7 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieDe enkele omstandigheid dat niet aannemelijk is geworden dat de betrokkene tijdig conform art. 311 lid 1 Sv…
Hoge Raad|9 december 2003|ECLI:NL:HR:2003:AK3574Aangehaald in 19 uitspraken
gelet op de dwingende formulering en bovengenoemde ratio, schending van dit onderdeel van artikel 311 Sv dient te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de ontnemingsvordering. Gelet … december 1992 (Stb. 1993, 11) aan het eerste lid van art. 311 Sv toegevoegd. De geschiedenis van de totstandkoming van dat voorschrift biedt het volgende beeld. 3.4.2. In hoofdstuk
- Strafrecht overigDe enkele omstandigheid dat niet aannemelijk is geworden dat de betrokkene tijdig conform art. 311 lid 1 Sv…
Parket bij de Hoge Raad|9 december 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AK3574
niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn ontnemingsvordering omdat deze in strijd met art. 311 Sv niet uiterlijk bij requisitoir in de hoofdzaak is aangekondigd. 4. De overwegingen … gelet op de dwingende formulering en bovengenoemde ratio, schending van dit onderdeel van artikel 311 Sv dient te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de ontnemingsvordering. Gelet
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 februari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF3368
zijn advocaat tot zijn verdediging heeft gemachtigd, geldt als een procedure op tegenspraak." 14. Art. 311 Sv luidt - voor zover van belang-: "1. Nadat de ondervraging van de verdachte heeft plaatsgehad … laatste [aan de verdachte het recht laten het laatst te spreken, WHV] in art. 311 Sv. den gewonen strafrechter op straffe van nietigheid is voorgeschreven en als waarborg dat geen onderdeel
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|21 januari 2003|ECLI:NL:HR:2003:AE3564
beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat noch art. 126 Sv noch art. 311 Sv noch enige andere bepaling van het Wetboek van Strafvordering een expliciet voorschrift bevat omtrent het tijdstip
- Strafrecht overigBeklag ex art. 552a Sv. De opvatting dat beginselen van een behoorlijke procesorde meebrengen dat de klager…
Parket bij de Hoge Raad|9 december 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AN7282
Melai, art. 311 Sv, aantekening 9a. 2 Vgl. HR NJ 1987, 174. 3 HR 26 februari 2002, NJB 2002, p. 768, nr. 57, HR LJN AD5297 en HR LJN AF9561
- Strafrecht overigToepassing art. 279 Sv. Verdediging door (gemachtigde) raadsman in geval van door schorsing onderbroken…
Parket bij de Hoge Raad|9 december 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AG3022
één middel van cassatie voorgesteld. 3. Het middel bevat de klacht dat het Hof art. 311 Sv heeft geschonden, omdat uit het proces-verbaal van de terechtzitting niet blijkt
- Strafrecht overigVerdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep o.g.v. art. 427 Sv (ingevoerd op 01.01.2002); omdat in de…
Parket bij de Hoge Raad|14 oktober 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AJ1111
steller van het middel die voorstaat. Het OM ter terechtzitting zal moeten 'vorderen'. Art. 311 Sv geeft aan wat de vordering dient in te houden. Als er straf of maatregel wordt gevorderd
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.