7 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 subsidiair, 6 en 7…
Rechtbank Arnhem|9 juli 2003|ECLI:NL:RBARN:2003:AH9620
plegen van flessentrekkerij, het niet betalen van bestelde goederen (326a Sr.) en/of oplichting (326 Sr.) en/of valsheid in geschrift (225 Sr.), althans het plegen van misdrijven, van welke organisatie verdachte (feitelijk) (mede … plegen van flessentrekkerij, het niet betalen van bestelde goederen (326a Sr.) en/of oplichting (326 Sr.) en/of valsheid in geschrift (225 Sr.), althans het plegen van misdrijven; van welke organisatie verdachte (feitelijk) (mede
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|6 mei 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF6599
omschrijving van de feiten het hanteren van één van de oplichtingsmiddelen als bedoeld in artikel 326 Sr niet kan blijken. Duidelijk is wel dat de betreffende Zweedse strafbepaling aanzienlijk ruimer … artikel 326 Sr. Dat enkele feit neemt uiteraard niet weg dat feiten waarvoor uitlevering wordt gevraagd naar Nederlands recht binnen het bereik van artikel 326 Sr kunnen vallen. Beslissend is immers, zoals
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|10 juni 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF6597Aangehaald in 9 uitspraken
gegaan voorzover de feiten naar het oordeel van de Rechtbank strafbaar zijn gesteld bij art. 326 Sr. 4.2. Een redelijke uitleg van art. 6 van het hier toepasselijke Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk … Rechtbank naar Nederlands recht strafbaar zijn gesteld bij de art. 45, 47, 225 en 326 Sr. 4.4. Uit het vorenoverwogene volgt dat - gelet op art. 70, eerste lid onder 3°, in verbinding
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|6 mei 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF6599Aangehaald in 12 uitspraken
samenweefsel van verdichtsels en derhalve van oplichting als strafbaar gesteld in art. 326 Sr. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. 3.6. Het middel faalt derhalve. 4. Slotsom
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigNu de kennisgeving van niet verdere vervolging betrekking heeft gehad op dezelfde strafbare feiten als waarop…
Gerechtshof Amsterdam|2 oktober 2003|ECLI:NL:GHAMS:2003:AM5328
zake van valsheid in geschrift (artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht (Sr.)), oplichting (art. 326 Sr.), koersmanipulatie (art. 334 Sr.), gebruik van voorwetenschap (art. 46 Wet toezicht effectenverkeer
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|10 juni 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF6597
daad van vervolging sinds de feiten zijn begaan. Omdat het vervolgingsrecht voor art. 326 Sr is verjaard had de rechtbank de uitlevering in zoverre niet toelaatbaar moeten verklaren. 5.2. Artikel
- Strafrecht overigDagvaarding door hopper. Gelet op 's hofs vaststelling dat de betrokken hopper (rechtspositioneel…
Parket bij de Hoge Raad|9 december 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AM2771
telastelegging en de bewezenverklaring kennelijk is gebruikt in de betekenis welke daaraan in art. 326 Sr toekomt." 17. Blijkens de gebezigde bewijsmiddelen heeft het Hof kennelijk, feitelijk en niet onbegrijpelijk vastgesteld
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.