48 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overig3 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/294HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE…
Parket bij de Hoge Raad|3 oktober 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AI0347
door het instellen van een "eis in de hoofdzaak" als bedoeld in art. 700 lid 3 Rv. oud nu het opleggen van een belastingaanslag hiermee niet kan worden gelijk gesteld. De (naheffings … beslag behoeft te worden gevorderd(8). 2.2 Het hier toepasselijke art. 700 lid 3 Rv. oud schrijft voor dat, tenzij op het tijdstip van het verlof voor het leggen van conservatoir beslag
- Civiel recht overigHoger beroepIngevolge het bepaalde in artikel 700 lid 3 derde volzin Rv is geen hogere voorziening toegelaten tegen de…
Gerechtshof Leeuwarden|31 juli 2003|ECLI:NL:GHLEE:2003:AI0708
hoofdzaak -overeenkomstig het bepaalde in de tweede volzin van artikel 700 lid 3 Rv- wordt verlengd. [appellanten] stellen evenwel dat zij in hun hoger beroep ontvankelijk behoren te worden verklaard. Zij voeren … hoofdzaak -overeenkomstig het bepaalde in de tweede volzin van artikel 700 lid 3 Rv- wordt verlengd. 9. [appellanten] stellen evenwel dat zij in hun hoger beroep ontvankelijk behoren te worden verklaard
- Civiel recht overigRaadkamerVoorzieningenrekest. Een verzoek tot het verkrijgen van toestemming voor onderhandse verkoop van het…
Rechtbank 's-Hertogenbosch|12 juni 2003|ECLI:NL:RBSHE:2003:AH8561
uitsluitend worden gedaan indien gelijktijdig de door artikel 548 lid 2 en lid 3 Rv vereiste bescheiden worden overgelegd. RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH BESCHIKKING Zaaknummer : 96077 / BP RK 03-759 Datum beschikking
- Civiel recht overigCassatie17 januari 2003 Eerste Kamer Nr. C02/273HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Hoge Raad|17 januari 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF1568
vaststellen (in de uitvoeringswetgeving) van een regeling die thans is neergelegd in art. 56 lid 3 Rv. en die als volgt luidt: "Wanneer de betekening binnen een bepaalde termijn moet worden verricht … Tegen de achtergrond van het in de EG-betekeningsverordening gekozen stelsel moet art. 56 lid 3 Rv. aldus worden uitgelegd dat in de door de verordening bestreken gevallen de betekening
- Civiel recht overigHoger beroep kort geding[appellant] heeft [geïntimeerde] in kort geding doen dagvaarden bij de voorzieningenrechter van de rechtbank…
Gerechtshof Arnhem|2 september 2003|ECLI:NL:GHARN:2003:AJ9990
cursivering, hof), derhalve voor een bedrag van € 54.453,60. 4.3 Artikel 611a lid 3 Rv stelt voor het verbeuren van de dwangsom het vereiste van de betekening van de uitspraak, teneinde … overtreding per dag, zodat door deze betekening aan de beschermingsstrekking van artikel 611a lid 3 Rv is voldaan. Artikel 31 lid 3 Rv staat ook toe dat de executie
- Civiel recht overig17 januari 2003 Eerste Kamer Nr. C02/273HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Parket bij de Hoge Raad|17 januari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF1568
daarvan van belang zijnde) betekening overeenkomstig art. 63 lid 1 Rv, nodig. Art. 56 lid 3 Rv, dat bij art. 10 Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening is vastgesteld, luidt als volgt: "3. Wanneer … verordening zendt ter betekening aan de betrokkene." De wetgever heeft met art. 56 lid 3 Rv gebruik gemaakt van de ruimte die de EG-betekeningsverordening met betrekking tot het "dateren" van betekeningen
- Personen- en familierecht10 oktober 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/095HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|10 oktober 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AL8115
inleidend verzoekschrift ten kantore van de procureur als bedoeld in art 278 lid 3 Rv. 2.5 In het echtscheidingsprocesrecht van art. 815 e.v. Rv. daarentegen dient de verzoeker in eerste aanleg … herstel moest worden gegeven, aldus het onderdeel. 2.11 Volgens het voorschrift van art. 816 lid 3 Rv. zijn op de betekening van het verzoekschrift de artikelen 120 en 121 Rv. van overeenkomstige
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|2 mei 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF5892
ongewijzigd overgenomen in de art. 233 tot en met 235(11). 2.2 Art. 233 lid 3 Rv. bepaalt thans dat de rechter aan de uitvoerbaarverklaring bij voorraad de voorwaarde kan verbinden … titel beschikte. Juist voor deze gevallen is, aldus Zwalve, de regeling van art. 53 lid 3 Rv. (oud) - art. 233 lid 3 Rv. - bedoeld(26). 2.17 Het onbetamelijke in het arrest Ontvanger/Hamm
- Personen- en familierechtCassatie10 oktober 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/095HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Hoge Raad|10 oktober 2003|ECLI:NL:HR:2003:AL8115
opvatting uitgaat, faalt derhalve. 3.4 Onderdeel 2 wordt evenwel terecht voorgesteld. Ingevolge art. 816 lid 3 Rv. zijn de art. 120 en 121 Rv. van overeenkomstige toepassing indien het exploot van betekening … zijn kosten te herstellen. Indien de rechtbank op de voet van art. 121 lid 3 Rv. zou hebben geoordeeld dat aannemelijk is dat het exploot de vrouw als gevolg van het gebrek
- Civiel recht overigCassatie3 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/294HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE…
