47 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- VerbintenissenrechtProcesrecht. Vernietiging meerpartijenovereenkomst. Verjaring. Is verjaring gestuit door mediation? Wet…
Parket bij de Hoge Raad|25 september 2020|ECLI:NL:PHR:2020:845
Procesrecht. Vernietiging meerpartijenovereenkomst. Verjaring. Is verjaring gestuit door mediation? Wet implementatie richtlijn nr. 2008/52/EG betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken; ambtshalve toepassing (art. 25 Rv). Niet-ontvankelijkheid omdat niet alle partijen bij…
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigNakoming verplichtingen uit borgtocht. Borgtocht niet strijdig met art. 7:861 BW. Verjaringstermijn gestuit…
Rechtbank Rotterdam|23 september 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:8874
Borgtocht niet strijdig met art. 7:861 BW. Verjaringstermijn gestuit door schriftelijke aanmaning (art. 3:317 BW). Zakelijke borgtocht; geen consument in de zin van het Besluit buitengerechtelijke incassokosten. vonnis RECHTBANK ROTTERDAM … overeenkomst van borgtocht meer worden gevorderd in verband met deze facturen. 4.5. Artikel 3:317 BW bepaalt dat de verjaring van een vordering tot nakoming wordt gestuit door een schriftelijke aanmaning
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigTekortkoming in de nakoming. Onrechtmatige daad. Beroepsfout notaris. Beroep op verjaring. Artikel 3:310 en…
Rechtbank Rotterdam|2 december 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:12340
nakoming. Onrechtmatige daad. Beroepsfout notaris. Beroep op verjaring. Artikel 3:310 en 3:317 BW. De verjaring is niet gestuit namens de kinderen van eisers. Eisers hebben niet gesteld noch is gebleken
- Civiel recht overigCassatiePersonenvennootschap. Verjaring. Stuiting van verjaring vordering op vof en haar vennoten. Afzonderlijke…
Hoge Raad|17 juli 2020|ECLI:NL:HR:2020:1315Aangehaald in 17 uitspraken
beantwoording van de vraag of een schriftelijke mededeling op grond van art. 3:317 BW als een stuiting kan worden opgevat, niet alleen moet worden gelet op de tekst van de mededeling … geldend wordt gemaakt. 3.3.1 Met betrekking tot een stuitingsverklaring als bedoeld in art. 3:317 BW, gericht aan een vof, geldt het volgende. 3.3.2 Verklaringen ‘jegens de vof’, waaronder een stuitingsverklaring, zijn
- Civiel recht overigPersonenvennootschap. Verjaring. Stuiting van verjaring vordering op vof en haar vennoten. Afzonderlijke…
Parket bij de Hoge Raad|31 januari 2020|ECLI:NL:PHR:2020:97Aangehaald in 6 uitspraken
september 2005 de verjaring heeft gestuit, heeft de rechtbank vervolgens op grond van art. 3:317 BW ontkennend beantwoord: “3.4. De brief van 1 september 2005 was gericht aan [A] , t.a.v
- Civiel recht overigCassatieAansprakelijkheidsrecht. Verzekeringsrecht. Regresvordering tussen verzekeraars ex art. 7:961 BW. Aanvang…
Hoge Raad|15 mei 2020|ECLI:NL:HR:2020:889Aangehaald in 11 uitspraken
Beheer de brief diende te beschouwen als een stuiting in de zin van art. 3:317 BW. (vi) Reaal heeft Centraal Beheer bij brief van 26 juni 2012 gesommeerd tot betaling
- Civiel recht overigHoger beroepIntellectuele-eigendomsrecht. Domeinnamen. Vordering dat voor recht wordt verklaard dat de geïntimeerden…
Gerechtshof Amsterdam|14 januari 2020|ECLI:NL:GHAMS:2020:44
toekomt aan de bespreking van stuitingshandelingen op de voet van artikel 3:317 BW. 3.11 Ingevolge artikel 3:317 BW wordt de verjaring
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigUitleg fraudeclausule in bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering. Verzekerde hoedanigheid. Verjaring.
