7 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 juni 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF6983
september 2001 zou niet als een stuitingshandeling in de zin van art. 3:317 BW kunnen worden aangemerkt omdat daarin niet is vermeld dat alle rechten op nakoming zijn voorbehouden en deze … BW van overeenkomstige toepassing. Stuiting van de verjaring op de voet van art. 3:317 BW door middel van een schriftelijke aanmaning is dus niet mogelijk. Deze mogelijkheid werd door de wetgever
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|24 januari 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF0694Aangehaald in 56 uitspraken
Deze brief kan in ieder geval als een stuitingshandeling in de zin van art. 3:317 BW worden beschouwd (rov. 6.7). 3.4.1 De onderdelen 1.1 - 1.4 zijn gericht tegen hetgeen de Rechtbank
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Arnhem · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Arnhem|19 februari 2003|ECLI:NL:RBARN:2003:AF4955
oktober 1998) is gestuit. De verjaring kan worden gestuit op de in artikel 3:317 BW beschreven wijze. Uit de brief van 30 maart 2000, maar ook uit zijn latere brieven, blijkt … verjaringstermijn uitgebracht. 3.4. Zelfs indien de verjaringstermijn niet is gestuit op de in artikel 3:317 BW voorgeschreven wijze, kan Poppeliers niet te goeder trouw een beroep op verjaring doen. Poppeliers
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigKennelijk onredelijk ontslag. Opzegging vereist bij arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Geen verjaring…
Rechtbank Haarlem|24 december 2003|ECLI:NL:RBHAA:2003:AO1229
brief van diens gemachtigde van 31 januari 2003. Ingevolge het eerste lid van art. 3:317 BW wordt de verjaring gestuit door een schriftelijke aanmaning of door een schriftelijke mededeling waarin
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank Dordrecht · Eerste aanleg - meervoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Dordrecht|14 mei 2003|ECLI:NL:RBDOR:2003:AF8697
december 1998 en 31 mei 2000 aangemaand zijn in de zin van art. 3: 317 BW. Ook indien, zoals door gedaagden aangevoerd, de tweejarige verjaringstermijn van art. 8: 1793 BW van toepassing
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Maastricht · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Maastricht|12 maart 2003|ECLI:NL:RBMAA:2003:AF5842
rechtbank is echter met [Eiser] van oordeel dat de verjaring door [Eiser] conform artikel 3:317 BW rechtsgeldig is gestuit bij diens brief aan [D.] van 14 november 1997, inhoudende
- Civiel recht overig10 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/045HR JMH/HJH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|10 oktober 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF9416
schuldeiser die meer tijd nodig heeft, de verjaring kan stuiten, hetgeen volgens art. 3:317 BW - anders dan naar oud recht - reeds mogelijk is bij een enkele brief waardoor de schuldenaar gewaarschuwd
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.