88 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingNaar het oordeel van het hof kan de primaire vordering van [geïntimeerde] niet worden aangemerkt als een eis…
Gerechtshof Leeuwarden|24 augustus 2005|ECLI:NL:GHLEE:2005:AU1553
worden aangemerkt als een eis in de hoofdzaak in de zin van artikel 700 lid 3 Rv, waarbij het - zo blijkt uit de wetsgeschiedenis - gaat om een procedure waarin de rechter … gelden als een eis in de hoofdzaak in de zin van artikel 700 lid 3 Rv. Daartoe is vereist dat de vordering strekt tot het verkrijgen van een voor tenuitvoerlegging vatbare veroordeling
- Civiel recht overigCassatie18 maart 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/083HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Hoge Raad|18 maart 2005|ECLI:NL:HR:2005:AR8211
griffier heeft deze brief aangemerkt als een verzet op grond van art. 243 lid 3 Rv. De griffier heeft daarop een verweerschrift ingediend en daarin geconcludeerd tot verwerping van het verzet … verzet Op een bij de Hoge Raad ingesteld verzet op grond van art. 243 lid 3 Rv. is art. 278 lid 3 Rv. van overeenkomstige toepassing. Het kan derhalve slechts worden ingesteld
- Civiel recht overigCassatie1 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/022HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van:[De vrouw]…
Hoge Raad|1 april 2005|ECLI:NL:HR:2005:AS5824Aangehaald in 9 uitspraken
conclusie was genomen, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv., bij de Hoge Raad is ingekomen, heeft de Hoge Raad deze brief terzijde gelegd. 3 … derde klacht faalt, nu deze berust op de onjuiste opvatting dat art. 69 lid 3 Rv. ruimte biedt om in een geval als het onderhavige, waarin - aldus de klacht - voldoende connexiteit tussen
- Civiel recht overigCassatie11 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C03/313HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: COÖPERATIEVE…
Hoge Raad|11 maart 2005|ECLI:NL:HR:2005:AS2619Aangehaald in 7 uitspraken
heeft daarbij overwogen dat [betrokkene 1] en Eastside op grond van art. 486 lid 3 Rv. geacht worden de aanmelding van hun vorderingen te hebben ingetrokken. 3.3 De Rabobank heeft onder aanvoeren … geoordeeld (rov. 1) dat hun verweer in verband met het toepasselijke art. 486 lid 3 Rv., op grond waarvan [betrokkene 1] geacht moet worden zijn tegenspraak tegen de vorderingen van de Rabobank
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigWil een partij ontvangen kunnen worden in haar beroep op onbevoegdheid van de rechter bij wie een geschil…
Rechtbank 's-Hertogenbosch|20 juli 2005|ECLI:NL:RBSHE:2005:AT9857
naar voren te brengen. [de man] heeft dat niet gedaan, hetgeen ingevolge artikel 128 lid 3 Rv. en 203 lid 3 Rv. ertoe leidt dat de exceptie van onbevoegdheid niet meer … onttrekken. Ten slotte stelt Martens dat [de man] op grond van artikel 128 lid 3 Rv. reeds in zijn conclusie van 7 juli 2004 voor antwoord in de hoofdzaak had dienen
- Civiel recht overig1 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/051HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|1 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS2812
Verweerster] heeft aangevoerd dat de cassatiedagvaarding nietig is, omdat [eiser] niet overeenkomstig art. 407 lid 3 Rv een advocaat bij de Hoge Raad heeft aangewezen. 2.2 Art. 407 lid 3 Rv bepaalt … geding in cassatie zou vertegenwoordigen. Daarmee is aan het vereiste van art. 407 lid 3 Rv voldaan. [Eiser] heeft een advocaat bij de Hoge Raad aangewezen, met de uitgesproken bedoeling dat deze
- Civiel recht overigBodemzaakVernietiging arbitraal vonnis. Schending artikel 1057 en 1058 Rv: arbitraal vonnis is niet ondertekend door…
Rechtbank Amsterdam|28 september 2005|ECLI:NL:RBAMS:2005:AU4950
