26 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieBeklag ex art. 552a Sv. X laat bij zijn overlijden € 874.874,99 na aan zijn minderjarige kinderen Y en Z…
Hoge Raad|5 september 2006|ECLI:NL:HR:2006:AU6712Aangehaald in 16 uitspraken
voordoet a.b.i. art. 33a.2.a Sr of een van de gevallen genoemd in art. 94a.3 en 4 Sv. De rb heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel staat dat Z de eerdergenoemde vordering heeft
- Strafrecht overigCassatieBeklag ex art. 552a Sv. X laat bij zijn overlijden € 874.874,99 na aan zijn minderjarige kinderen Y en Z…
Hoge Raad|5 september 2006|ECLI:NL:HR:2006:AU5723
voordoet a.b.i. art. 33a.2.a Sr of een van de gevallen genoemd in art. 94a.3 en 4 Sv. De rb heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel staat dat Y de eerdergenoemde vordering heeft
- Civiel recht overigKort gedingVoorzieningenrechter wijst in kort geding vordering van gedetineerde tot onmiddellijke invrijheidstelling af…
Rechtbank Haarlem|6 oktober 2006|ECLI:NL:RBHAA:2006:AY9816
bijzondere omstandigheden een reden voor de door eiser gevorderde analoge toepassing van art. 90 lid 4 Sv zouden kunnen opleveren, oordeelt de voorzieningenrechter op voorhand dat die omstandigheden hier in onvoldoende mate … grondslag van zijn vordering beroept [eiser] zich op een analoge toepassing van art. 90 lid 4 Sv. Indien en voor zover bijzondere omstandigheden een reden voor analoge toepassing
- Strafrecht overigArt. 94a Sv; conservatoir (derden)beslag op onroerende zaak. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van art…
Parket bij de Hoge Raad|13 juni 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AW0100
registergoed te leggen, maar nu op de voet van 94a lid 3 en 4 Sv. 6. Volgens het op schrift gestelde - en aan de rechtbank overgelegde - standpunt van de officier van justitie … Vervolgens heeft de Rechtbank het conservatoir beslag getoetst aan art. 94a lid 3 en lid 4 Sv. 18. Het middel herhaalt het standpunt dat er, gelet op de akte van beslaglegging
- Strafrecht overigBeklag ex art. 552a Sv. X laat bij zijn overlijden € 874.874,99 na aan zijn minderjarige kinderen Y en Z…
Parket bij de Hoge Raad|5 september 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AU5723
voordoet a.b.i. art. 33a.2.a Sr of een van de gevallen genoemd in art. 94a.3 en 4 Sv. De rb heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel staat dat Y de eerdergenoemde vordering heeft
- Strafrecht overigBeklag ex art. 552a Sv. X laat bij zijn overlijden € 874.874,99 na aan zijn minderjarige kinderen Y en Z…
Parket bij de Hoge Raad|5 september 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AU6712
voordoet a.b.i. art. 33a.2.a Sr of een van de gevallen genoemd in art. 94a.3 en 4 Sv. De rb heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel staat dat Z de eerdergenoemde vordering heeft
- Strafrecht overigDe rechter naar wie de HR na vernietiging van een uitspraak de zaak heeft verwezen, is gebonden aan de door…
Parket bij de Hoge Raad|17 oktober 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AY7773
niet aan zijn oordeel zouden zijn onderworpen. Daarvoor zoekt het aansluiting bij art. 423 lid 4 Sv, luidend: "Indien bij samenloop van meerdere feiten ééne hoofdstraf is uitgesproken en het hooger beroep … heeft de Hoge Raad de "analoge" toepassing van art. 423 lid 4 Sv in één specifiek geval toegelaten. "4.4.1. Die bepaling ziet op de situatie dat de rechtbank voor meerdere feiten één
- Strafrecht overigHet hof heeft feitelijk vastgesteld dat de PR geen einduitspraak heeft gegeven t.a.v. het onder 3…
Parket bij de Hoge Raad|10 oktober 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AY7365
grond van artikel 423 lid (2; WHV) sv jo artikel 345 lid 3 en 4 sv dient, nu in de hoofdzaak niet door de rechtbank is beslist en daarvan gevolg moet zijn … bijvoorbeeld niet het geval als de verdachte van een feit is vrijgesproken (art. 404 lid 4 Sv) of zich het hier niet aanwezige geval voordoet dat één der feiten een overtreding
- Civiel recht overigGeschil tussen een verdachte en de zoon van het overleden slachtoffer die zich in hoedanigheid van…
Parket bij de Hoge Raad|15 september 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AV2654
vordering van de benadeelde partij(10). Dit is geregeld in art. 421 lid 4 Sv, waarvan de eerste zin luidt: "Indien geen hoger beroep is ingesteld, kan de benadeelde partij tegen … vonnis van de strafkamer, had eiser de mogelijkheid op de voet van art. 421 lid 4 Sv hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof. Eiser heeft die mogelijkheid niet benut. Daarmee
- Civiel recht overigCassatieGeschil tussen een verdachte en de zoon van het overleden slachtoffer die zich in hoedanigheid van…
