Zoekresultaten

Voor “"3 Sr"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

12 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad21 mei 2002ECLI:NL:HR:2002:AD9557

    Grenadines het zogenoemde vlagbeginsel, zoals dat naar Nederlands recht is neergelegd in art. 3 Sr. 4.3. Het gaat in deze zaak om de beantwoording van de vraag of de Nederlandse staat rechtsmacht … dergelijk vaartuig niet kan gelden als territoir van dat land, zoals dit in art. 3 Sr tot uitdrukking is gebracht voor de Nederlandse strafwet, welke toepasselijk is op ieder die zich buiten

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad28 mei 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE1194

    delictshandeling te staan dan het vervullen van een zekere hoedanigheid zoals in art. 140 lid 3 Sr is bedoeld. De Hoge Raad heeft steeds genoegen genomen met de omschrijving "hebbende hij, verdachte … argument voor mijn oordeel dat de strafverzwarende omstandigheid van art. 140 lid 3 Sr hier toereikend is omschreven. 6.3. Een ander punt is of het hof het bewezenverklaarde heeft kunnen kwalificeren zoals

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad26 februari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD5368

    indien de daarmee beoogde ontneming alleen zou zijn gebaseerd op art. 36e lid 3 Sr - ook geïndiceerd geweest als geen wederrechtelijk voordeel door dat grondfeit valt aan te tonen. De ontnemingsmaatregel … niet in geslaagd is om de toepassing van de (ontnemingsmaatregel van art. 36e lid 3 Sr) op een rationele wijze vorm te geven." 9 Rb. Middelburg 15 juli

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad5 februari 2002ECLI:NL:HR:2002:AD5235Aangehaald in 48 uitspraken

    kader van dit misdrijf relevant zijn. Anders dan in art. 250ter, eerste lid onder 3°, Sr, waarin het bestanddeel van de minderjarigheid geheel is geobjectiveerd, gaat de dader hier dus niet slechts

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad5 maart 2002ECLI:NL:HR:2002:AD8702

    restaurant hebben verschaft door middel van inklimming, welke - hier aan art. 312, tweede lid sub 3°, Sr ontleende - term, is te verstaan in de daaraan in het normale spraakgebruik toekomende betekenis, geeft

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad28 mei 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE1182

    Nr. 01514/01/P Mr. Machielse Zitting: 19 maart 2002 Conclusie inzake: [Verdachte=de betrokkene] 1. Het gerechtshof te Amsterdam heeft betrokkene bij arrest van 17 juli 2001 de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van fl. 27.950.000,- subsidiair 6 maanden hechtenis. 2.1. De advocaat-generaal…

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad17 september 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE3569

    nadere bewijsoverweging in de Aanvulling van het verkort arrest). Art. 36e lid 2 en lid 3 Sr voorzien ook in het ontnemen van voordeel dat is voortgekomen uit 'soortgelijke feiten' of 'andere

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad19 maart 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD8963

    niet te hebben nu het Hof daarmee ruimschoots boven het in art. 24c lid 3 Sr bepaalde minimum is gebleven. 7. Tevens merk ik op dat de vordering van de benadeelde partijen

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad11 juni 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE2033

    onder 2 Sr. Zie HR 14 september 1999, nr. 110.937. Voor art. 249 lid 3 Sr zie HR NJ 1997, 485. In het algemeen ten aanzien van minderjarigen

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad25 juni 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD8950

    aannemelijkheid van wederrechtelijk voordeel uit andere strafbare feiten als bedoeld in art. 36e, lid 3 Sr en niet op de berekening van het in art. 36e, lid 2 bedoelde wederrechtelijk voordeel

  • Strafrecht overigHoger beroep
    a) o.a. cocaïne opzettelijk binnen grondgebied van Nederland brengen; b) het hof acht het in strijd met…

    Gerechtshof Amsterdam26 juni 2002ECLI:NL:GHAMS:2002:AE7045

    a) o.a. cocaïne opzettelijk binnen grondgebied van Nederland brengen; b) het hof acht het in strijd met beginselen van een behoorlijke procesorde dat leden van een Nederlands opsporingsteam, dat belast is met een Nederlandse strafrechtelijk onderzoek naar een groepering, waarvan een bepaalde verdachte wordt vermoed…

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    Rechtbank Alkmaar · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig

    Rechtbank Alkmaar5 maart 2002ECLI:NL:RBALK:2002:AD9798

    feit - mishandeling onder de strafverzwarende omstandigheden van art. 304 onder 1 en onder 3 Sr - oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf op haar plaats is. De rechtbank tekent hierbij

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.