Hoge Raad|3 oktober 2003|ECLI:NL:HR:2003:AI0347Aangehaald in 9 uitspraken
worden aangemerkt als eis in de hoofdzaak in de zin van art. 700 lid 3 Rv. Tegen deze aanslag kan bezwaar worden gemaakt bij de inspecteur en tegen diens uitspraak … worden aangemerkt als eis in de hoofdzaak in de zin van art. 700 lid 3 Rv. Zoals hiervoor overwogen is die bedoeling immers dat binnen de termijn die daartoe wordt gesteld door
- Personen- en familierechtCassatie5 september 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/088HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1…
Hoge Raad|5 september 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF8578
toepassing worden geacht en kan de rechter derhalve met overeenkomstige toepassing van art. 986 lid 3 Rv. legalisatie van de overgelegde huwelijksverklaring verlangen. Anders dan in het middel wordt betoogd, staan … geweigerd, brengt het discretionaire karakter van het van overeenkomstige toepassing zijnde art. 986 lid 3 Rv. mee, dat de rechter de vrijheid heeft om toch te oordelen dat is komen vast
- Personen- en familierechtEerste aanleg - meervoudigErfrecht: in een procedure tot wijziging van een testamentaire last zijn erfgenamen geen belanghebben in de…
Rechtbank Arnhem|29 oktober 2003|ECLI:NL:RBARN:2003:AN9188
zelf is niet aangegeven wie als belang-hebbende in de zin van boek 1 titel 3 Rv. moet worden beschouwd. Dit moet voor ieder type verzoek-schrift-procedure worden afgeleid … wijziging van een testamentaire last een belanghebbende is in de zin van boek titel 3 Rv., acht de recht-bank onder meer van belang dat er bij het nieuwe erf-recht uitdrukkelijk
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|14 maart 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF2834
geen inkomen of vermogen heeft, niet zonder meer betekent dat de in art. 598f lid 3 Rv (oud) bedoelde onmacht zich voordoet. Het kan immers zijn dat de tot onderhoud verplichte niet … weergegeven in rov. 3.4, en aangemerkt als een beroep op de in art. 598f sub 3 Rv (oud) genoemde grond (rov. 3.5). De president achtte evenwel voorshands niet aannemelijk geworden dat sprake
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|2 mei 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF3431
bestond er de mogelijkheid van een reactie als bedoeld in artikel 347 lid 3 Rv. (oud) voor het geval dat een geïntimeerde incidenteel appelleerde of een exceptie tegen het principaal beroep aanvoerde … reken. Ik wil hierbij aansluiting zoeken bij het bepaalde in het huidige artikel 132 lid 3 Rv. dat - ook voor de procedure in hoger beroep (art. 353 Rv.) - voorschrijft dat de rechter
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|4 april 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF2828
thans een, op de rechtens voorgeschreven wijze, ingesteld incidenteel beroep niet vervallen (art. 339 lid 3 Rv. oud)(14). 3.3 In het verleden werd aanvankelijk de mogelijkheid tot het instellen van incidenteel
- Civiel recht overigHoger beroepWeigering bijstandsverlener/gemachtigde in kantonzaken (art. 81 Rv). Onterecht voeren meester-titel. Zie ook…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|15 mei 2003|ECLI:NL:GHSHE:2003:AM5349
aanzien van zaken waarin de rechter, zoals hier, ambtshalve een beschikking geeft. Artikel 278 lid 3 Rv, welke bepaling ingevolge artikel 362 Rv in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is, bepaalt … aard van de beroepsprocedure staat aan de toepasselijkheid van artikel 278 lid 3 Rv niet in de weg. Deze opvatting is wel door prof. mr. O.A.C. Verpaalen verdedigd in zijn boek
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigArbeidsrecht, geen arbeid geen loon, beperking concurrentiebeding
Rechtbank Dordrecht|25 september 2003|ECLI:NL:RBDOR:2003:AL6321
Subsidiair stelt [gedaagde] dat de dagvaarding niet voldoet aan de daaraan ex artikel 111 lid 3 Rv te stellen eisen. [Gedaagde] voert voorts aan de hoofdsom en de wettelijke rente te hebben … betrekking tot het niet voldoen van de dagvaarding aan de eisen van artikel 111 lid 3 Rv zal eveneens worden gepasseerd, nu het bepaalde in artikel 111 lid 3 niet op straffe
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Maastricht · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Maastricht|17 april 2003|ECLI:NL:RBMAA:2003:AF7478
bepalen dat het ten deze te wijzen vonnis conform het bepaalde in artikel 557a lid 3 Rv gedurende één jaar na datum van dit vonnis, althans gedurende een door de voorzieningenrechter … politie en justitie; Bepaalt dat dit vonnis conform het bepaalde in artikel 557a lid 3 Rv gedurende één jaar na betekening van dit vonnis ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|16 mei 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF6208
Rechtbank een rolzitting wordt gehouden, op grond van het bepaalde in art. 82 lid 3 Rv. ter zitting dienen te geschieden. Dat deze indiening achterwege is gebleven, moet aan [eiseres] worden toegerekend
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Gravenhage · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Gravenhage|7 maart 2003|ECLI:NL:GHSGR:2003:AF9008
tijdig bij exploot aan X kenbaar is gemaakt overeenkomstig het bepaalde in artikel 130, lid 3 Rv. 7. X zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.