6 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigRaadkamerKlacht ex artikel 12 Sv., art. 321 Sr. Het hof overweegt dat het door een werkgever inhouden van…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|11 december 2007|ECLI:NL:GHSHE:2007:BD6466
Klacht ex artikel 12 Sv., art. 321 Sr. Het hof overweegt dat het door een werkgever inhouden van pensioenpremie op het salaris van werknemers kan worden aangemerkt als het onder zich brengen
- Strafrecht overigCassatieHR ambtshalve: De verjaringstermijn beloopt i.c. ex art. 72 ten hoogste 2 x 6 jaar. Uit het tot het bewijs…
Hoge Raad|20 februari 2007|ECLI:NL:HR:2007:AZ5673
zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend." 4.1.2. Dit feit is strafbaar gesteld bij art. 321 Sr. Op dit misdrijf staat een geldboete van de vijfde categorie of een gevangenisstraf
- Strafrecht overigConclusie AG (o.m.): (i) Ogv art. 51 Sr kan, indien een strafbaar feit wordt begaan door een rechtspersoon…
Parket bij de Hoge Raad|18 september 2007|ECLI:NL:PHR:2007:BA7261Aangehaald in 29 uitspraken
auto's feitelijk anders dan door misdrijf onder zich had in de zin van art. 321 Sr. Evenmin doet aan het voorgaande af dat de verdachte bij de verkoop of inruil
- Strafrecht overigHR ambtshalve: De verjaringstermijn beloopt i.c. ex art. 72 ten hoogste 2 x 6 jaar. Uit het tot het bewijs…
Parket bij de Hoge Raad|20 februari 2007|ECLI:NL:PHR:2007:AZ5673
onder zich had, telkens wederrechtelijk zich heeft toegeëigend." 4.2. Op het misdrijf van art. 321 Sr staat een geldboete van de vijfde categorie of een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren. Ingevolge
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigGeldboetes en celstraffen voor valsheid in geschrift, corruptie en heling De rechtbank Arnhem heeft op 3 mei…
Rechtbank Arnhem|3 mei 2007|ECLI:NL:RBARN:2007:BA4550
zichzelf ging houden. De rechtbank merkt hierbij op dat de ‘gewone’ verduistering, bedoeld in artikel 321 Sr., waar men op uit zou komen indien de bijzondere bestanddelen van verduistering in functie gepleegd
- Strafrecht overigAannemen van een valse hoedanigheid a.b.i. art. 326 Sr. Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat…
Parket bij de Hoge Raad|25 september 2007|ECLI:NL:PHR:2007:BA7685
Doorslaggevend voor de vraag of er sprake is van wederrechtelijk toeëigenen als bedoeld in art. 321 Sr is of de verdachte over het geld als heer en meester is gaan beschikken
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.