5 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|6 juni 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AD3578
geen bestanddeel is van de (zeer vele) percelen waar het in ligt (zie art. 3:4 BW), nu niet gezegd kan worden dat die percelen incompleet zouden zijn zonder kabel. 2.2 Volgens … zijn niet mogelijk. Om volgens verkeersopvatting bestanddeel te zijn (in de zin van art. 3:4 BW) moet het bestanddeel zodanig onderdeel uitmaken van een hoofdzaak (roerend of onroerend) dat die hoofdzaak
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|6 juni 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AD3591
geen bestanddeel is van de (zeer vele) percelen waar het in ligt (zie art. 3:4 BW), nu niet gezegd kan worden dat die percelen incompleet zouden zijn zonder kabel. 2.2 Volgens … zijn niet mogelijk. Om volgens verkeersopvatting bestanddeel te zijn (in de zin van art. 3:4 BW) moet het bestanddeel zodanig onderdeel uitmaken van een hoofdzaak (roerend of onroerend) dat die hoofdzaak
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 februari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF0131
deze steiger moet worden beschouwd als een bestanddeel in de zin van art. 3:4 BW van het aan hem in eigendom toebehorende perceel; hij vordert - in conventie - een verklaring voor recht … geen bestanddeel is van de onroerende zaak van [eiser] in de zin van art. 3:4 BW. Het Hof tekende daarbij aan dat hetgeen [eiser] daarover in hoger beroep nog te berde
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|28 februari 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF0131
geen bestanddeel is van de onroerende zaak van [eiser] in de zin van art. 3:4 BW. Voor de motivering van dit oordeel heeft het Hof verwezen naar het vonnis
- Civiel recht overig31 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C01/252HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [eiser…
Parket bij de Hoge Raad|31 oktober 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AI0261
worden dat een over de perceelsgrens aan een pand gebouwde aanbouw die krachtens art. 3:4 BW door horizontale natrekking als bestanddeel van dat pand moet worden aangemerkt, weliswaar in zijn geheel
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.