15 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieMedeplegen oplichting van een bank; geen opzet op oplichting bij medeverdachte. 1. De opvatting dat de enkele…
Hoge Raad|6 december 2005|ECLI:NL:HR:2005:AU2246Aangehaald in 31 uitspraken
bewuste samenwerking op het opzettelijk begaan van de oplichting. 3. Opmerking verdient dat art. 326 Sr vervolging en bestraffing mogelijk maakt van indirecte, d.m.v. of m.b.v. een niet-strafbare (tussen)persoon alleen … begaan van de oplichting. In zoverre is het middel gegrond. 4.7. Opmerking verdient dat art. 326 Sr vervolging en bestraffing mogelijk maakt van indirecte, door middel van of met behulp
- Strafrecht overigMedeplegen oplichting van een bank; geen opzet op oplichting bij medeverdachte. 1. De opvatting dat de enkele…
Parket bij de Hoge Raad|6 december 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AU2246
bewuste samenwerking op het opzettelijk begaan van de oplichting. 3. Opmerking verdient dat art. 326 Sr vervolging en bestraffing mogelijk maakt van indirecte, d.m.v. of m.b.v. een niet-strafbare (tussen)persoon alleen
- Strafrecht overigGeen responsieplicht t.a.v. overgelegd maar niet voorgedragen stuk. Geen rechtsregel verplicht de rechter te…
Parket bij de Hoge Raad|8 november 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AU1675
authentieke akte' (artt. 227 en 231 Sr), er is geen aangifte gedaan van 'oplichting' (art. 326 Sr.). De voormelde Vordering wijziging tenlastelegging is derhalve in strijd met de oorspronkelijke aangifte … deze tenlastelegging behelst een toevoeging van een subsidiaire variant - toegespitst op de delictsomschrijving van art. 326 Sr - waarin aan verzoeker het verwijt wordt gemaakt, kortweg, dat hij de gemeente Cuijk heeft opgelicht
- Strafrecht overigHerzieningHoge Raad · Herziening · Strafrecht overig
Hoge Raad|29 maart 2005|ECLI:NL:HR:2005:AT3273
verband of betrokkenheid heeft met de tijdens de inbeslagneming bestaande verdenking van overtreding van art. 326 Sr en dus niet in beslag had mogen worden genomen. 3.3. Van de in de aanvrage … gestelde omstandigheid dat de verdachte bij zijn aanhouding werd verdacht van overtreding van art. 326 Sr kan niet worden gezegd dat deze de rechter die de veroordeling heeft uitgesproken niet bekend
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigBouwzaak: vooroverleg bouwbedrijven
Rechtbank Rotterdam|9 juni 2005|ECLI:NL:RBROT:2005:AT7375
meer geldbedragen). Elk van deze beide varianten vormt, gegeven de structuur van art. 326 Sr, een apart oplichtingsfeit, met een eigen voltooiingsmoment (en daarmee ook een eigen verjaringsdatum). De onjuiste rechtsopvatting … Nietigheid van de tenlastelegging voor zover die ziet op overtreding van art. 140 Sr en 326 Sr De verdediging heeft omstandig gemotiveerd betoogd dat en waarom de tenlastelegging voor wat betreft
- Strafrecht overig's Hofs oordeel dat het bewezenverklaarde - het doen van een betaling via een betaalautomaat met…
Parket bij de Hoge Raad|19 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS9237
verband met die maatschappelijke opvatting - waarvan ten tijde van het tot stand komen van art. 326 Sr uiteraard geen sprake kon zijn - en nu bovendien niet aannemelijk is dat de wetgever … girale betaling zoals in het onderhavige geval, moet worden geoordeeld dat te dezen art. 326 Sr van toepassing is". 5.2 Daar de aldus gemotiveerde beslissing niet getuigt van een verkeerde rechtsopvatting falen
- Strafrecht overigHerzieningHoge Raad · Herziening · Strafrecht overig
Hoge Raad|8 november 2005|ECLI:NL:HR:2005:AU6555
aanvrager bij zijn aanhouding op 23 december 2000 werd verdacht, te weten overtreding van art. 326 Sr. 3.3. Van de in de aanvrage gestelde omstandigheid kan niet worden gezegd dat deze
