6 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Bestuursrecht overigHoger beroepVerordening Permanente Opleiding is niet onverbindend. Afwijzing verzoek om ontheffing van verplichtingen in…
Raad van State|24 april 2002|ECLI:NL:RVS:2002:AE1814
advocatuur. Bij de interpretatie van de termen "dwangarbeid of verplichte arbeid" als bedoeld in art. 4 EVRM dienen blijkens de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|6 december 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE9393
aangevoerde werpt daar geen nieuw licht op, met dien verstande, dat het beroep op artikel 4 EVRM wordt verworpen, omdat toepassing van de Nederlandse wettelijke regels omtrent het huwelijksgoederenrecht met inbegrip … motiveren door ten aanzien van grief a. - met uitzondering van het beroep op art. 4 EVRM - te verwijzen naar hetgeen de rechtbank heeft overwogen. Voorts heeft het hof het recht geschonden omdat
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|20 december 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AF0203
State of which he is a national" (art. 3, tweede lid, Protocol nr. 4 EVRM) onderscheidenlijk als "his own country" (art. 12, vierde lid, IVBPR)(2). De daartegen gerichte onderdelen 4 … Voor zover het Hof zijn oordeel heeft gebaseerd op art. 3, tweede lid, Protocol no. 4 EVRM is dat oordeel onjuist. Het Hof heeft immers miskend dat het Koninkrijk der Nederlanden
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof Leeuwarden|25 september 2002|ECLI:NL:GHLEE:2002:AF1091
artikel 5 EVRM - dient de minderjarige, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 lid 4 EVRM, toegang tot de rechter te hebben teneinde hem de rechtmatigheid van de vrijheidsbeneming ter toetsing voor
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|13 december 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AF0224
niet een effectief gebruik maken van de rechtsbescherming als bedoeld in art. 5 lid 4 EVRM. In dit geval was aan betrokkene niet zijn vrijheid ontnomen: ten tijde van de behandeling
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank Almelo · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank Almelo|2 april 2002|ECLI:NL:RBALM:2002:AE0934
RECHTBANK ALMELO Parketnummer: 08/000119-00 STRAFVONNIS Uitspraak: 2/4/2002. De Rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor economische strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen: [Verdachte P], geboren te [Geboorteplaats], op [geboortedatum], wonende te…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.