30 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigVast staat dat eiser geen partij is geweest in de procedure die tot het vonnis heeft geleid, zodat zij in het…
Rechtbank Arnhem|3 februari 2005|ECLI:NL:RBARN:2005:AT2846
kort geding moet worden aangemerkt als “een derde” in de zin van artikel 438, lid 5 Rv. Dit artikel(lid) schrijft dwingend voor dat in een executiegeschil als het onderhavige zowel … kort geding moet worden aangemerkt als “een derde” in de zin van artikel 438, lid 5 Rv. Dit artikel(lid) schrijft dwingend voor dat in een executiegeschil als het onderhavige zowel
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank onbevoegd; Door Longa is niet weersproken dat beide partijen lid zijn van de KNVB. Conform het…
Rechtbank Arnhem|26 januari 2005|ECLI:NL:RBARN:2005:AS8636
beide partijen lid zijn van de KNVB. Conform het bepaalde in artikel 1020 lid 5 Rv kan een arbitraal beding in statuten van een vereniging als overeenkomst tot arbitrage worden aangemerkt … beide partijen lid zijn van de KNVB. Conform het bepaalde in artikel 1020 lid 5 Rv kan een arbitraal beding in statuten van een vereniging als overeenkomst tot arbitrage worden aangemerkt
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig- perikelen rond verdeling van een erfenis op basis van oud erfrecht en verjaring van een vordering van de…
Rechtbank Haarlem|23 maart 2005|ECLI:NL:RBHAA:2005:AT1748
nalatenschap is eiser ontvankelijk in zijn vordering. Dit volgt uit art. 677 en 680 lid 5 Rv. - Een vordering tot terugbetaling van een lening van de erflater die destijds … geding betrokken zijn, volgt met zoveel woorden uit het bepaalde bij artikel 680 lid 5 Rv. In zoverre is [F.V.] dus in dit onderdeel van zijn vordering ontvankelijk. Voorts heeft
- Civiel recht overigKort geding[...] De man vordert ... 1. de teruggeleiding van het minderjarig kind van partijen naar Nederland te…
Rechtbank 's-Gravenhage|22 december 2005|ECLI:NL:RBSGR:2005:AV5401
voorzieningenrechter op basis van de Uitvoeringswet niet bevoegd is, beroept de man zich op artikel 5 Rv Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Nu het een ontvoeringssituatie betreft dient Den Haag … doet zich hier echter niet voor. 3.4.De man heeft voorts een beroep gedaan op artikel 5 Rv. Dit artikel bevat een regeling met betrekking tot de rechtsmacht in zaken betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid
- Civiel recht overigCassatie28 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/284HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Hoge Raad|28 januari 2005|ECLI:NL:HR:2005:AR4481Aangehaald in 12 uitspraken
één betalende de ander zal zijn bevrijd, bij wijze van nasalaris ex art. 56 lid 5 Rv. en op grond van het Rapport Voor-Werk (Trema 1998, nr. 9) te betalen bedrag
- Civiel recht overig21 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/265HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE ONTVANGER…
Parket bij de Hoge Raad|21 januari 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR2776
betekening van een appeldagvaarding (art. 343 lid 1 Rv. oud) of cassatiedagvaarding (art. 407 lid 5 Rv. oud) ten kantore van de advocaat of procureur is op 1 oktober 1985 ingevoerd … evenals in de art. 343 lid 1 en 407 lid 5 Rv. oud, gaat om een subsidiair betekeningsadres bij het instellen van rechtsmiddelen(8). Er zijn dus voor het uitbrengen
- Personen- en familierechtHoger beroepHof Den Bosch, 17 mei 2005, R200400973, appèlverbod niet doorbroken Ingevolge artikel 204 lid 2 Rv staat…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|17 mei 2005|ECLI:NL:GHSHE:2005:AT6702Aangehaald in 6 uitspraken
geen aanleiding heeft gevonden om gebruik te maken van haar bevoegdheid ingevolge artikel 194 lid 5 Rv om alsnog in de plaats van de heer Isselman een andere deskundige te benoemen
- Civiel recht overigKort gedingIngevolge het bepaalde in artikel 438, vijfde lid Rv jo. artikel 705, derde lid Rv dient een derde, die tegen…
Rechtbank Arnhem|17 november 2005|ECLI:NL:RBARN:2005:AV0843
moet worden verklaard. Daarbij wordt opgemerkt dat de redactie en bewoordingen van artikel 438, lid 5 Rv er geen twijfel over laten bestaan dat het een voorschrift van dwingend recht betreft
- Civiel recht overigHoger beroepVorderingen ogv uitzendovereenkomst
Gerechtshof Leeuwarden|30 november 2005|ECLI:NL:GHLEE:2005:AU7338
getuigen zijn genoemd (vgl. art. 353 lid 1 jo. 111 lid 3 resp. 128 lid 5 Rv), noch deze op andere concrete wijze zijn aangeduid. 6. Voorts heeft [appellant] aangevoerd
