19 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|10 augustus 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2558
enkelvoudig cassatiemiddel. 2. ONTVANKELIJKHEID VAN HET CASSATIEBEROEP 2.1. Op grond van art. 157b, lid 4, Rv., is tegen een vonnis tot onbevoegdverklaring, waarbij wordt verwezen naar een rechter van gelijke rang, geen … gaat hier om een algemene regel, waaraan m.i. de specifieke bepaling van art. 157b, lid 4, Rv. voor het specifieke geval van onbevoegdverklaring met verwijzing naar een andere kantonrechter derogeert
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|29 juni 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2438
partij in een procedure alleen via haar procureur proceshandelingen kan verrichten. Art 254 onder 4 Rv. beoogt dan ook de partij die door de dood of verlies van hoedanigheid van haar procureur … onderdeel 3, die tot uitgangspunt neemt dat de procedure op grond van art. 254 onder 4 Rv. is geschorst, stuit op het voorgaande af. 3.18 Onderdeel 2 is gericht tegen het oordeel
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|2 februari 2001|ECLI:NL:HR:2001:AA9764Aangehaald in 10 uitspraken
loop van het rechtsgeding niet geschorst als bedoeld in art. 254, aanhef en onder 4, Rv., daar zulk een onttrekking niet op één lijn kan worden gesteld met de dood
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|10 augustus 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB2558
Plaatsvervangend Procureur-Generaal en naar het hiervoor onder 1 overwogene. 3.2 Ingevolge art. 157b lid 4 Rv. is tegen het vonnis, houdende onbevoegdverklaring, waarbij wordt verwezen naar een rechter van gelijke rang
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 mei 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB1694
verweerschrift in. Hij verzocht de Rechtbank zijn verweerschrift, waar nodig, krachtens art. 429n lid 4 Rv als incidenteel appel aan te merken. 7. De Rechtbank heeft bij beschikking van 9 december … fouten die mogelijk aan de door hem opgemaakte boedelbeschrijving kleven. Gezien art. 429n lid 4 Rv kon derhalve ook de notaris ondanks het verstrijken van de appeltermijn alsnog in beroep komen
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|30 maart 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB0809
zodat de vader in zijn desbetreffende klacht op grond van art. 399 jo. 426 lid 4 Rv. niet-ontvankelijk is(2). 2.1.9 Onderdeel 5 acht het oordeel van het hof onbegrijpelijk, indien
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|23 november 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD3980
leggen. 9. Het exploit van dagvaarding voldoet, zo volgt, niet aan de eisen van art. 4 Rv, noch aan die van art. 407 lid 5 Rv en lijdt derhalve aan een gebrek
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|30 maart 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB0805
cassatiedagvaarding is uitgebracht op maandag 17 mei 1999. De cassatietermijn, die ingevolge art. 295 lid 4 Rv. zes weken bedraagt, verstreek op donderdag 13 mei 1999. Dit was echter Hemelvaartsdag, terwijl vrijdag
- Personen- en familierechtEerste aanleg - meervoudigRechtbank Utrecht · Eerste aanleg - meervoudig · Personen- en familierecht
Rechtbank Utrecht|7 september 2001|ECLI:NL:RBUTR:2001:AD3492
uitoefent, is deze rechtbank gelet op hetgeen daaromtrent bepaald is in art. 429 c lid 4 Rv. en art. 1:12 BW bevoegd om van het verzoek kennis te nemen. De rechtbank
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|2 februari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9764
loop van het rechtsgeding niet wordt geschorst als bedoeld in art. 254 aanhef en nummer 4 Rv. daar zulk een onttrekking niet op één lijn kan worden gesteld met de dood
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|15 maart 2001|ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1186
draagt. 4.2.1. Deze grief slaagt. Een getuigenverhoor wordt bevolen bij interlocutoir vonnis (art. 46 lid 4 Rv.). Dit vonnis, dat ook bij de comparitie na antwoord (art. 141 a Rv.) kan worden
- Personen- en familierechtHerzieningRechtbank 's-Hertogenbosch · Herziening · Personen- en familierecht
Rechtbank 's-Hertogenbosch|5 april 2001|ECLI:NL:RBSHE:2001:AB2394
nietigheid meebrengt. In het bijzonder voldoet de verzetdagvaarding aan het in artikel 5 sub 4 Rv gestelde vereiste. Dat de in die dagvaarding vermelde rechter niet bevoegd is om van de vordering
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|30 maart 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB0809
zodat de vader in zijn desbetreffende klacht op grond van art. 399 jo. 426 lid 4 Rv. niet-ontvankelijk is(2). 2.1.9 Onderdeel 5 acht het oordeel van het hof onbegrijpelijk, indien
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 september 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZC3656
alsnog toegewezen. 1.8. Tegen dit arrest hebben Rowa c.s. tijdig (art. 295 lid 4 Rv) cassatieberoep ingesteld. Hooters USA heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De standpunten zijn schriftelijk toegelicht
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|2 maart 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB0383
429d Rv. Wel mag de Staat volgens het middel, op grond van art. 429f, lid 4, Rv.(21), tijdens zittingen het woord voeren en, op grond van art. 429h, lid 1, Rv
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|30 november 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD3953
derde deze verplichting tot afdracht niet nakomt, kan de beslaglegger hem volgens art. 477a lid 4 Rv. dagvaarden tot nakoming daarvan, alsmede tot het betalen van eventuele vervangende schadevergoeding. 2.13 Inschakeling
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|10 augustus 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB3119
februari 1993, NJ 1993, 351, overweegt: 3.2. (...). De art. 339 lid 2, onderscheidenlijk 429n lid 4 Rv bieden aan de wederpartij van degene die tegen een rechterlijke uitspraak in hoger beroep
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|12 oktober 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZC3688
arrest is Adidas tijdig, dat wil zeggen binnen de termijn van art. 295 lid 4 Rv, in cassatie gekomen. Adidas heeft in haar cassatiemiddel drie klachten aangevoerd, die weer in subklachten uiteenvallen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|29 juni 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2391
president bekrachtigd. 1.7. Tegen dit arrest hebben Impag c.s. - tijdig (art. 295 lid 4 Rv) - beroep in cassatie ingesteld. MB c.s. hebben geconcludeerd tot ver-werping van het beroep. Partijen hebben
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.