Zoekresultaten

Voor “"3 Rv"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

38 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Personen- en familierecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht

    Parket bij de Hoge Raad27 september 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE4041

    gelet op het bepaalde in art. 429 lid 3 (oud, thans art. 358 lid 3) Rv, hoger beroep openstaat van een beschikking waarbij de Rechtbank op een verzoek tot het treffen … omgangsregeling, een tussenbeschikking is (r.o. 4), zodat daarvan ingevolge het bepaalde in art. 429n lid 3 Rv afzonderlijk hoger beroep niet is toegestaan, nu de rechter niet anders heeft bepaald

  • Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudig
    Gerechtshof Arnhem · Eerste aanleg - meervoudig · Civiel recht overig

    Gerechtshof Arnhem20 augustus 2002ECLI:NL:GHARN:2002:AE7813

    vereiste dat een eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 700 lid 3 Rv. wordt ingesteld, alsmede omtrent de vraag of de Ontvanger gehouden is tot uitbetaling aan [eiseres … worden als het instellen van een eis in de hoofdzaak ingevolge art. 700 lid 3 Rv., waarbij hij opmerkt dat zich ook gevallen voordoen waarin geen eis in de hoofdzaak behoeft

  • Civiel recht overigKort geding
    Rechtbank Middelburg · Kort geding · Civiel recht overig

    Rechtbank Middelburg1 oktober 2002ECLI:NL:RBMID:2002:AF0601

    stellen met het instellen van de eis in de hoofdzaak ex. artikel 700 lid 3 Rv. Vordering niet tijdig ingesteld met als gevolg dat beslag vervallen is. RECHTBANK MIDDELBURG Sector civiel recht … eisers vervallen omdat zij niet tijdig een eis in de hoofdzaak ex artikel 700 lid 3 Rv heeft ingesteld. De conclusie tot voeging kan niet als een dergelijke eis worden gezien. Eisers

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig

    Gerechtshof 's-Hertogenbosch22 oktober 2002ECLI:NL:GHSHE:2002:AF0954

    dwangbevelen plaats te vinden op de wijze zoals geregeld in artikel 4 aanhef en sub 3 Rv (oud) en niet, zoals [appellante] meent, op de wijze van artikel 4 aanhef … betekening van het dwangbevel heeft plaatsgevonden op de wijze van artikel 4 aanhef en sub 3 Rv (oud). 4.7.5 Betekening van het dwangbevel heeft voorts plaatsgevonden op 18 augustus

  • Civiel recht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

    Hoge Raad22 november 2002ECLI:NL:HR:2002:AE9245

    verplichting tot procureurstelling, neergelegd in art. 429d lid 3 (oud) Rv. (thans art. 278 lid 3 Rv.). 4. Beslissing De Hoge Raad: vernietigt de beschikking van het Gerechtshof te Arnhem

  • InsolventierechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Insolventierecht

    Hoge Raad12 juli 2002ECLI:NL:HR:2002:AE3344

    bestaat gelet op het bepaalde in de (huidige) artikelen 337 lid 2 en 358 lid 3 Rv. Het Hof heeft voorts (in rov. 4.6) het standpunt van de schuldenaren verworpen

  • Personen- en familierecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht

    Parket bij de Hoge Raad25 januari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD6103

    Snijders/Wendels, 2e druk blz. 308. 9 Art. 429o lid 2 en lid 3 Rv. werden in (het ingetrokken) wetsvoorstel 24 651 overgebracht naar art. 359 lid 2 en 3 Rv

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad13 september 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE4357

    kort geding niet als eis in de hoofdzaak in de zin van art. 700 lid 3 Rv heeft te gelden - van het hof niet hebben uitgelokt of verdedigd, is er reden … Kort gezegd: (i) uit het afschrift van het vonnis dat ingevolge art. 260 lid 3 Rv tegelijk met de in lid 1 bedoelde verklaring moet worden overgelegd, blijkt dit moment van betekening

