8 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 juli 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZD2788
voorwaarde waaronder het verzoek is gedaan vervuld en had het hof ingevolge art. 330 Sv op straffe van nietigheid een beslissing op dit verzoek dienen te geven. Uit het proces-verbaal … herhaalde verzoek van 1 mei 2000 achterwege heeft gelaten. 9. In het commentaar op art. 330 Sv ziet Wöretshofer mijns inziens evenwel één zeer belangrijk aspect over het hoofd. De niet-naleving
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|11 september 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZD2712
roepen. Omdat het Hof hiermee heeft gehandeld in strijd met art. 315 j° 330 Sv, welk voorschrift met nietigheid is bedreigd, leidt dit verzuim tot nietigheid van het arrest, aldus de steller … noch in het bestreden arrest is een beslissing op dit verzoek te vinden, zoals art. 330 Sv op straffe van nietigheid voorschrijft. De vraag is of dat gevolg ook aan het niet
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|5 juni 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB1947
Hertogenbosch, twee middelen van cassatie voorgesteld. 3. Het eerste middel bevat de klacht dat art. 330 Sv is geschonden doordat in het arrest niet is beslist op het verzoek van de verdediging … verzoek gebruik te maken van de in art. 315 Sv gegeven bevoegdheid, hetgeen ingevolge art. 330 Sv nietigheid ten gevolge heeft. 4. Blijkens de aan het proces-verbaal der terechtzitting gehechte pleitaantekeningen
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|22 mei 2001|ECLI:NL:HR:2001:ZD2718
gelden als het doen van een verzoek van de verdachte, als bedoeld in art. 330 Sv. Noch uit het hiervoor onder 3.2 weergegevene noch overigens uit de processen-verbaal van de terechtzittingen
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|8 mei 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB1566
niet meer herstelbare vormverzuimen kan bepalen. De werkgroep wijst erop dat deze formulering ingevolge art. 330 Sv. een reactieplicht voor de rechtbank met zich meebrengt. De werkgroep acht het systematisch juister … antwoord van de rechter in het leven roept, die vergelijkbaar is met de in art. 330 Sv neergelegde responsieplicht. 12. De rechtspraak van de Hoge Raad lijkt op het eerste gezicht
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|10 april 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB0959
rechtsbijstand. Nu het hof heeft nagelaten op die opmerkingen te reageren zou het hof art. 330 Sv, en het in de artikelen 6 lid 3 sub c EVRM
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|12 juni 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZD2782
dergelijk verzoek niet kan worden aangemerkt als een verzoek in de zin van art. 330 Sv waarop de rechtbank op straffe van nietigheid een beslissing behoort te nemen (vgl. Wöretshofer
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|23 oktober 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB3175
opgaven als daarom wordt verzocht, zoals dat is neergelegd in art. 326, vierde lid, j° 330 Sv is niet toegestaan, aldus de steller van het middel. 6. Het proces-verbaal
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.