12 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepArt. 61 Fw. Nu tussen partijen vaststaat dat [geïntimeerde] eigenaar van de woning is geworden ten gevolge…
Gerechtshof Leeuwarden|27 april 2005|ECLI:NL:GHLEE:2005:AT7092
oordeel van het hof echter geen plaats meer voor de bewijslastregel van art. 61 lid 4 Fw. Vergelijk HR 30 oktober 1987, NJ 1988, 292. De bewijslastregels kunnen naar het oordeel … curator baseert zijn verweer tegen de vordering van [geïntimeerde] op art. 61 lid 4 Fw. Deze bepaling bevat een tweeledige eis, welke - kort weergegeven - inhoudt: 1) bewijs van de eigendom; 2) bewijs
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigDe kern van het geschil is de vraag of de in 2.4 bedoelde woonboerderij in de boedel in de wettelijke…
Rechtbank Arnhem|21 september 2005|ECLI:NL:RBARN:2005:AU5319
huwelijksgemeenschap vallen. Dit recht is echter aan strikte bewijsvoorschriften gebonden. Artikel 61 lid 4 Fw gaat ervan uit dat er in de boedel goederen kunnen voorkomen die voortspruiten uit de belegging … 4 van dat artikel is. De rechtbank verwerpt dit verweer, aangezien artikel 61 lid 4 Fw juist betrekking heeft op zaken die staande huwelijk door de echtgenoot van de schuldenaar zijn verkregen
- Insolventierecht8 april 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R03/151HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|8 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS5949
grond van welke bepaling in de Faillissementswet beroep in cassatie mogelijk is, art. 292 lid 4 Fw of art. 15c lid 4 Fw. 2.2 De artikelen 15b-15d, die het oog hebben … cassatie mogelijk is en dat de termijn dan eveneens acht dagen bedraagt (art. 292 lid 4 Fw)(16). Het is dus lood om oud ijzer. 2.12 In beide gevallen is het cassatieberoep
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigFaillissementsaanvraag. Pluraliteit? Geen zelfstandig vorderingsrecht College Zorgverzekeringen.
Rechtbank Arnhem|25 mei 2005|ECLI:NL:RBARN:2005:AT7202
betreffende insolventieprocedures (Pb L 160 van 30 juni 2000) en art. 2 lid 4 Fw.). De vordering van het UWV staat voldoende vast. Het CZV stelt een (eigen) vordering op verweerder
- Insolventierecht8 juli 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/126HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Verzoeker…
Parket bij de Hoge Raad|8 juli 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT4077
verzoekschrift zijn [verzoeker] c.s. tegen het arrest van het hof (tijdig; zie art. 292 lid 4 Fw) in cassatie gekomen. 5. In het cassatierekest, dat geen cassatiemiddelen bevat, wordt vermeld: "De behandeling
- Civiel recht overigHoger beroepGeen bewijsstukken van investeringen overgelegd. Niet aannemelijk dat gefailleerde op afzienbare termijn – zo…
Gerechtshof Amsterdam|5 augustus 2005|ECLI:NL:GHAMS:2005:AU0551
beroep kan worden ontvangen, nu hij in strijd met het bepaalde bij artikel 8 lid 4 Fw. het ingestelde hoger beroep eerst op 1 juli 2005 aan de procureur van aanvragers heeft
- InsolventierechtWSNP, verzoek tot opheffing van een op een ingetrokken surséance van betaling gevolgd faillissement (art. 242…
Parket bij de Hoge Raad|14 oktober 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT6856
schuldenaar is tegen het arrest van het hof (tijdig; zie art. 15c lid 4 Fw) in cassatie gekomen met één middel. 7. Het middel betoogt dat het oordeel
- Insolventierecht24 juni 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/066HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|24 juni 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT4076
Verzoeker] is tegen het arrest van het hof (tijdig; zie art. 292 lid 4 Fw; 22 mei 2004 viel op een zaterdag) in cassatie gekomen met twee middelen. 6. Het eerste middel
- Insolventierecht9 september 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R05/013HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|9 september 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT8785
9 september 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R05/013HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: jhr. mr. A.J. Sandberg. 1. Het geding in feitelijke instanties...
- Insolventierecht10 juni 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/145HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoeker]…
Parket bij de Hoge Raad|10 juni 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS9036
Hoge Raad der Nederlanden, 1 De cassatietermijn bedraagt 8 dagen (zie art. 15c lid 4 Fw). Het cassatieverzoekschrift met cassatiemiddel en toelichting is op 31 december 2004 ter griffie van de Hoge
- Civiel recht overig12 augustus 2005 Eerste Kamer Nr. C04/144HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|12 augustus 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT7799
commissaris (onder bepaalde voorwaarden) een aangeboden akkoord vaststelt als ware het aangenomen (art. 332 lid 4 Fw). Kenmerk van al deze akkoorden uit de Faillissementswet is het gerechtelijke toezicht. 3.3 Ook buiten
- Insolventierecht4 februari 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/008HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|4 februari 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR4483
vordering in een faillissement. De desbetreffende vordering krijgt kracht van gewijsde (artikel 121 lid 4 Fw). Het verschil is goed verklaarbaar: de (verificatie)vergadering in het faillissement is gericht op de (bindende
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.