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad3 mei 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD9588

    redenen is omkleed. 9) Deze klachten falen omdat zij de wijze waarop art. 419 lid 3 Rv volgens de rechtspraak van de Hoge Raad dient te worden toegepast, miskennen. Op grond … 3 Rv is de Hoge Raad gebonden aan hetgeen in de bestreden uitspraak omtrent de feiten is vastgesteld. Deze regel houdt in dat de juistheid van de vaststelling van feiten

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad14 juni 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE0658

    genoemd, nog daargelaten dat deze praktijk niet spoort met de wet (thans art. 88 lid 3 Rv., destijds art. 19a lid 3 Rv.) 4 Maar in verband met de hierna te bespreken

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad8 maart 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD8170

    Nederlandse rechter - ook zonder het onderhavige beslag - reeds uit hoofde van artikel 126 lid 3 Rv bevoegd zou zijn geweest over de onderhavige zaak te oordelen, laat dat onverlet

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad22 november 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE9245

    verplichting tot procureurstelling neergelegd in art. 429d lid 3 (oud) Rv. (thans art. 278 lid 3 Rv.). Vóór de inwerkingtreding van genoemde wet van 5 april 2001 gold eveneens dat het verzoekschrift

  • Socialezekerheidsrecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Socialezekerheidsrecht

    Parket bij de Hoge Raad18 januari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD6630

    Rechtbank (tijdig; zie art. 66 (oud) ABW jo. art. 426 lid 2 en 3 Rv) in cassatie gekomen met twee middelen. De Gemeente heeft geen verweerschrift in cassatie ingediend. 4. Middel

  • Personen- en familierechtHoger beroep
    Gerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Personen- en familierecht

    Gerechtshof Leeuwarden21 augustus 2002ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6655

    rechter heeft in de bestreden tussenbeschikking, overeenkomstig het bepaalde in artikel 358 lid 3 Rv bepaald dat van de tussenbeschikking afzonderlijk hoger beroep is toegelaten. Mitsdien kan de man worden ontvangen

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad1 maart 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD9149

    titel; de inhoud van art. 429d lid 3 (oud) komt terug in art. 278 lid 3 Rv. Op dit cassatierekest, ingediend vóór 1 januari 2002, zijn nog de oude bepalingen van toepassing

  • Personen- en familierechtHoger beroep
    Gerechtshof 's-Gravenhage · Hoger beroep · Personen- en familierecht

    Gerechtshof 's-Gravenhage6 december 2002ECLI:NL:GHSGR:2002:AF8745

    appèl ontvankelijk is - in weerwil van het bepaalde van artikel 429n lid 3 Rv(oud) - omdat door de vrouw principaal appèl is ingesteld tegen de deelbeschikking. 4. Het hof is van oordeel

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad12 april 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD9117

    wordt incidenteel appèl ingesteld dan kan de incidenteel verweerder daarop uiteraard reageren (art. 347 lid 3 Rv.). Hij pleegt dat vanzelfsprekend ook te doen. Daarom is er geen goede grond

  • Insolventierecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht

    Parket bij de Hoge Raad12 juli 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE3344

    beginsel van uitsluiting van tussentijds hoger beroep opgenomen in art. 358 lid 3 Rv voor rekestprocedures. Eenzelfde regel geldt sinds 1 januari 2002 voor rolprocedures: zie art. 337 lid 2 Rv

  • Personen- en familierecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht

    Parket bij de Hoge Raad11 oktober 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE5145

    documentatie die daarvoor wordt ingebracht, neerkomt op (louter) feitelijke beoordeling, die krachtens art. 419 lid 3 Rv in cassatie niet kan worden herbeoordeeld. De tweede hindernis wordt gevormd door de in bestendige

  • Civiel recht overigKort geding
    Rechtbank Maastricht · Kort geding · Civiel recht overig

    Rechtbank Maastricht17 december 2002ECLI:NL:RBMAA:2002:AF2234

    bespreking meer, nog daargelaten dat de eiswijziging afstuit op het bepaalde in artikel 130 lid 3 Rv. 3.6 De eerste zin van de vorige overweging bezegelt intussen

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.