20 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigGeschil in het faillissement van een pandgever omtrent de mogelijkheid tot verrekening door een debiteur van…
Parket bij de Hoge Raad|18 november 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT9061
pandhouder (bank) een beroep toekomt op art. 6:136 BW, strekking van art. 53 lid 3 Fw., verweermiddelen van debiteur van de verpande vordering, bescherming … inmiddels failliet verklaarde pandgever, gaat het om de vraag of art. 53 lid 3 Fw in de weg staat aan toepassing door de rechter van art. 6:136 BW. 2. Voor zover
- Civiel recht overigCassatieGeschil in het faillissement van een pandgever omtrent de mogelijkheid tot verrekening door een debiteur van…
Hoge Raad|18 november 2005|ECLI:NL:HR:2005:AT9061Aangehaald in 5 uitspraken
pandhouder (bank) een beroep toekomt op art. 6:136 BW, strekking van art. 53 lid 3 Fw., verweermiddelen van debiteur van de verpande vordering, bescherming
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigDe schepeling had een voorrecht ex artikel 8:211 aanhef en sub b BW boven hypotheekhouders op de schepen (zie…
Rechtbank Amsterdam|28 december 2005|ECLI:NL:RBAMS:2005:AU9727
curator heeft i.v.m. de verkoop van die schepen door/t.b.v. hypotheekhouders art. 57 lid 3 Fw niet in acht genomen en heeft daarmee onzorgvuldig jegens de schepeling gehandeld … artikel 8:219 lid 1 BW. 2.4. B had als curator ex artikel 57 lid 3 Fw de belangen van de bevoorrechte schuldeisers in het faillissement moeten behartigen, omdat deze crediteuren vanwege
- InsolventierechtWSNP, verzoek tot opheffing van een op een ingetrokken surséance van betaling gevolgd faillissement (art. 242…
Parket bij de Hoge Raad|14 oktober 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT6856
toepassing van de schuldsaneringsregeling. De schuldenaar heeft zich daarbij beroepen op art. 15b jo. art. 3 Fw. 3. De rechtbank heeft het verzoek bij uitspraak van 28 september 2004 afgewezen op grond … blijkt uit de tekst daarvan bezien in samenhang met tekst en wetsgeschiedenis van art. 3 Fw - slechts geschreven voor gevallen waarin het faillissement is uitgesproken op eigen aangifte van de schuldenaar
- Insolventierecht30 september 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/110HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|30 september 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT6373
arrest van het hof (tijdig; zie art. 355 lid 2 jo. art. 342 lid 3 Fw) in cassatie gekomen met een uit vijf onderdelen opgebouwd middel. 9. Het eerste, tweede en derde … niet vrij stond de door de rechtbank gekozen grondslag (art. 350 lid 3 Fw) te verlaten en zelf te kiezen voor de toepasselijkheid van art. 354 leden 1 en 2 Fw
- Insolventierecht25 maart 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/044HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1…
Parket bij de Hoge Raad|25 maart 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS2047
arrest van het hof (tijdig; zie art. 355 lid 2 jo. 342 lid 3 Fw) in cassatie gekomen met twee middelen. 10. Middel 1 verwijt het hof ten onrechte te hebben nagelaten … verklaart de bepalingen van art. 341 lid 2, 3 en 6 en art. 342 lid 3 Fw van toepassing. Geen van deze bepalingen schrijft voor dat in hoger beroep de bewindvoerder dient
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigVerklaringsprocedure ex art. 477 a Rv. Vordering tot afdracht door derde-beslagene (nog) niet toewijsbaar…
Rechtbank Maastricht|20 juli 2005|ECLI:NL:RBMAA:2005:AV0707
situatie als bedoeld in artikel 301, lid 2, Fw (verval beslag) of 301, lid 3, Fw (herleving beslag). De rechtbank zal de zaak naar de parkeerrol verwijzen, waarna de meest gerede partij … verzoeken voor voortprocederen. Indien Randstad vonnis vraagt en de situatie van artikel 301, lid 3, Fw zich niet voordoet, zal haar vordering worden afgewezen, waarbij over de proceskosten zal worden beslist
- Insolventierecht11 maart 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/052HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|11 maart 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR7932
rechter maakt, nu de rechter bij de toepassing van de beëindigingsgronden van art. 350 lid 3 Fw een discretionaire bevoegdheid heeft(3), maar die afweging hoeft niet in het voordeel … Hoge Raad is ingekomen (art. 351 lid 2 jo art. 342 lid 3 Fw jo art. 1 lid 1 Algemene termijnenwet). 2 De memorie van toelichting is ten aanzien
- InsolventierechtWSNP, beëindiging van de schuldsaneringsregeling op de voet van art. 354 lid 1 F. zonder aan de schuldenaar…
Parket bij de Hoge Raad|4 november 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT5574
tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, buiten beschouwing kan blijven (art. 354 lid 3 Fw)(4). Daarbij is de rechtbank niet van enige voordracht van de rechter-commissaris of verzoek … derhalve tijdig ter griffie van de Hoge Raad ingekomen (art. 355 jo 342 lid 3 Fw). 3 Zie het dictum van het vonnis van 29 september 2004, eerste gedachtestreepje. 4 Zie over
- InsolventierechtCassatieWSNP, verzoek tot opheffing van een op een ingetrokken surséance van betaling gevolgd faillissement (art. 242…
Hoge Raad|14 oktober 2005|ECLI:NL:HR:2005:AT6856
blijkt uit de tekst daarvan bezien in samenhang met tekst en wetsgeschiedenis van artikel 3 Fw - slechts geschreven voor gevallen waarin het faillissement is uitgesproken op eigen aangifte van de schuldenaar
- InsolventierechtHoger beroepHoger beroep inzake herstelbeschikking art. 31 Rv niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding Het hof is…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|8 maart 2005|ECLI:NL:GHSHE:2005:AT2442
hoger beroep. Aan beantwoording van de vraag of het bepaalde in artikel 15, lid 3, Fw in de weg staat aan het ingestelde hoger beroep, komt het hof derhalve niet
- Civiel recht overigHoger beroepEnkel het indienen van een verzoekschrift maakt het verzoek aanhangig.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|28 april 2005|ECLI:NL:GHSHE:2005:AU3012
derhalve na het verstrijken van de 14 dagen termijn in de zin van artikel 3 Fw - een verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling bij de rechtbank ingediend. Aannemelijk geworden
- InsolventierechtFaillissementszaak, toestand dat een schuldenaar heeft opgehouden te betalen; pluraliteitsvereiste…
Parket bij de Hoge Raad|9 december 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AU2864
heeft geoordeeld, ten aanzien van Tasc niet is voldaan aan de door art. 6 lid 3 Fw gestelde vereisten voor faillietverklaring, zonder dat het onderdeel aangeeft in welk opzicht het hof, door
- Civiel recht overigHoger beroepMet de curator is het hof van mening dat hieruit blijkt dat de curator en de Rabobank afspraken hebben…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|6 september 2005|ECLI:NL:GHSHE:2005:AU5187
Fw. Dit heeft tot gevolg dat het bepaalde in art. 57 lid 3 Fw volledig van kracht is. Zulks houdt in dat de curator niet expliciet behoeft te bedingen
- Insolventierecht9 september 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R05/013HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|9 september 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT8785
doen. 2. Wanneer de schuldenaar hangende een tegen hem gericht faillissementsrekest op grond van artikel 3 Fw in de gelegenheid wordt gesteld een verzoekschrift tot het uitspreken van de toepassing
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigBetaling door bank van rekening met positief saldo na datum faillissement; niet verbintenisrechtelijk maar…
Rechtbank Utrecht|21 september 2005|ECLI:NL:RBUTR:2005:AU3333
Bank stelt tevergeefs dat zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 52 lid 3 Fw. Er is immers geen sprake van een voldoening aan de gefailleerde, maar aan derden ten behoeve
- InsolventierechtWSNP, (tussentijdse) beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder aan de schuldenaar de “schone lei” te…
Parket bij de Hoge Raad|11 november 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AU5976
cassatietermijn bedraagt 8 dagen (art. 355 lid 2 Fw in verbinding met art. 342 lid 3 Fw). 6 Met "[betrokkene 1]" is kennelijk bedoeld [betrokkene 1]; zie de kennisgeving van de Rechtbank
- Insolventierecht8 april 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R03/151HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|8 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS5949
vermogen van de echtgenoot, anders dan in het geval van art. 284 lid 3 Fw, al is getroffen door het faillissement
- Insolventierecht8 juli 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/103HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoeker]…
Parket bij de Hoge Raad|8 juli 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT4555
termijn van acht dagen zoals bedoeld in art. 355 lid 2 jo art. 342 lid 3 Fw. 9 TK 1992-1993, 22 969, nr. 3, blz. 6. 10 Aan de website
- Insolventierecht4 februari 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/008HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|4 februari 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR4483
Fw slechts van procedurele aard is. Dat zou de reden zijn waarom artikel 6 lid 3 Fw niet van toepassing zou zijn, maar ik zie daarvoor, in elk geval waar
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.