8 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|12 maart 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD8907
hier gaat om een verzoek aan de rechter als bedoeld in art. 328 Sv om gebruik te maken van de hem in art. 315, eerste lid, Sv toegekende bevoegdheid waarop de rechter … verzoek had opgevat als een verzoek in de zin van art. 328 Sv had het Hof immers als maatstaf voor zijn beslissing op het verzoek moeten hanteren of de noodzaak
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|12 maart 2002|ECLI:NL:HR:2002:AD8903Aangehaald in 15 uitspraken
verzoek tot schorsing van het onderzoek ter terechtzitting waarop de rechter op grond van art. 328 Sv in verbinding met art. 330 Sv - krachtens art. 415 Sv van overeenkomstige toepassing
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|19 maart 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD8963
terechtzitting verzochte onderzoek te beoordelen, heeft het Hof de juiste maatstaf aangelegd (art. 328 Sv in verband met art. 316 en 415 Sv; HR 17 april 2001, nr. 1522/99 rov. 3.4.). Gelet
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD5595
beslissing vormt." 14. De gedane verzoeken zijn verzoeken in de zin van art. 315 jo 328 Sv. Maatstaf voor de beoordeling van een zodanig verzoek is of de noodzaak daarvan is gebleken
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|17 december 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AF0625
Sv eist niet dat een afwijzende beslissing, gegeven op een op grond van art. 328 Sv gedane vordering of gedaan verzoek zoals het onderhavige, wordt gemotiveerd. In de literatuur wordt echter algemeen
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|29 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD6268
door de verdediging ter zitting gedane verzoek is een verzoek als bedoeld in art. 328 Sv, waarop de rechter ingevolge art. 330 Sv in verbinding met art. 415 Sv een beslissing dient
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|12 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:ZD8086
aangehaalde wetsbepalingen wel kan worden beschouwd als een verzoek als bedoeld in art. 328 Sv, waarop de feitenrechter genoodzaakt is (bijtijds) te beslissen. De klacht dat 's hofs beslissing op het verzoek
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|12 maart 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD8903
Nr. 00585/01 Mr Jörg Zitting: 22 januari 2002 Conclusie inzake: [verzoeker=verdachte] 1. Verzoeker is bij arrest van 12 december 2000 door het gerechtshof te Arnhem wegens 'diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.