meer) worden hersteld. Dit volgt uit het feit dat op grond van artikel 1064 lid 3 Rv vernietiging van een arbitraal vonnis kan worden gevorderd wegens een gebrek in de ondertekening zodra … beroep open staat. Voorts zijn de drie dagvaardingen uitgebracht binnen de in artikel 1064 lid 3 Rv bedoelde termijn. A en B zijn dus ontvankelijk in hun vorderingen. 5.2 De rechtbank behandelt
- Civiel recht overigHoger beroepVolgens het stelsel van de EG-betekeningsverordening heeft de betekening plaats in de aangezochte lidstaat…
Gerechtshof Amsterdam|21 juli 2005|ECLI:NL:GHAMS:2005:AU5256
voet van de Betekeningsverordening en van artikel 56 leden 2 en 3 Rv, een afschrift of een vertaling van de appèldagvaarding heeft verzonden aan een ontvangende instantie als bedoeld in artikel … partij in acht moet worden genomen. Als uitwerking van deze uitzonderingsregel bepaalt artikel 56 lid 3 Rv dat in het hier bedoelde geval de datum van de verzending van het stuk naar
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigIncident onbevoegdheid ivm arbitrage. Samenloop met vrijwaringsincident.
Rechtbank 's-Hertogenbosch|9 november 2005|ECLI:NL:RBSHE:2005:AU5728
vrijwaring wil oproepen, moet die beide incidentele vorderingen ingevolge het bepaalde in art. 208 lid 3 Rv tegelijk instellen. Onder de in dat artikel gebruikte term "incidentele vorderingen" moet immers worden verstaan … vallen ook exceptieve verweren met dat karakter. De sanctie op overtreding van art. 208 lid 3 Rv is blijkens de bedoelingen van de wetgever een proceskostenveroordeling. 3. De beslissing De rechtbank
- Civiel recht overigHoger beroepAppel tegen afwijzing voorlopig getuigenverhoor. Het Hof deelt niet opvatting van de rechtbank dat, in het…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|26 september 2005|ECLI:NL:GHSHE:2005:AU6826
rechtbank inderdaad terughoudend had kunnen zijn, gelet op het bepaalde in artikel 1022 lid 3 Rv. 4.6.2. Nu [X] c.s. aan de kantonrechter de benoeming van bindend adviseurs hebben gevraagd, en inmiddels … maart 1990, NJ 1990/620. Dit gegeven roept aanstonds de vraag op of artikel 1022 lid 3 Rv wellicht analoog moet worden toegepast. Daarvan zou sprake kunnen zijn als de bindend adviesprocedure
- Civiel recht overig25 februari 2005 Eerste Kamer Nr. C04/113HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|25 februari 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR6202
Door de verbetering verliest de grosse die de fout bevatte haar kracht (art. 31 lid 3 Rv.). Het verbeterde deel van de uitspraak treedt met terugwerkende kracht in de plaats … gelegen in de aanloop tot de weerslag, de beslissing als genoemd in art. 59 onder 3 Rv. oud. Zie ook Hugenholtz/Heemskerk, 20e druk, 2002, nr. 114: Het oordeel over de rechtsbetreking
- Civiel recht overig10 juni 2005 Eerste Kamer Nr. C04/111HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: MODUS…
Parket bij de Hoge Raad|10 juni 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT4065
algemeen de veroordeelde, doordat het verstekvonnis aan hem betekend moet worden (art. 430 lid 3 Rv), vervolgens ook het beslagexploot binnen acht dagen na het leggen van het derdenbeslag aan hem betekend … verstrijken van vier weken na de beslaglegging door de derdebeslagene gedane verklaring (art. 476b lid 3 Rv), voldoende gelegenheid zal hebben de aangevangen tenuitvoerlegging van het verstekvonnis te beletten voordat de derdebeslagene
- Civiel recht overigKort gedingVast staat dat gedaagden het onderhavige pand, althans een gedeelte daarvan, zonder recht of titel in gebruik…
Rechtbank Arnhem|3 november 2005|ECLI:NL:RBARN:2005:AV0532
bewoner(s) niet heeft kunnen achterhalen. De NS heeft derhalve de in artikel 45 lid 3 Rv omschreven wijze van dagvaarden mogen toepassen. Bij de uitvoering daarvan zijn vervolgens de wettelijk vereiste … jaar kan worden tenuitvoergelegd op de wijze als bedoeld in artikel 557 a lid 3 Rv. 5. De NS, [gedaagde[eiser 2 (gevoegd)] en [geda[eiser 3 (gevoegd)] stellen spoedeisend belang
