5 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigOpzettelijk onjuist doen van aangifte omzetbelasting (art. 69 AWR) en valsheid in geschrift door valse…
Parket bij de Hoge Raad|12 september 1995|ECLI:NL:PHR:1995:27
doen. 10. In middel vier gaat het om de betekenis van art. 6 lid 3 Sv. In hoger beroep is aangevoerd dat de rechtbank te Rotterdam niet bevoegd was om de onderhavige … enige in aanmerking komende regel om de relatieve bevoegdheid op te baseren (art. 6 lid 3 Sv) niet toepasselijk zou zijn. Het Hof heeft dit verweer als volgt verworpen (zie pv zitting
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|27 juni 1995|ECLI:NL:HR:1995:ZD0095Aangehaald in 43 uitspraken
beroept mr. Spong zich op de regeling van de "korte aanduiding" in art. 261 lid 3 Sv (schriftuur, onder 3). Zijn redenering, dat uit het bestaan van de mogelijkheid van de korte
- Strafrecht overigGekwalificeerde diefstal, art. 311.1 Sr. Vordering OvJ dat aan verdachte alsnog onvoorwaardelijke…
Parket bij de Hoge Raad|27 juni 1995|ECLI:NL:PHR:1995:14
3, art. 14j lid 1 Sr, art. 361a en art. 424 lid 3 Sv) vloeit mijns inziens voort dat alleen indien het gaat om de overtreding van de algemene voorwaarde … figureert. Bovendien zijn te dezen niet toepasselijk de artt. 14g Sr, 361a en 424 lid 3 Sv die bij de overtreding van de algemene voorwaarde de gelijktijdige behandeling voorschrijven van de nieuwe
- Strafrecht overigTegen verzoeker is een strafrechtelijk financieel onderzoek aanhangig. Verzet het Wetboek van Strafvordering…
Parket bij de Hoge Raad|30 augustus 1995|ECLI:NL:PHR:1995:19
strafrechtelijk financieel onderzoek kan in dit verband worden gewezen op de door art. 126 lid 3 Sv verlangde machtiging van de rechter-commissaris. Gelet op de wetsgeschiedenis is het overigens voor betwisting
- Strafrecht overigMishandeling door zijn dochter tegen het gezicht te slaan, art. 300.1 Sr. Niet beslist op verweer dat…
Parket bij de Hoge Raad|21 mei 1995|ECLI:NL:PHR:1995:2
strekking- niet opgevat te worden als een verweer als bedoeld in art. 358 lid 3 Sv. 10. In deze lijn doorredenerend meen ik dat het beroep op het ouderlijk tuchtigingsrecht als rechtvaardigingsgrond
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.