3 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepIn het onderhavige geschil gaat het om de vraag of een derde-beslagene (de Bank), die overeenkomstig artikel…
Gerechtshof Arnhem|29 maart 2005|ECLI:NL:GHARN:2005:AT3039
477b lid 1 Rv kan niet worden afgeleid dat de derde-beslagene die ingevolge artikel 477 Rv betaalt, aldus doende aan de geëxecuteerde betaalt. De strekking van deze bepaling is geen andere … betaling of afgifte verplicht is, omdat de wet (zie de artikelen 476a en 477 Rv) dit bepaalt. Dit betekent dat evenmin aanleiding bestaat om artikel 6:203 lid 1 BW van overeenkomstige
- Civiel recht overigCassatie11 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C03/313HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: COÖPERATIEVE…
Hoge Raad|11 maart 2005|ECLI:NL:HR:2005:AS2619Aangehaald in 7 uitspraken
vraag moet bevestigend worden beantwoord. Het is in overeenstemming met het in art. 477 Rv. in verbinding met art. 477a Rv. neergelegde wettelijke systeem, waarin aan de derdenbeslaglegger de bevoegdheid toekomt zijn
- Civiel recht overig21 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/265HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE ONTVANGER…
Parket bij de Hoge Raad|21 januari 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR2776
verklaring aflegt, is hij meteen verplicht aan de inhoud van die verklaring te voldoen (art. 477 Rv.)(18). 3.6 De beslaglegger is bevoegd de onderhandse verklaring geheel of ten dele te betwisten
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.