29 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- SocialezekerheidsrechtBodemzaakRechtbank Leeuwarden · Bodemzaak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank Leeuwarden|18 september 2001|ECLI:NL:RBLEE:2001:AD3661
jaar of ouder zijn negentig procent van de bijstandsnorm bedraagt. In art. 475d lid 3 Rv is bepaald dat voor zover het echtgenoten of geregistreerde partners betreft, de beslagvrije voet voor … juncto art. 45g ZW. Volgens de Parlementaire Geschiedenis van de totstandkoming van art. 475d lid 3 Rv is "beslag (...) slechts mogelijk tegen een schuldenaar. Of zijn partner mede aansprakelijk is voor zijn
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|2 maart 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB0383
Staat heeft ingebracht. 2.4.4.2. Uit art. 429 h, lid 1, io. art. 429d, lid 3 Rv.(25) volgt dat indiening van een verweerschrift door een procureur moet geschieden.(26). Van overige processtukken … belang dat het voorschrift van art. 429h, lid 1, io. art. 429d, lid 3 Rv. niet van openbare orde is(29). Anders dan art. 133, lid 1, Rv., dat bepaalt
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|3 april 2001|ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1198
Nederlandse rechter evenmin rechtsmacht kan ontlenen aan het bepaalde in art. 126 lid 3 Rv (distributie bepaalt attributie) omdat de Nederlandse rechter bij gebreke van voldoende aanknopingspunten van de vordering van [geà … vooralsnog buiten beschouwing blijven, aangezien reeds op grond van het bepaalde in art. 126 lid 3 Rv de rechtbank te 's-Hertogenbosch als het forum actoris rechtsmacht toekomt. 4.5.2. Het hof verwerpt
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|26 oktober 2001|ECLI:NL:HR:2001:AD2687
ander een uitzondering geldt voor de verplichting tot procureurstelling, neergelegd in art. 429d lid 3 Rv. 4. Beslissing De Hoge Raad: vernietigt de beschikking van het Gerechtshof te Amsterdam van 21 december
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|26 oktober 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD2687
beroep, omdat in deze procedure ingevolge art. 34 lid 6 Wet persoonsregistraties art. 429 lid 3 Rv. niet van toepassing is zodat de Korpsbeheerder niet verplicht was zich door een procureur … stond de wetgever een eenvoudige beroepsgang voor ogen, waarbij het uitzonderen van art. 429d lid 3 Rv. mede werd gebaseerd op het geringe financiële belang van procedures als de onderhavige: "Intussen
- InsolventierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Insolventierecht
Hoge Raad|29 juni 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB2435Aangehaald in 15 uitspraken
eist, heeft deze bepaling een akte op het oog zoals bedoeld in art. 183 lid 3 Rv. Vereist is dus een door de pandgever ondertekend geschrift. In het onderhavige geval wordt niet
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|23 februari 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB0199Aangehaald in 10 uitspraken
23 februari 2001 Eerste Kamer Nr. C99/176HR Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: De maatschap [..], advocaten en notarissen, kantoorhoudende te 's-Gravenhage, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n mr. Hermanus Johannes OVERES, wonende te Groningen, in zijn hoedanigheid van curator in…
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|16 februari 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB0025
klacht dat het Hof daarmee heeft miskend dat ingevolge het bepaalde in art. 67 lid 3 Rv. het gezag van gewijsde niet ambtshalve mag worden toegepast, is gegrond. 3.4 Uit het vorenoverwogene
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Gravenhage · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Gravenhage|7 januari 2001|ECLI:NL:GHSGR:2001:AA9967
beroep. 2. Blijkens het bepaalde in artikel 429o lid 1 Rv. juncto artikel 429d lid 3 Rv., dient de indiening in zaken waarvan een rechterlijk college of zijn president kennis neemt
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Gravenhage · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Gravenhage|22 maart 2001|ECLI:NL:GHSGR:2001:AB1200
Work tegen de vermeerdering van eis, moet daaraan worden voorbijgegaan, daar ingevolge artikel 134, lid 3 Rv. tegen deze beslissing geen hoger beroep openstaat. Genoemde grieven zijn gegrond. Artikel 477a Rv. onderscheidt
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|16 november 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD3978
doen. 3.12 Ik wijs voorts op het volgende. Art. 5 lid 1 onder 3 Rv. bepaalt onder meer dat het exploit van dagvaarding de middelen en het onderwerp van de eis moet
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|2 november 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2736
Dolk is advocaat en procureur te Rotterdam en kan daarom ingevolge art. 407 lid 3 Rv niet door [eiser] c.s. worden aangewezen als advocaat die hen in het onderhavige geding
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|13 juli 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2565
Cassatieregeling voor de Nederlandse Antillen, in samenhang met 426a, lid 1, Rv. (art. 407, lid 3, Rv.), vereist, ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad(1). Dit betekent dat [verzoekster
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Dordrecht · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Dordrecht|12 april 2001|ECLI:NL:RBDOR:2001:AB1029
haar vordering zoals weergegeven onder r.o. 7 sub c, gebaseerd op artikel 557a lid 3 Rv, voor zover het de termijn van een jaar betreft. Nu van een verdergaand (spoedeisend) belang niet
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Dordrecht · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Dordrecht|12 april 2001|ECLI:NL:RBDOR:2001:AB1422
haar vordering zoals weergegeven onder r.o. 7 sub c, gebaseerd op artikel 557a lid 3 Rv, voor zover het de termijn van een jaar betreft. Nu van een verdergaand (spoedeisend) belang niet
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|16 november 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD5353
kennelijk vervaardigd door een advocaat die niet behoort tot de in art. 407 lid 3 Rv. genoemde categorie.(4) Het zou m.i. - zeker in dit soort zaken - aanbeveling verdienen hieraan een niet
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|23 februari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB0199
grondslag van het cassatieberoep betreft, gebon den aan het voorschrift van art. 419 lid 3 Rv. Dit brengt mee dat de Hoge Raad gebonden is aan hetgeen in de bestreden uitspraak
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Arnhem · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Arnhem|6 september 2001|ECLI:NL:RBARN:2001:AD3419
termijn voor het aanhangig maken van de hoofdzaak in de zin van art. 700 lid 3 Rv is 14 dagen. Nu de dagvaarding in kort geding op 23 juli 2001 is uitgebracht
- Personen- en familierechtHerzieningRechtbank 's-Hertogenbosch · Herziening · Personen- en familierecht
Rechtbank 's-Hertogenbosch|5 april 2001|ECLI:NL:RBSHE:2001:AB2394
zijdens eiser geen sprake is van een overmachtsituatie in de zin van artikel 598f sub 3 Rv, er is simpelweg sprake van betalingsonwil. Het door eiser overgelegde verslag van de heer W.J.M
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Arnhem · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Arnhem|22 oktober 2001|ECLI:NL:RBARN:2001:AD4720
worden toegewezen met inbegrip van de gevorderde bepaling in de zin van art. 557a lid 3 Rv. Als de in het ongelijk gestelde partij zullen H. en de overige gedaagden
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.