- Strafrecht overigVervolging t.z.v. oplichting van vrouw die haar partner (X) onder meer een huwelijk in het vooruitzicht…
Parket bij de Hoge Raad|1 november 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT7587
betekenis heeft toegekend. 13. Het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van art. 326 Sr bestaat onder meer in het zich voordoen als iemand die bekleed … betalen, niet oplevert het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van art. 326 Sr. De steller van het middel doet daarom tevergeefs beroep op laatstgenoemd arrest en de daarbijbehorende conclusie
- Strafrecht overigCassatieVervolgingsuitlevering aan VS. 1. Bij toepassing van art. 9.3.b van het Uitleveringsverdrag NL-VS geldt als…
Hoge Raad|19 april 2005|ECLI:NL:HR:2005:AT4110Aangehaald in 7 uitspraken
tenminste één jaar. 4.5. Naar Nederlands recht zijn die feiten strafbaar op grond van art. 326 Sr en/of art. 326c Sr in verbinding met art. 47 Sr. Op deze feiten zijn gevangenisstraffen
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigBouwzaak: Vooroverleg bouwbedrijven
Rechtbank Rotterdam|9 juni 2005|ECLI:NL:RBROT:2005:AT7378
meer geldbedragen). Elk van deze beide varianten vormt, gegeven de structuur van art. 326 Sr, een apart oplichtingsfeit, met een eigen voltooiingsmoment (en daarmee ook een eigen verjaringsdatum). De onjuiste rechtsopvatting
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigBouwzaak: Vooroverleg bouwbedrijven. N.B. I.v.m. een technische storing is de eerder op rechtspraak.nl…
Rechtbank Rotterdam|9 juni 2005|ECLI:NL:RBROT:2005:AT7244
meer geldbedragen). Elk van deze beide varianten vormt, gegeven de structuur van art. 326 Sr, een apart oplichtingsfeit, met een eigen voltooiingsmoment (en daarmee ook een eigen verjaringsdatum). De onjuiste rechtsopvatting … tenlastelegging voor zover die ziet op overtreding van art. 140 Sr en art. 326 Sr De verdediging heeft omstandig gemotiveerd betoogd dat en waarom de tenlastelegging voor wat betreft het verwijt
- Strafrecht overigTussenarrest inzake Belgisch uitleveringsverzoek strekkende tot strafvervolging of tenuitvoerlegging. HR…
Parket bij de Hoge Raad|18 januari 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS2022
Naar Nederlands recht zijn de bedoelde feiten strafbaar gesteld bij art. 225 Sr en art. 326 Sr en bedreigd met gevangenisstraf van respectievelijk ten hoogste zes jaren en ten hoogste drie jaren
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigBouwzaak: Vooroverleg bouwbedrijven
Rechtbank Rotterdam|9 juni 2005|ECLI:NL:RBROT:2005:AT7246
meer geldbedragen). Elk van deze beide varianten vormt, gegeven de structuur van art. 326 Sr, een apart oplichtingsfeit, met een eigen voltooiingsmoment (en daarmee ook een eigen verjaringsdatum). De onjuiste rechtsopvatting
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigBouwzaak: Vooroverleg bouwbedrijven
Rechtbank Rotterdam|9 juni 2005|ECLI:NL:RBROT:2005:AT7247
meer geldbedragen). Elk van deze beide varianten vormt, gegeven de structuur van art. 326 Sr, een apart oplichtingsfeit, met een eigen voltooiingsmoment (en daarmee ook een eigen verjaringsdatum). De onjuiste rechtsopvatting
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigBouwzaak: Vooroverleg bouwbedrijven
Rechtbank Rotterdam|9 juni 2005|ECLI:NL:RBROT:2005:AT7245
meer geldbedragen). Elk van deze beide varianten vormt, gegeven de structuur van art. 326 Sr, een apart oplichtingsfeit, met een eigen voltooiingsmoment (en daarmee ook een eigen verjaringsdatum). De onjuiste rechtsopvatting
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.