6 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigBodemzaakArtikelen 7:2 BW en 3:44 BW Mondelinge koopovereenkomst tussen verkopers (consumenten) en koper (makelaar)…
Rechtbank Amsterdam|29 november 2006|ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ9907
schriftelijk wordt aangegaan. Nu dit niet is gebeurd is sprake van nietigheid conform artikel 3:39 BW. 4.2. C stelt voorts dat de vorderingen van A onredelijk zijn omdat hij rekening
- Civiel recht overigKort gedingOpheffing conservatoir leveringsbeslag op woonboerderij, waarbij de koopovereenkomst niet schriftelijk is…
Rechtbank Haarlem|29 maart 2006|ECLI:NL:RBHAA:2006:AV9072
artikel 7:2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) tot nietigheid op grond van artikel 3:39 BW. Zowel uit het verzoekschrift tot het leggen van beslag als uit de dagvaarding
- Civiel recht overigKort gedingOok in deze zaak komt de vraag aan de orde of onder het sinds september 2003 geldende artikel 7:2 lid 1 BW…
Rechtbank Haarlem|6 juni 2006|ECLI:NL:RBHAA:2006:AX7093
geval) verkopers op grond daarvan zich op basis van artikel 3:39 BW kunnen beroepen op de nietigheid van die overeenkomst wordt in de rechtspraak verschillend beoordeeld. In dit juridisch vacuüm
- Civiel recht overigKort gedingDe voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat tussen partijen een mondelinge koopovereenkomst tot…
Rechtbank Arnhem|20 maart 2006|ECLI:NL:RBARN:2006:AW2754
BW. Deze stelling is gelet op het bepaalde in artikel 3:39 BW op zichzelf juist. Uit de parlementaire geschiedenis van het wetsvoorstel inzake de koop van onroerende zaken blijkt echter
- Civiel recht overigKort gedingKoop van een recreatiewoning. Ook voor de overeenkomst tot koop van een recreatiewoning geldt het…
Rechtbank Leeuwarden|29 juni 2006|ECLI:NL:RBLEE:2006:AX9937
BW gestelde vormvereiste van schriftelijkheid, is een eventuele koopovereenkomst op grond van artikel 3:39 BW nietig. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt echter dat de nietigheid van de koop niet met zich
- Civiel recht overigOndernemingsrecht. Geschil tussen de curator in het faillissement van een holdingvennootschap en…
Parket bij de Hoge Raad|14 juli 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AV6954
impliciete besluit; van een vormfout die geen consequenties zou hebben is, gelet op art. 3:39 BW, geen sprake. Het beroep dat de bank in deze heeft gedaan op de redelijkheid
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.