5 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtWaardering pensioenverplichting in (extern) eigen beheer. Werking artt. 3.29 Wet IB 2001 (rekenrente minimaal…
Parket bij de Hoge Raad|18 december 2014|ECLI:NL:PHR:2014:2730Aangehaald in 5 uitspraken
Waardering pensioenverplichting in (extern) eigen beheer. Werking artt. 3.29 Wet IB 2001 (rekenrente minimaal 4%) en 8(6) Wet Vpb (geen leeftijdsterugstelling) bij overdracht van de pensioenverplichting; besluit Staatssecretaris. Feiten: De moedervennootschap … overnamevergoedingen. De Inspecteur meent dat de verplichtingen moeten worden gewaardeerd met inachtneming van art. 3.29 Wet IB 2001 en – voor de pensioenverplichting – art. 8(6) Wet Vpb. In geschil
- BelastingrechtArt. 3.26 Wet IB 2001. Gevolgen eigen bijdrage in na-indexatielasten pensioen. Analoge toepassing HR BNB…
Parket bij de Hoge Raad|18 december 2014|ECLI:NL:PHR:2014:2729
uitgesloten, maar hun aftrek naar de toekomst wordt verschoven (getemporiseerd). 4.5 Tekstueel lijkt art. 3.29 Wet IB 2001 als lex specialis voor te gaan op het algemenere art. 3.26 Wet IB 2001 … algemeen aanvaarde actuariële grondslagen. Uit HR BNB 2000/282 blijkt echter dat dat art. 3.29 Wet IB 2001 niet derogeert aan art. 3.26 Wet IB 2001. Algemeen aanvaarde actuariële grondslagen worden
- BelastingrechtHoger beroepVennootschapsbelasting. Vestiging feitelijke leiding in Nederland. Waardering pensioenverplichtingen. Belaste…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|25 november 2014|ECLI:NL:GHARL:2014:9138
Wet IB 2001 (loon- en prijsstijgingen na afloop van het jaar), artikel 3.29 Wet IB 2001 (waardering op actuariële grondslagen) en artikel 8, zesde lid, Wet Vpb (specifieke waarderingsregels pensioenverplichtingen eigen beheer … Wet IB 1964; sinds 1 januari 2001 is deze regeling opgenomen in artikel 3.29 Wet IB 2001. In de praktijk is na de invoering van artikel 9b Wet IB 1964 discussie ontstaan
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigDe waardering van stamrechtverplichting moet met toepassing van een rekenrente van minimaal 4%.
Rechtbank Den Haag|8 juli 2014|ECLI:NL:RBDHA:2014:11553
stamrechtverplichting uitgegaan moet worden van een rekenrente van minimaal vier percent. 9. Artikel 3.29 Wet IB 2001 luidt als volgt: “De waardering van pensioenverplichtingen en andere soortgelijke verplichtingen vindt plaats met inachtneming … gezien de inhoud van de stamrechtovereenkomst, een ‘soortgelijke verplichting’ in de zin van artikel 3.29 Wet IB 2001 en geen direct opeisbare schuld (vergelijk Hoge Raad 9 april 2010, nr. 08/03645, ECLI
- BelastingrechtWaardering onderhanden werk ex art. 3.29b Wet IB: activering van kosten plus winstopslag of van gedeelte van…
Parket bij de Hoge Raad|18 december 2014|ECLI:NL:PHR:2014:2727
Waardering onderhanden werk ex art. 3.29b Wet IB: activering van kosten
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.