Hoge Raad|15 september 2006|ECLI:NL:HR:2006:AV2654Aangehaald in 67 uitspraken
beperkt (behoudens in het geval van hoger beroep op de voet van art. 421 lid 4 Sv.). Slechts indien de verdachte of het openbaar ministerie een ontvankelijk cassatieberoep heeft ingesteld, heeft
- Strafrecht overigOM-cassatie. Beklag ex art. 552a Sv tegen kennisneming van gegevens (de uit een blackbox, retreever, van een…
Parket bij de Hoge Raad|17 oktober 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AY0193
beklag, inhoudende: "Ingevolge het bepaalde in art. 125i jo 552 lid 3 en 4 Sv dient het beklag van [klaagster] als belanghebbende te worden ingediend zo spoedig mogelijk na de kennisneming … ingediend binnen een bepaalde periode na kennisneming van de gegevens (art. 552a, leden 3 en 4, Sv). 11. Ook ten aanzien van het gebruik van inbeslaggenomen voorwerpen doet zich de vraag voor
- Strafrecht overigInvoer van draadloze telefoons in Nederland vanuit Taiwan en opslag ter distributie in Nederland van deze…
Parket bij de Hoge Raad|21 maart 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AU3477
Invoer van draadloze telefoons in Nederland vanuit Taiwan en opslag ter distributie in Nederland van deze telefoons die niet voldoen aan de krachtens art. 10.1 of 10.2 Telecommunicatiewet gestelde voorschriften. De ec. pr heeft verdachte vrijgesproken. Bij gebreke van een bewezenverklaring is hij ex art. 350 Sv dus…
- Strafrecht overigCassatieHet hof heeft feitelijk vastgesteld dat de PR geen einduitspraak heeft gegeven t.a.v. het onder 3…
Hoge Raad|10 oktober 2006|ECLI:NL:HR:2006:AY7365
Conclusie: Op grond van artikel 423 lid 2 sv jo artikel 345 lid 3 en 4 Sv. dient, nu in de hoofdzaak niet door de rechtbank is beslist en daarvan gevolg moet
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigVerdachte, die uit hoofde van zijn functie van CFO in een periode waarin Ahold een zeer sterke groei…
Rechtbank Amsterdam|22 mei 2006|ECLI:NL:RBAMS:2006:AX6429
Verdachte, die uit hoofde van zijn functie van CFO in een periode waarin Ahold een zeer sterke groei doormaakte en internationaal mede toonaangevend werd voor de branche van Ahold van groot belang was, heeft door de bewezen geachte gedragingen in ernstige mate het vertrouwen geschonden dat in hem werd gesteld.
- Strafrecht overigConversie. Verdachte is op 17-9-04 door Ktr bij verstek veroordeeld tot € 40,- geldboete wegens overtreding…
Parket bij de Hoge Raad|9 mei 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AV6214
hoogte van de opgelegde boete (art. 404 lid 3 Sv). Ingevolge art. 427 lid 4 Sv schorst immers verzet de rechtsgevolgen van het cassatieberoep indien, zoals hier het geval is, beide rechtsmiddelen
- Strafrecht overigConversie. Verdachte is op 21-6-02 door Ktr bij verstek veroordeeld tot € 45,- geldboete wegens overtreding…
Parket bij de Hoge Raad|9 mei 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AV6216
hoogte van de opgelegde boete (art. 404 lid 3 Sv). Ingevolge art. 427 lid 4 Sv schorst immers verzet de rechtsgevolgen van het cassatieberoep indien, zoals hier het geval is, beide rechtsmiddelen
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|23 mei 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AV6095
geïncorporeerd civiel vonnis is, ligt ook ten grondslag aan het bepaalde in art. 421 lid 4 Sv, dat de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering inzake het rechtsgeding in hoger beroep
- Strafrecht overigVordering benadeelde partij. 1. Verrekening tegenvordering, vordering in reconventie. 2. Motivering. 3…
Parket bij de Hoge Raad|3 oktober 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AW3559
verdachte met betrekking tot de verschuldigdheid van wettelijke rente is aangevoerd. 13. Art. 361 lid 4 Sv bepaalt dat de beslissing over de vordering van de benadeelde partij met redenen is omkleed
- Strafrecht overig1. Zwaar lichamelijk letsel: gebroken enkel. 2. Vordering benadeelde partij Ad 1a. Het hof heeft het in het…
Parket bij de Hoge Raad|14 februari 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AU8055
daar vanaf, dan bevat zijn uitspraak in strijd met het bepaalde in art. 361 lid 4 Sv niet de gronden waarop de beslissing over de vordering van de benadeelde partij berust
- Civiel recht overigOnrechtmatige overheidsdaad. Geschil tussen een ex-verdachte en de Staat na diens vrijspraak over de…
Parket bij de Hoge Raad|16 juni 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AV6967
relevante Nederlandse bepaling (art. 90 lid 1 Sv, in art. 591a lid 4 Sv mede van toepassing verklaard) gaat, anders dan de aangehaalde Oostenrijkse en Noorse wet, uit van een billijkheidsmaatstaf
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.