel 3:308 BW. [gedaagde] heeft ten aanzien van voornoemde premie nimmer een stuitingsbericht ontvangen. Zilveren Kruis brengt ten onrechte … periode van mei 2008 tot en met augustus 2010 op grond van artikel 3:308 BW. Het laatstgenoemde artikel bepaalt dat een vordering tot betaling van periodiek verschuldigde bedragen verjaart door verloop
- ArbeidsrechtHoger beroepbestuurdersaansprakelijkheid? art. 23 Wet Bpf, melding betalingsonmacht gedaan en nodig? overgang van…
Gerechtshof Den Haag|3 maart 2020|ECLI:NL:GHDHA:2020:269
aansprakelijk te houden is vervallen (art. 7:663, tweede volzin BW) en verjaard (art. 3:308 BW). Het hof overweegt als volgt. 5. Curadomi B.V. had een achterstand in premiebetaling. PZW stelt
- VerbintenissenrechtBodemzaakVordering tot terugbetaling van een geldlening. Geen verjaring. Sprake van meerdere rechtsgeldige…
Rechtbank Den Haag|22 januari 2020|ECLI:NL:RBDHA:2020:262
volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. Op grond van 3:308 BW geldt hetzelfde voor rechtsvorderingen tot betaling van renten van geldsommen. 4.5. Op grond van artikel 3
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigVordering van ex-werknemer terzake ten onrechte onthouden promotie. Vordering is verjaard.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao|2 november 2020|ECLI:NL:OGEAC:2020:297
stonden dateren van 2005. Voor de daaruit mogelijk voortgevloeide vorderingsrechten geldt ingevolge artikel 3:308 BW een verjaringstermijn van vijf jaren. Die termijn was derhalve uiterlijk in 2011 voltooid. Dat voordien stuiting
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigVordering huurachterstand: deel verjaard, deels onvoldoende onderbouwd. Huurder door accepteren contante…
Rechtbank Rotterdam|24 juli 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:6677
betrekking tot de huurachterstand over de jaren 2013 en 2014 is verjaard. Conform artikel 3:308 BW verjaren rechtsvorderingen tot betaling van huur, door verloop van vijf jaren. Aangezien vijf jaren zijn
- OndernemingsrechtEerste aanleg - meervoudigOndernemingskamer; geschillenregeling; toelating tot bewijs
Gerechtshof Amsterdam|10 november 2020|ECLI:NL:GHAMS:2020:3345
niet is gestuit en dat deze inmiddels is verjaard op grond van artikel art. 3:308 BW. Teneinde daarover duidelijkheid te verkrijgen stelt de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid om zich
- Civiel recht overigHoger beroepOntvankelijkheid, lastgeving, geen verboden hoedanigheidswisseling. Toerekenen van betalingen, is art. 6:43…
Gerechtshof Amsterdam|14 juli 2020|ECLI:NL:GHAMS:2020:2015
betaling van de openstaande vorderingen. Dat [appellanten] zich in hoger beroep op art. 3:308 BW beroepen, noopt niet tot een andere conclusie. Gelet op al het voorgaande falen de grieven 3
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Rotterdam · Eerste aanleg - enkelvoudig · Verbintenissenrecht
Rechtbank Rotterdam|27 november 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:11053
gedaagde] hiermee een beroep op verjaring heeft willen doen, wordt als volgt overwogen. Artikel 3:308 BW bepaalt dat een vordering tot betaling van periodiek verschuldigde bedragen verjaart door verloop van vijf
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigIn conventie: eiser krijgt bewijsopdracht van de stelling dat gedaagde na ommekomst van de verjaringstermijn…
Rechtbank Rotterdam|19 augustus 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:7320
volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. 4.1.2. Op grond van artikel 3:308 BW verjaart een rechtsvordering tot betaling van rente door verloop van vijf jaren na aanvang
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudighuur; ontbinding en ontruiming; verjaring
Rechtbank Rotterdam|5 juni 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:5198
kader heeft [gedaagde 1] een beroep gedaan op verjaring. 2.6 In artikel 3:308 BW is bepaald dat rechtsvorderingen tot betaling van (onder meer) huur verjaren door verloop van vijf jaren
- ArbeidsrechtHoger beroepArbeidsrecht WWZ ; nevenverzoek; bonusregeling vervallen bij nieuwe vennootschappelijke structuur en hoger…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|17 december 2020|ECLI:NL:GHSHE:2020:3925
Arbeidsrecht WWZ ; nevenverzoek; bonusregeling vervallen bij nieuwe vennootschappelijke structuur en hoger salaris en dividendregeling; verjaring
- Civiel recht overigVermogensrecht. Nalatenschap. Afgifte legaat. Verjaring vordering tot afgifte? Art. 3:306 BW en art. 3:313…
Parket bij de Hoge Raad|20 november 2020|ECLI:NL:PHR:2020:1188
overeenkomst (art. 3:307 BW), voor rechtsvorderingen tot betaling van periodieke vorderingen (art. 3:308 BW), voor rechtsvorderingen uit onverschuldigde betaling (art. 3:309 BW), voor rechtsvorderingen tot vergoeding van schade
- Civiel recht overigBodemzaakincasso vorderingen uit hoofde van verschuldigde commissie en geldlening; verjaring; opeisbaarheid
Rechtbank Oost-Brabant|29 april 2020|ECLI:NL:RBOBR:2020:2381
volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. Op grond van 3:308 BW geldt hetzelfde voor rechtsvorderingen tot betaling van renten van geldsommen. 4.2.3. Tussen partijen is niet in geschil
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigGeldleningsovereenkomst met achterstelling en overeenkomst van achterstelling tussen bank en partijen. Beroep…
Rechtbank Rotterdam|25 november 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:11033
hierna: BW)). Dit geldt tevens voor rechtsvorderingen tot betaling van renten van geldsommen (artikel 3:308 BW). 4.8. Het Autobedrijf doet een beroep op verjaring en stelt daartoe het volgende. Het restant
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigEindvonnis na (tegen)bewijsopdracht. Het dwingende bewijs dat sprake is van leningen en niet van schenkingen…
Rechtbank Gelderland|16 september 2020|ECLI:NL:RBGEL:2020:4776
december 2004 geen sprake zijn van verjaring op grond van artikel 3:308 BW. 2.17. Ten aanzien van de rente voert [gedaagde 1] in zijn conclusie na enquête verder
- Civiel recht overigKort gedingVordering opheffing conservatoir beslag. Beslag op grond van artikel 1:96 lid 1 BW, op aandeel van echtgenote…
Rechtbank Limburg|19 juni 2020|ECLI:NL:RBLIM:2020:4432
Vordering opheffing conservatoir beslag. Beslag op grond van artikel 1:96 lid 1 BW, op aandeel van echtgenote (niet-schuldenaar) in woning die tot huwelijksgemeenschap behoort (Hof Arnhem 22 februari 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BC5100).
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.