9 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|6 december 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE4473Aangehaald in 6 uitspraken
vormen, is de overeenkomst tussen belanghebbende en zijn medewerkers nietig op grond van artikel 3:40 BW en ontbreekt de basis voor de heffing van loonbelasting. 3.4. Het is inderdaad
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank Roermond · Eerste aanleg - meervoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Roermond|19 december 2002|ECLI:NL:RBROE:2002:AF2186
eiseres]. 4. De eventuele overeenkomst is nietig op grond van het bepaalde in art. 3:40 BW. 5. Voor het instellen van een vordering is recht en belang nodig. [eiseres] heeft geen … BW niet van toepassing is. Het desbetreffende verweer wordt daarom verworpen. Staat art. 3:40 BW aan toewijzing in de weg? 4.8 De rechtbank stelt de sluiting van een overeenkomst tussen partijen
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|6 december 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4473
goede zeden (lid 1). Het beroep van de fiscus op lid 3 van art. 3:40 BW (geen nietigheid bij strijd met een wetsbepaling die niet gericht is op aantasting van daarmee … goede zeden door de uitzonderingen van de leden 2 en 3 van art. 3:40 BW ook toe te passen op rechtshandelingen die in strijd zijn met de openbare orde
- SocialezekerheidsrechtHoger beroepCentrale Raad van Beroep · Hoger beroep · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep|21 februari 2002|ECLI:NL:CRVB:2002:AE0172
moment is geen sprake meer van een arbeidsovereenkomst, die op grond van artikel 3:40 BW nietig is in verband met strijd met de openbare orde. Hierbij stelt appellant zich
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Arnhem · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Arnhem|7 mei 2002|ECLI:NL:GHARN:2002:AE3214
strijd met de openbare orde en derhalve ingevolge het bepaalde in artikel 3:40 BW nietig. Dat brengt mee dat onder vernietiging van het bestreden vonnis de vordering alsnog zal worden toegewezen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9341
hier mogelijk sprake is geweest van een overeenkomst, die op grond van art. 3:40 BW als nietig moet worden aangemerkt." 1.4. De verkoper heeft hoger beroep ingesteld, maar vergeefs. Bij arrest
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank Haarlem · Eerste aanleg - meervoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Haarlem|19 november 2002|ECLI:NL:RBHAA:2002:AF1849
genoemde bepalingen dan ook moeten worden vastgesteld aan de hand van de in art. 3:40 BW gegeven regeling. Onderscheid 4.6 Het gegeven dat de CAO een expliciete leeftijd noemt waarop
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Maastricht · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Maastricht|31 december 2002|ECLI:NL:RBMAA:2002:AF2702
vraag of het betoog van BVZ niet reeds afstuit op lid 3 van artikel 3: 40 BW kan, gelet op het voorgaande, onbeantwoord blijven. 3.6 In de tweede plaats meent
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|13 september 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE2379
C01/002 Mr. Keus Zitting 3 mei 2002 Conclusie inzake: Midden Nederland Onroerend
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.