12 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 april 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB1337
heeft verenigd, geen steun vindt in het recht. Volgens het onderdeel volgt uit art. 6:106 BW dat indien vast staat dat de benadeelde in zijn eer of goede naam is geschaad … minste recht heeft op enige schadevergoeding. Het onderdeel vervolgt dat in art. 6:106 BW niet kan worden gelezen dat eerst recht op schadevergoeding bestaat indien daarvoor grond in de billijkheid
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|26 oktober 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB2775Aangehaald in 19 uitspraken
tegen [verweerster] en dat [eiser] bij dit doden - in de woorden van art. 6:106 BW - het oogmerk had nadeel, dat niet in vermogensschade bestaat, i.e. leed aan [verweerster] toe te brengen … slechts kan worden vergoed voorzover de wet op vergoeding daarvan recht geeft. In art. 6:106 BW is vervolgens aangegeven in welke gevallen een recht op vergoeding van immateriële schade bestaat
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|26 oktober 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2775
tegen [verweerster] en dat [eiser] bij dit doden - in de woorden van art. 6:106 BW - het oogmerk had nadeel, dat niet in vermogensschade bestaat, i.e. leed aan [verweerster] toe te brengen … nadeel dan vermogensschade slechts wordt vergoed voor zover de wet daarop recht geeft. Art. 6:106 BW geeft aan in welke gevallen een recht op vergoeding van immateriële schade bestaat. Tegen
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|27 april 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB1337Aangehaald in 16 uitspraken
beoordeling van dit onderdeel moet het volgende tot uitgangspunt worden genomen. Volgens art. 6:106 BW heeft de benadeelde in geval van nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, recht op een naar
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Groningen · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Groningen|9 november 2001|ECLI:NL:RBGRO:2001:AD9293
voormelde omstandigheid eerst een rol kan spelen in het kader van toepassing van artikel 6:106 BW - vermindering van een schadevergoedingsplicht - en niet in het kader van de allereerst te beantwoorden vraag … vermeende gedraging van haar zoon. 4.4 Aan een mogelijke toepassing van gemeld artikel 6:106 BW komt de rechtbank evenwel niet toe aangezien zij van oordeel is dat niet tot aansprakelijkheid
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank 's-Gravenhage · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank 's-Gravenhage|12 december 2001|ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7073
heeft betwist dat sprake zou zijn van schade die op de voet van artikel 6:106 BW voor vergoeding in aan-merking komt. Tevens heeft zij de hoogte van het gevorderde bedrag … betwist. 3.11 De rechtbank overweegt hierover als volgt. Op grond van artikel 6:106 BW bestaat voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat recht op een naar bil-lijkheid vast te stellen
- AmbtenarenrechtHoger beroepCentrale Raad van Beroep · Hoger beroep · Ambtenarenrecht
Centrale Raad van Beroep|16 augustus 2001|ECLI:NL:CRVB:2001:AD5344
worden beschouwd als een aantasting van zijn persoon in de zin van artikel 6:106 BW. De Raad verwijst dienaangaande naar hetgeen de rechtbank heeft overwogen in de aangevallen uitspraak
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Middelburg · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Middelburg|31 januari 2001|ECLI:NL:RBMID:2001:AA9802
gehandeld. 4.2. Voor de beoordeling is verder van belang dat de wetgever met art. 6:106 BW de mogelijkheid van shockschade heeft erkend voor uitzonderlijke gevallen. Daarbij moet in ieder geval sprake
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank 's-Gravenhage · Eerste aanleg - meervoudig · Civiel recht overig
Rechtbank 's-Gravenhage|5 december 2001|ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6702
heeft gesteld dat --op grond van de artikelen 6:162 juncto 6:98 juncto 6:106 BW-- Hannover aansprakelijk is jegens [de zoon] omdat jegens haar zoon rechtstreeks een norm is geschonden
- SocialezekerheidsrechtBodemzaakTermijn welke geldt voor het nemen van een nieuw besluit op bezwaar na intrekking van het besluit op bezwaar…
Rechtbank Roermond|23 mei 2001|ECLI:NL:RBROE:2001:AB2671
worden beschouwd als een aantasting in de persoon van betrokkene als bedoeld in artikel 6:106 BW-, dat uit het hiervoor overwogene omtrent de behandelkosten reeds volgt dat een zodanig verband
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|2 november 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD4911
buiten beschouwing behoort te blijven" (rov. 6). 2.8 Ten aanzien van de op artikel 6:106 BW gestoelde vordering wordt overwogen dat [verweerster] in ernst niet kan volhouden dat de "reorganisatorische maatregelen
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigAansprakelijkheid ziekenhuis.
Rechtbank Utrecht|18 april 2001|ECLI:NL:RBUTR:2001:ZL1146
niet dat sprake is van een aantasting in de persoon als bedoeld in artikel 6: 106 BW. Subsidiair is de toestand van de moeder veroorzaakt door het feit dat ook het tweede
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.