64 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigOp tegenspraak“Vordering verlenging proeftijd voorwaardelijke invrijheidstelling. Artikel 15c lid 3 Sr. Verlenging niet in…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|3 december 2019|ECLI:NL:RBZWB:2019:5382
Vordering verlenging proeftijd voorwaardelijke invrijheidstelling. Artikel 15c lid 3 Sr. Verlenging niet in strijd met artikel 8 EVRM RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Middelburg Parketnummer: 02/820099-13 VI-zaaknummer: 99/000618-37 beslissing … geweldsdelinquenten. Sinds de inwerkingtreding van deze wet per 1 januari 2018 voorziet artikel 15c lid 3 Sr onder meer in de mogelijkheid van een verlenging van de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling
- Strafrecht overigConclusie AG over smaadschrift en de bijzondere strafuitsluitingsgrond van art. 261 lid 3 Sr. De AG adviseert…
Parket bij de Hoge Raad|15 januari 2019|ECLI:NL:PHR:2019:24
Conclusie AG over smaadschrift en de bijzondere strafuitsluitingsgrond van art. 261 lid 3 Sr. De AG adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep te verwerpen. Nr. 17/02444 Zitting: 15 januari … bericht waar was en dat het algemeen belang de berichtgeving vereiste (art. 261 lid 3 Sr). 29. Over die omstandigheden, het volgende. 30. Cliënt had – voorafgaand aan het onderhavige incident – in zijn
- Strafrecht overigConclusie AG. Conversie. Verdachte is door de Rb vrijgesproken. Daarnaast is de onttrekking aan het verkeer…
Parket bij de Hoge Raad|8 oktober 2019|ECLI:NL:PHR:2019:985
verkeer gelast van de in beslag genomen auto; art. 36b lid 1 aanhef en sub 3 Sr. De AG adviseert de Hoge Raad het beroep te verwerpen. PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE … deskundige dan ook af.” 7. Op grond van art. 36b, eerste lid aanhef en onder 3°, Sr kan de maatregel van onttrekking aan het verkeer worden opgelegd “bij de rechterlijke uitspraak waarbij
- Strafrecht overigConclusie AG. Profijtontneming. Klachten over o.m. de afwijzing van getuigenverzoeken, het oordeel van het…
Parket bij de Hoge Raad|16 april 2019|ECLI:NL:PHR:2019:390
Sr of ‘andere strafbare feiten’ in de zin van artikel 36e lid 3 Sr. (…) 20. Artikel 5 Sr kan niet — althans niet zonder meer — van toepassing worden geacht … geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd en op de in art. 36e lid 3 Sr bedoelde andere strafbare feiten, nu de eis, dat de veroordeelde zich heeft schuldig gemaakt
- Strafrecht overigOp tegenspraakVordering verlenging proeftijd voorwaardelijke invrijheidstelling. Artikel 15c lid 3 Sr. Verlenging niet in…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|25 oktober 2019|ECLI:NL:RBZWB:2019:4694
Vordering verlenging proeftijd voorwaardelijke invrijheidstelling. Artikel 15c lid 3 Sr. Verlenging niet in strijd met artikel & EVRM. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Middelburg Parketnummer: 02/820099-13 VI-zaaknummer: 99/000618-37 beslissing
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe meervoudige militaire kamer van de rechtbank Gelderland is van oordeel dat met betrekking tot parketnummer…
Rechtbank Gelderland|28 januari 2019|ECLI:NL:RBGEL:2019:288
Sr. Een geslaagd beroep op de bijzondere rechtvaardigingsgrond van artikel 261 lid 3 Sr doet zich in beide zaken niet voor. De militaire kamer veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een geldboete … heeft een uitdrukkelijk beroep heeft gedaan op de bijzondere rechtvaardigings-grond van artikel 261 lid 3 Sr, te weten dat hij wel te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat de beweringen
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigAmbtenaar van politie vrijgesproken van passieve ambtelijke omkoping. Artikel 363 sub 3 Sr. Verdachte heeft…