- Civiel recht overigGeschil over de vergoeding van schade door bodemverontreiniging; ontvankelijkheid van beroep in cassatie…
Parket bij de Hoge Raad|25 november 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AU1955
Naar het oordeel van het hof volgt echter uit artikel 255 lid 1 juncto lid 3 Rv (oud) dat hier de procedure niet van rechtswege is geschorst, nu de procedure - waarin immers … dood of verlies van de betrekking van de gestelde procureur), bepaalt art. 255 lid 3 Rv. oud dat het geding in staat van wijzen is "na den afloop der pleidooijen". De gedachte
- Civiel recht overig12 augustus 2005 Eerste Kamer Nr. C04/095HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|12 augustus 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT3477
civiele procedure is - sedert 1 januari 2002 op grond van art. 198 lid 3 Rv. - verplicht mee te werken aan een door de rechter gelast deskundigenonderzoek. Wordt aan deze verplichting niet voldaan … mededeling wordt gedaan aan de wederpartij en de rechter." Buiten rechte is art. 198 lid 3 Rv niet toepasselijk. Wanneer in een geval als het onderhavige een slachtoffer dat vergoeding van letselschade
- Civiel recht overig8 juli 2005 Eerste Kamer Nr. C04/152HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Parket bij de Hoge Raad|8 juli 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT4073
tegen de verandering of vermeerdering van de eis op de voet van art. 134 lid 3 Rv. (oud) geen hogere voorziening openstaat. Hoewel de achtergrond van deze wettelijke regel de gedachte … tegen een eiswijziging wordt gegeven. Dat kan de vraag doen rijzen of art. 134 lid 3 Rv. (oud) uitsluitend van toepassing is indien bij rolbeschikking op het verzet wordt beslist
- Civiel recht overig1 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/022HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van:[De vrouw]…
Parket bij de Hoge Raad|1 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS5824
stuk te verbeteren of aan te vullen. Zo dient de aanlegger ingevolge art. 111 lid 3 Rv. in de dagvaarding de door gedaagde tegen de eis aangevoerde verweren en de gronden daarvoor … derde klacht van het middel behelst het betoog dat art. 69 lid 3 Rv. voldoende ruimte biedt om vragen ten aanzien van het gehele connexe stelsel van verbintenissen in dezelfde (dagvaardings)procedure
- Personen- en familierechtVaderschapsactie, bevel tot medewerking aan een DNA-onderzoek, vereisten (art. 1:207 BW); rechtskracht…
Parket bij de Hoge Raad|9 december 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AU3262
Vaderschapsactie, bevel tot medewerking aan een DNA-onderzoek, vereisten (art. 1:207 BW); rechtskracht beschikking betreffende persoonlijke staat, werking ‘erga omnes’; bewijskracht in deze procedure van in een buiten de beweerde verwekker om gehouden voorlopig getuigenverhoor afgelegde verklaringen; belang in…
- Personen- en familierechtCassatie17 juni 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/095HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De…
Hoge Raad|17 juni 2005|ECLI:NL:HR:2005:AT6529
partijen was verzonden, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv. bij de Hoge Raad is ingekomen, heeft de Hoge Raad deze brief terzijde gelegd. 3
- Personen- en familierechtCassatie17 juni 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/122HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De…
Hoge Raad|17 juni 2005|ECLI:NL:HR:2005:AT6532
partijen was verzonden, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv. bij de Hoge Raad is ingekomen, heeft de Hoge Raad deze brief terzijde gelegd. 3
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.