Zoekresultaten

Voor “"36e Sr"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

23 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad28 mei 2002ECLI:NL:HR:2002:AE1182Aangehaald in 58 uitspraken

    januari 1995 bewezenverklaarde feiten zijn begaan vóór 1 maart 1993, is van toepassing art. 36e Sr dat van kracht was tot de inwerkingtreding van het huidige art. 36e Sr op 1 maart … periode die begint met het feit of de feiten als bedoeld in art. 36e Sr, b. als relevante gegevens worden gebezigd (1) het totale beginvermogen van de betrokkene, bestaande uit bezittingen minus

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad17 september 2002ECLI:NL:HR:2002:AE3569Aangehaald in 39 uitspraken

    periode die begint met het feit of de feiten als bedoeld in art. 36e Sr, b) als relevante gegevens zijn gebezigd (1) het initiële kassaldo van de betrokkene, vermeerderd met zijn legale … onverklaarde bron van ontvangsten, wordt aangemerkt als wederrechtelijk verkregen voordeel in de zin van art. 36e Sr. 3.4. Bij de beoordeling van de klacht moet het volgende worden vooropgesteld. Geen rechtsregel verzet

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad28 mei 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE1182

    onder voordeel de besparing van kosten is begrepen. 3.9. De wetsgeschiedenis van het oude artikel 36e Sr geeft hier evenmin veel aanknopingspunten voor. De bewijsproblematiek van de omvang van het wederrechtelijk verkregen … overtuiging van de rechter kunnen worden gebaseerd. 3.10. Bij de totstandkoming van het oude art. 36e Sr sloot de Minister van justitie zich aan bij de Commissie Vermogenssancties. De Commissie

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad12 november 2002ECLI:NL:HR:2002:ZE0001

    geldsom aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk genoten voordeel in de zin van art. 36e Sr, is een veroordeling in de zin van art. 36e, tweede en derde lid, Sr … basis van de schatting van het op geld waardeerbare voordeel als bedoeld in art. 36e Sr. 4.5. Het middel is vruchteloos voorgesteld. 5. Beoordeling van het derde middel Het middel kan niet

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad26 februari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD5368

    grondfeit is dus geen voordeel verkregen. () 5. De tekst van het derde lid van artikel 36e Sr stelt dat ook andere strafbare feiten tot wederrechtelijk voordeel hebben geleid. () 6. Duidelijk … grondfeit')(1). 7. In het oorspronkelijke voorstel van wet dat heeft geleid tot artikel 36e Sr luidde het derde lid daarvan: "Op vordering van het openbaar ministerie kan bij een afzonderlijke rechterlijke

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad15 oktober 2002ECLI:NL:HR:2002:AE2762

    Beoordeling van het middel 3.1. Het middel klaagt dat het Hof de art. 24d en 36e Sr heeft geschonden door de vervangende hechtenis te bepalen op slechts één dag. In de toelichting … hechtenis te bepalen op één dag." 3.3.1. Vooropgesteld dient te worden dat noch uit art. 36e Sr noch uit enige andere wettelijke bepaling voortvloeit dat de draagkracht van de verdachte

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad15 januari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD6238

    Ingevolge datzelfde voorschrift gaat die beraadslaging in ontnemingszaken over de vraag of de in art. 36e Sr bedoelde maatregel moet worden opgelegd en zo ja, op welk bedrag de omvang … eerste lid, Sv in verbinding met art. 313 Sv, slechts haar begrenzing vindt in art. 36e Sr." 9. Hieruit volgt dat het hof terecht het namens verzoeker gevoerde verweer heeft verworpen

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad26 februari 2002ECLI:NL:HR:2002:AD8741Aangehaald in 11 uitspraken

    veroordeeld wegens "heling meermalen gepleegd". De bestreden uitspraak betreft een beslissing als bedoeld in art. 36e Sr ter zake van het door de betrokkene door middel van die feiten wederrechtelijk verkregen voordeel

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad26 november 2002ECLI:NL:HR:2002:AE5591Aangehaald in 11 uitspraken

    betekening van de sluiting van een s.f.o. gelijktijdig de vordering als bedoeld in artikel 36e Sr dient te worden betekend beoogt te voorkomen, dat na sluiting van het s.f.o. nog nodeloos wordt

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad25 juni 2002ECLI:NL:HR:2002:AD8950Aangehaald in 46 uitspraken

    25 juni 2002 Strafkamer nr. 01871/00 P KD/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 19 juli 1999, nummer P.49-96, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van: [de betrokkene],…

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad22 januari 2002ECLI:NL:HR:2002:AD4477

    artikel 138b Sv en het stelsel van de wet zoals daarvan onder meer uit art. 36e Sr blijkt, had deze beslissing die een tweede grondslag in de zin van art. 36e, tweede

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad25 juni 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD8950

    enigerlei wijze wederrechtelijk voordeel heeft verkregen in de zin van het derde lid van art. 36e Sr, wordt, behoudens het bovenstaande, evenmin aan voorschriften van het Wetboek van Strafvordering onderworpen … Minister schrijft: Voor wat betreft de bewijslast, ten slotte, is de wettelijke norm van art. 36e Sr indicerend. De bewijslast dat een bepaald feit of eventueel soortgelijke feiten wederrechtelijk voordeel hebben opgeleverd

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad24 december 2002ECLI:NL:HR:2002:AE9673

    opvatting ten grondslag dat de rechter ter zake van de betalingsverplichting als bedoeld in art. 36e Sr geen hoger bedrag mag vaststellen dan door het openbaar ministerie is gevorderd. 4.4. Deze opvatting

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad24 december 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE9673

    besloten mocht liggen dat de rechter ter zake van de betalingsverplichting als bedoeld in art. 36e Sr geen hoger bedrag mag vaststellen dan door het openbaar ministerie is gevorderd, dat oordeel onjuist … Wetboek van Strafrecht opgenomen. 8. Het wetsvoorstel dat leidde tot de invoering van artikel 36e Sr leunt sterk op het rapport van de Commissie Vermogensstraffen(4). In de memorie van toelichting wordt

  • Civiel recht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

    Hoge Raad27 september 2002ECLI:NL:HR:2002:AE3389

    regeling van de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel in de art. 36e Sr. en 577 lid 2 Sv. rekening wordt gehouden met de positie van benadeelde derden levert, anders

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad26 februari 2002ECLI:NL:HR:2002:AD5368

    voordeel en het strafbare feit waarvoor de betrokkene is veroordeeld. Noch de tekst van art. 36e Sr noch de wetsgeschiedenis, zoals weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal, dwingt

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad9 juli 2002ECLI:NL:HR:2002:AD4610

    verdachte [betrokkene 1] op te leggen geldboete of een betalingsverplichting als bedoeld in art. 36e Sr op de auto kon worden verhaald geeft gelet op de aan de Rechtbank overgelegde stukken geen

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad17 september 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE3569

    hetgeen door veroordeelde is verkregen louter afkomstig is van strafbare feiten als bedoeld in art. 36e Sr, terwijl het Hof verweren dat het ging om legale inkomsten heeft verworpen omdat de veroordeelde

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad15 oktober 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE2762

    één middel van cassatie. 3. Daarin wordt geklaagd over schending van de artt. 24d en 36e Sr. Het hof heeft - aldus het middel - de vervangende hechtenis ten onrechte bepaald op één

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad29 oktober 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE7707

    aanleiding bestaat, worden ondervangen doordat de rechter in gevallen waarin het zesde lid van art. 36e Sr geen grond biedt voor vermindering van het genoten voordeel vanwege schadevergoeding aan benadeelden, gebruik maakt

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.