Rechtbank Gelderland|1 oktober 2019|ECLI:NL:RBGEL:2019:4379
Ambtenaar van politie vrijgesproken van passieve ambtelijke omkoping. Artikel 363 sub 3 Sr. Verdachte heeft aan een bouwbedrijf een vergoeding gevraagd die zou moeten worden betaald in het geval
- Strafrecht overigHoger beroepOpenbaar ministerie gelet op inhoud en tijdstip van aangifte en klacht en de klachttermijn genoemd in art. 66…
Gerechtshof Den Haag|16 september 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:2606
Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft’ als bedoeld in artikel 7 lid 3 Sr. Verwijzing naar art. 86b Sr. De verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer een half jaar … Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft’ als bedoeld in artikel 7 lid 3 Sr. Het ingeschreven staan op een bepaald adres, betekent immers niet zonder meer dat degene die daar staat
- Strafrecht overigHoger beroepMensenhandel, in vereniging gepleegd; artikel 273f, lid 1 sub 3° Sr. Slachtoffer is door de verdachte en…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|7 juni 2019|ECLI:NL:GHSHE:2019:2529
Mensenhandel, in vereniging gepleegd; artikel 273f, lid 1 sub 3° Sr. Slachtoffer is door de verdachte en medeverdachte vanuit Duitsland meegenomen naar Nederland en/of België met het oogmerk haar seksuele handelingen tegen
- Strafrecht overigHoger beroepMensenhandel, in vereniging gepleegd; artikel 273f, lid 1 sub 3° Sr. Slachtoffer is door de verdachte en…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|7 juni 2019|ECLI:NL:GHSHE:2019:2528
Mensenhandel, in vereniging gepleegd; artikel 273f, lid 1 sub 3° Sr. Slachtoffer is door de verdachte en medeverdachte vanuit Duitsland meegenomen naar Nederland en/of België met het oogmerk haar seksuele handelingen tegen
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigAfgrenzing begrip voltooide diefstal; onvolledige tenlastelegging van art. 311 lid 1 onder 3 Sr.. Geen…
Rechtbank Rotterdam|7 november 2019|ECLI:NL:RBROT:2019:8913
Afgrenzing begrip voltooide diefstal; onvolledige tenlastelegging van art. 311 lid 1 onder 3 Sr.. Geen strafmatiging vanwege beperkte overschrijding tweejaars-termijn. Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/740385-17 Datum uitspraak
- Strafrecht overigConclusie AG over o.m. (i) de namens de verdachte opgeworpen vraag of in het kader van de strafoplegging bij…
Parket bij de Hoge Raad|8 oktober 2019|ECLI:NL:PHR:2019:989
voorwaardelijke veroordeling voor de verdachte, te weten uitsluiting van voorwaardelijke invrijheidstelling (art. 15 lid 3 Sr) en (ii) de klacht van de benadeelde partij dat zij ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigProfijtontneming onderzoek Karfla/Briard. De feiten die aan de ontnemingsvordering ten grondslag liggen zijn…
Rechtbank Rotterdam|26 september 2019|ECLI:NL:RBROT:2019:7599
juli 2011. Gelet op ontbreken bijzondere overgangsregeling is de oude bepaling van art. 36e lid 3 Sr i.c. van toepassing. Berekeningsmethode eenvoudige kasopstelling. Gelet op de veroordeling in de strafzaak wegens witwassen
- Strafrecht overigConclusie AG over 1. mishandeling en verwerping beroep op noodweer (art. 41 Sr) op de grond dat het handelen…
Parket bij de Hoge Raad|9 juli 2019|ECLI:NL:PHR:2019:742
Conclusie AG over 1. mishandeling en verwerping beroep op noodweer (art. 41 Sr) op de grond dat het handelen van de verdachte in de kern bezien als aanvallend moet worden beschouwd en 2. afwijzing verzoek van de raadsman om in hoger beroep toepassing te geven aan art. 15i lid 6 Sr (oproeping reclasseringsambtenaar)…
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigAfwijzing vordering ontneming: bepalen van wederrechtelijk verkregen voordeel op basis van dossier niet mogelijk.
