Zoekresultaten

Voor “"3:310 BW"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

17 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad31 mei 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE0631

    moet worden aangemerkt als rechtsvordering tot vergoeding van schade in de zin van art. 3:310 BW. Zij overwoog in dat verband het volgende: "4. Anders dan het ABP meent … geen rechtsvordering tot vergoeding van schade is, als bedoeld in artikel 3:310 BW. Weliswaar kent de VOA het verhalend (overheids)lichaam een eigen, zelfstandig verhaalsrecht toe en wordt de omvang

  • Civiel recht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

    Hoge Raad31 mei 2002ECLI:NL:HR:2002:AE0631

    blijkens de wetsgeschiedenis aan het begrip "rechtsvordering tot vergoeding van schade" in art. 3:310 BW toekomt, op de onderhavige vordering de in dat artikel (lid 1) bepaalde verjaringstermijn van vijf jaar … kosten betreft en niet een vordering tot vergoeding van schade als bedoeld in art. 3:310 BW zodat de algemene verjaringstermijn van 20 jaren van art. 3:306 BW van toepassing

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad24 mei 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD9600

    verjaring op 1 januari 1993 nog niet was voltooid, is vanaf dat moment art. 3:310 BW met onmiddellijke werking van toepassing geworden. Ingevolge dit artikel is de verjaring in elk geval … ingang van die datum zijn rechtsvorderingen tot vergoeding van schade onderworpen aan art. 3:310 BW. Dit geldt ook voor vorderingen tot schadevergoeding jegens de overheid.(13) 4.4.1 Voorzover hier van belang

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Op 8 december 1993 is [appellante] ten gevolge van een fietsongeval gewond geraakt aan haar rechterpols…

    Gerechtshof 's-Hertogenbosch23 september 2002ECLI:NL:GHSHE:2002:AS3056

    behandeling) en van de identiteit van de veroorzakers daarvan. [appellante] wijst hierbij op art. 3:310 BW. 4.6.3. Subsidiair stelt [appellante] dat de Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) reeds geruime tijd in voorbereiding … geen reden af te wijken van de onmiddellijke werking van de WGBO. 4.7.6. Art. 3:310 BW, waarop [appellante] zich eveneens beroept, handelt over de verjaring van de vordering tot schadevergoeding

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad12 april 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD9119

    aangevuld in die zin dat zij, voor het geval de rechtbank niet art. 3:310 BW doch art. 3:307 BW van toepassing acht, heeft gevorderd voor recht te verklaren dat [verweerster … conclusie na tussenvonnis van 2 november 1999 aangevoerd dat deze op grond van art. 3:310 BW is verjaard. 1.8 In haar tussenvonnis van 23 juni 1999 heeft de Rechtbank vooropgesteld

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig

    Gerechtshof 's-Hertogenbosch7 mei 2002ECLI:NL:GHSHE:2002:AE9371

    daarvoor aansprakelijke persoon. De vordering van [appellant] is op de voet van artikel 3:310 BW in augustus/september 1994 verjaard, nu de verjaring volgens de gemeente voordien niet is gestuit. 4.5 [appellant … Daarmee staat het beginpunt van de verjaringstermijn vast. 4.8 De verjaringstermijn is ingevolge artikel 3:310 BW vijf jaar, zodat de verjaring in augustus/september 1994 is voltooid. De vraag is vervolgens

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig

    Gerechtshof 's-Hertogenbosch14 oktober 2002ECLI:NL:GHSHE:2002:AE8804

    gemeente bij brief van 23 december 1996 aansprakelijk heeft gesteld, onder verwijzing naar art. 3:310 BW jo. Art. 119a Overgangswet Nieuw BW. Dat betekent dat ingevolge het (blijkens de artt … gaat hier om bekendheid als bedoeld in art 3:310 BW, dat wil zeggen subjectieve, daadwerkelijke, bekendheid

  • Civiel recht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

    Hoge Raad12 april 2002ECLI:NL:HR:2002:AD9119

    houdt in dat zij, voor het geval de rechtbank inzake de verjaring niet art. 3:310 BW doch art. 3:307 BW van toepassing acht, vordert voor recht te verklaren dat [verweerster

  • Civiel recht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

    Hoge Raad9 augustus 2002ECLI:NL:HR:2002:AE2119

    eiseres] dat de vordering ten tijde van de cessie op grond van art. 3:310 BW in verbinding met art. 73 Ow NBW reeds verjaard zou zijn, werd verworpen "(...) nu van crediteurszijde

  • Civiel recht overig
    Overbouw. Verhouding tussen bijzondere regel van art. 5:54 BW en misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW)…

    Parket bij de Hoge Raad15 november 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE8194

    legalisering toekent mits aan de in dat artikel genoemde voorwaarden is voldaan, terwijl art. 3:310 BW zich primair richt tot de rechthebbende, in gevallen van overbouw de eigenaar die de bevoegdheid

  • Civiel recht overigKort geding
    Rechtbank Maastricht · Kort geding · Civiel recht overig

    Rechtbank Maastricht5 december 2002ECLI:NL:RBMAA:2002:AF2585

    zijn overeengekomen. [Gedaagde] stelt verder dat het beweerdelijk vorderingsrecht van [Eiser] ex artikel 3:310 BW is verjaard. Hierbij merkt [Gedaagde] op dat [Eiser], gelet op de als productie 3 bij antwoord

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad9 augustus 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE2119

    vordering ten tijde van de derde cessie reeds was verjaard gezien art. 3:310 BW juncto art. 73 Overgangswet. Immers, aldus het Hof, van crediteurszijde is de vordering op de voet

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad15 februari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD6624

    juncto art. 73 Overgangswet voorzover de litigieuze vordering strekt tot nakoming en op art. 3:310 BW juncto art. 73 Overgangswet voorzover de vordering is gegrond op onrechtmatige daad. Zij heeft zich

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    Rechtbank Arnhem · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig

    Rechtbank Arnhem15 augustus 2002ECLI:NL:RBARN:2002:AE7342

    vordering uit onrechtmatige daad. De verjaringstermijn van die vordering is, op grond van art. 3:310 BW, vijf jaar, aanvangende de dag volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad24 mei 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD9615

    zich bedoelt te kanten. Het Hof heeft immers niets overwogen met betrekking tot art. 3:310 BW. De klacht faalt daarom, zoals mr Meijer in de s.t. onder 3.1.4 in feite

  • Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudig
    Rechtbank Zutphen · Eerste aanleg - meervoudig · Civiel recht overig

    Rechtbank Zutphen19 december 2002ECLI:NL:RBZUT:2002:AF3298

    brief wordt geschreven tot stuiting van de verjaring als genoemd in art. 3:310 BW jo. art. 119a Overgangswet Nieuw BW. 2.18 In het taxatierapport van [deskundigen], beiden verbonden aan Gloudemans Taxatie

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad13 december 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE9243

    vordering van [verweerster] is verjaard op grond van het bepaalde in art. 3:310 BW jo. art. 73 Overgangswet NBW. Onder verwijzing naar door hem in het geding gebrachte rapporten van medische

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.