Rechtbank Amsterdam|15 januari 2020|ECLI:NL:RBAMS:2020:157
nalatenschap en zij in die hoedanigheid geen stuitingshandeling als bedoeld in artikel 3:317 BW kon verrichten in hoedanigheid van executor . Voorts heeft [eiseres] verzuimd binnen zes maanden na het vonnis … brief van 11 november 2015 kan worden aangemerkt als stuitingshandeling in de zin van 3:317 BW zijn de volgende omstandigheden van belang. In de brief wordt niet gesproken van een hoedanigheid
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigvorderingsgerechtigdheid; ‘door-to-door’ cognossement; vervoerdersaansprakelijkheid; verjaring/stuiting…
Rechtbank Rotterdam|27 mei 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:13246
opgeheven, een schriftelijke aanmaning of mededeling op de voet van artikel 3:317 BW, die betrekking heeft op hetzelfde onderwerp als de eerdere schriftelijke vordering, niet ertoe kan leiden dat de verjaring … uitdrukkelijk is bepaald dat de schriftelijke aanmaning of mededeling in de zin van art. 3:317 BW moet worden aangemerkt als een vordering als bedoeld in artikel 32 lid 2 CMR, maar
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigWerkgeversaansprakelijkheid artikel 7:658 BW. Beroep op verjaring slaagt niet. Arbeidsrechtelijke…
Rechtbank Limburg|30 september 2020|ECLI:NL:RBLIM:2020:7633
vereiste vorm geschiedt. Invulling aan dit laatste wordt gegeven in artikel 3:317 BW waarin staat dat verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis wordt gestuit door een schriftelijke aanmaning … exacte feitelijke en juridische grondslagen genoemd worden. Een dergelijke eis wordt in artikel 3:317 BW ook niet gesteld. 4.6. Het vorenstaande leidt ertoe dat de lopende verjaring met voormelde brief
- Civiel recht overigHoger beroepEffectenlease. Waiver zaak. Geen verjaring. Vordering vanwege advisering door FinPlan B&K en A.N.N. Adviezen…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|3 november 2020|ECLI:NL:GHARL:2020:8992Aangehaald in 420 uitspraken
gewezen dat de brief dient te worden beschouwd als een aanmaning en overeenkomstig artikel 3:317 BW tevens met de brief de verjaring is gestuit. 2.5. Bij brief van 21 oktober
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigDexia, tussenpersoon. Vervolg op ECLI:NL:RBNNE:2018:4726. Beroep op verjaring afgewezen.
Rechtbank Noord-Nederland|24 juni 2020|ECLI:NL:RBNNE:2020:2219Aangehaald in 47 uitspraken
Dexia, tussenpersoon. Vervolg op ECLI:NL:RBNNE:2018:4726. Beroep op verjaring afgewezen.
- Civiel recht overigHoger beroepHoger beroep van ECLI:NL:RBMNE:2016:7045 en ECLI:NL:RBMNE:2017:4237; brand op motorjacht onder…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|14 januari 2020|ECLI:NL:GHARL:2020:295
betaling van € 87.473 en daarin zijn brief aangeduid als stuiting als bedoeld in artikel 3:317 BW. Mannheimer heeft (samen met [A] ) Lengers tot schadevergoeding voor de kantonrechter gedagvaard op 4 november
- VerbintenissenrechtBodemzaakVordering tot terugbetaling van een geldlening. Geen verjaring. Sprake van meerdere rechtsgeldige…
Rechtbank Den Haag|22 januari 2020|ECLI:NL:RBDHA:2020:262
volgens [gedaagde] niet worden gezien als een schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 3:317 BW. De rechtbank overweegt ten aanzien van die vraag als volgt. 4.14. De rechtbank acht van belang
- Civiel recht overigHoger beroepGecombineerd goederenvervoer. Een partij ingevroren snacks, vervoerd van Turkije naar Nederland, blijkt bij…
Gerechtshof Amsterdam|6 oktober 2020|ECLI:NL:GHAMS:2020:2624
beantwoording van de vraag of een schriftelijke mededeling op grond van art. 3:317 BW als een stuiting kan worden opgevat, moet niet alleen worden gelet op de tekst van de mededeling
- Civiel recht overigTussenuitspraakHoger beroep; afwikkeling van verzekeringsprovisies in verband met aandelenoverdracht; verzet wijziging van…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|10 maart 2020|ECLI:NL:GHARL:2020:2135
zelf met zoveel woorden dat zij moest worden beschouwd als een stuiting ex artikel 3:317 BW. Door deze stuiting begon op grond van artikel 3:319 BW een nieuwe vijfjaarstermijn
- VerbintenissenrechtHoger beroepVerbintenissenrecht. Verzekeringsrecht. Verkeersongeval in 2000. Rechtsvordering tegen verzekeraar ex art. 6…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|23 juni 2020|ECLI:NL:GHSHE:2020:1906
worden beschouwd als de stuiting van de verjaring overeenkomstig de bepalingen van art. 3:317 BW. U kunt overigens nog altijd een beroep doen op de verzekeringsovereenkomst, althans op Allianz Nederland Groep
- Civiel recht overigHoger beroepAchterstallige betalingen gas en elektra. Vordering verjaard? Anders dan de eerste rechter oordeelde, is de…
Gerechtshof Amsterdam|7 januari 2020|ECLI:NL:GHAMS:2020:29
deze brief is te beschouwen als een “schriftelijke aanmaning” in de zin van artikel 3:317 BW, waaraan op grond van dat artikel stuitende werking toekomt, zonder dat de brief
- Civiel recht overigHoger beroepGeschil over geldlening; (stuiting) verjaring?
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|29 september 2020|ECLI:NL:GHARL:2020:7820
heeft gestuurd die daadwerkelijk als schriftelijke stuitingshandeling kunnen worden gekwalificeerd als bedoeld in artikel 3:317 BW. Over de inhoud van de mailcorrespondentie is zo weinig gesteld of verklaard dat op grond
- Civiel recht overigHoger beroepVordering opheffing vereenvoudigd executoriaal derdenbeslag. Artikel 479 g Rv. Vordering verklaring voor…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|24 maart 2020|ECLI:NL:GHSHE:2020:1055
zonder enig voorbehoud de verjaring van onze vorderingen, zulks op voet van artikel 3:317 BW. ” Tevens heeft [appellant] tijdens de comparitie verklaard dat hij in de jaren
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.