Rechtbank Amsterdam|5 juni 2019|ECLI:NL:RBAMS:2019:10328
heeft op zitting desgevraagd meermalen gezegd dat de vordering is gestoeld op artikel 36e, lid 3 Sr. Blijkens de uitspraak van deze rechtbank in de onderliggende strafzaak van 5 juni … wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd op het bewijsvermoeden als bedoeld in artikel 36e lid 3 Sr. In het berekeningsrapport wordt er vanuit gegaan dat de geldbedragen die zijn gestort op de bankrekeningen
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigAfwijzing vordering ontneming: bepalen van wederrechtelijk verkregen voordeel op basis van dossier niet mogelijk.
Rechtbank Amsterdam|5 juni 2019|ECLI:NL:RBAMS:2019:10330
heeft desgevraagd op zitting meermalen gezegd dat de vordering is gestoeld op artikel 36e, lid 3 Sr. Blijkens het de uitspraak van deze rechtbank in de onderliggend de strafzaak van 5 juni … wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd op het bewijsvermoeden als bedoeld in artikel 36e lid 3 Sr. In het berekeningsrapport wordt er vanuit gegaan dat de geldbedragen die zijn gestort op de bankrekeningen
- Strafrecht overigConclusie AG. Ontucht in relatie arts-patient (art. 249 Sr). Is er sprake van een uitzonderlijk geval waarin…
Parket bij de Hoge Raad|5 november 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1073
moet worden vooropgesteld dat met de strafbaarstelling in art. 249, tweede lid aanhef en onder 3°, Sr van "degene die, werkzaam in de gezondheidszorg of maatschappelijke zorg, ontucht pleegt met iemand … hulpverleners. Daarbij is uitgangspunt dat de strafbaarstelling in art. 249, tweede lid aanhef en onder 3°, Sr, gelet op de strekking daarvan, geldt voor alle gevallen waarin tussen de betrokkenen een relatie
- Strafrecht overigConclusie A-G. Vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf wegens overtreding van…
Parket bij de Hoge Raad|29 oktober 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1087
verdachte – in zijn hoedanigheid van veroordeelde – in overeenstemming met het bepaalde in art. 14h lid 3 Sr voor de terechtzitting is opgeroepen en zo dit niet het geval is, wat daarvan … terechtzitting gedane vordering kan de officier van justitie niet worden ontvangen. Art. 14h lid 3 Sr bepaalt dat het openbaar ministerie de veroordeelde tot bijwoning van het onderzoek doet oproepen, onder betekening
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigEen 54-jarige tantramasseur is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30…
Rechtbank Midden-Nederland|23 april 2019|ECLI:NL:RBMNE:2019:1709
gezondheidszorg of maatschappelijke zorg als bedoeld in artikel 249, tweede lid aanhef en onder 3° Sr. Voorts heeft de raadsman betoogd dat er geen sprake was van ontucht als bedoeld in voornoemd
- Strafrecht overigMedeplegen mensenhandel (art. 273f.1.3 Sr). Volgt uit bewijsvoering dat meenemen van aangeefster vanuit…
Parket bij de Hoge Raad|14 mei 2019|ECLI:NL:PHR:2019:687
Kempen onder NJ 2016/315 volgt dat de in art. 273f, eerste lid aanhef en onder 3°, Sr omschreven gedragingen ‘alleen strafbaar zijn als zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden … opbrengst van hun prostitutiewerkzaamheden. 9. De strafbaarstelling van art. 273f, eerste lid, onderdeel 3 Sr houdt in dat als schuldig aan mensenhandel wordt gestraft ‘degene die een ander aanwerft, medeneemt of ontvoert
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.