- Personen- en familierechtEerste aanleg - enkelvoudigkantonzaak, machtiging tot verwerping, erfrecht. Omdat wettelijik vertegenwoordiger van minderjarige…
Rechtbank Zwolle-Lelystad|3 januari 2005|ECLI:NL:RBZLY:2005:AR8668
verblijfplaats hebben en het machtigingsverzoek een zaak “betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid” is, zoals bedoeld in art. 5 Rv. Voor de inhoud van dat begrip is immers aangeknoopt
- Civiel recht overigHoger beroepNa marginale toetsing komt het hof tot het oordeel dat het in rekening brengen van nasalaris een voor een…
Gerechtshof Amsterdam|31 maart 2005|ECLI:NL:GHAMS:2005:AT3529
waartegen geen hogere voorziening is toegelaten. Het artikel had als voorloper artikel 56 lid 5 Rv, welk artikel de mogelijkheid opende om aan de rechter op eenvoudige wijze te verzoeken de bedoelde
- Personen- en familierechtHoger beroepHof Den Bosch, 28 juni 2005, 400/05, Rechtsmacht In een geschil met betrekking tot de hoofdverblijfplaats van…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|28 juni 2005|ECLI:NL:GHSHE:2005:AT8572
moeder vanaf januari 2005 zou verblijven. 4.4. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Ingevolge artikel 5 Rv heeft de Nederlandse rechter inzake maatregelen ter bescherming van kinderen rechtsmacht indien het kind
- Civiel recht overigHoger beroepPartijen zijn op 13 september 1985 gehuwd onder het maken van huwelijkse voorwaarden inhoudende, kort gezegd…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|9 augustus 2005|ECLI:NL:GHSHE:2005:AU5145
deskundigen. 4.4.5. Gelet op de verzoeken van de man om toepassing van artikel 194 lid 5 Rv - teneinde te volstaan met benoeming van twee in plaats van drie deskundigen
- Civiel recht overigHoger beroepBenoeming van deskundigen en bepalen van te betalen voorschot in verband met financiële afwikkeling huwelijk.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|9 augustus 2005|ECLI:NL:GHSHE:2005:AU4102
deskundigen. 4.4.5. Gelet op de verzoeken van de man om toepassing van artikel 194 lid 5 Rv - teneinde te volstaan met benoeming van twee in plaats van drie deskundigen
- Civiel recht overigHoger beroepOntruiming van percelen weiland. Pachtovereenkomst of bruikleenovereenkomst? Toelating tot bewijs van…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|13 december 2005|ECLI:NL:GHSHE:2005:AV0388
naar wie verwezen wordt gebonden aan de verwijzing, aldus de slotzin van art. 71 lid 5 Rv. Deze gebondenheid, in samenhang gelezen met het appelverbod van lid 5 en de parlementaire geschiedenis
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingIn het bodemgeschil heeft de rechtbank in haar vonnis van 10 november 2004 - onder meer - voor recht…
Gerechtshof Leeuwarden|30 november 2005|ECLI:NL:GHLEE:2005:AU8195
geïntimeerde] als bedoeld in art. 1:446 lid 2 BW en art. 710 lid 5 Rv, met bepaling dat, bij gebreke van voldoening hieraan het vonnis in de plaats treedt
- Civiel recht overigHoger beroepIn overweging nemende voorts dat partijen ten pleidooie in hoger beroep desgevraagd hebben verklaard tevoren…
Gerechtshof Leeuwarden|24 augustus 2005|ECLI:NL:GHLEE:2005:AU1555
vervuld. Tevens blijkt uit de stukken dat is voldaan aan de - in art. 1064 lid 5 Rv op straffe van verval gestelde - eis dat Projeka de thans relevante grond voor vernietiging reeds
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigKennelijk onredelijk ontslag met voorgewende of valse reden.
Rechtbank Dordrecht|3 oktober 2005|ECLI:NL:RBDOR:2005:AU3906
niet conform art 83 RV is ondertekend en bewijsaanbod op grond van art 128 lid 5 Rv ontbreekt. Voorts heeft zij gesteld dat er geen goede machtiging is. De gemachtigde van gedaagde
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigVraag of het beginsel van hoor en wederhoor door de deskundige niet tekort is gedaan.
Rechtbank Arnhem|12 oktober 2005|ECLI:NL:RBARN:2005:AU8391
nemen beslissing. Overwogen is om de deskundige op de voet van art. 194 lid 5 Rv te bevelen schriftelijk een nadere toelichting of aanvulling te geven. In het navolgende wordt uiteengezet waarom
- Civiel recht overigHuurgeschil over de rechtmatigheid van de ontruiming door de verhuurder van een bedrijfsruimte na de…
Parket bij de Hoge Raad|11 november 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AU3718
heeft op 21 december 1997 hiertegen een schriftelijke verklaring als bedoeld in art. 116 lid 5 Rv. (oud) ingediend. 1.4 De v.o.f. Top Kapi heeft daarnaast in kort geding aan de President
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.