Zoekresultaten

Voor “"6:106 BW"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

10 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad20 september 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE2149

    hebben op smartengeld (rov. 4.8). 2.21 De Rechtbank neemt daarbij tot uitgangspunt dat artikel 6:106 BW in beginsel niet zover reikt dat de erven [...], naast [betrokkene], een zelfstandige aanspraak op smartengeld … hebben. Bij het ontbreken van lid 2 van artikel 6:106 BW zou de erven [...], aldus de Rechtbank, in het geheel geen smartengeld zijn toegekomen. Indien [betrokkene] onmiddellijk na het ongeval

  • VreemdelingenrechtBodemzaak
    Irak / vestigingsalternatief Noord-Irak. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met zijn besluit geen…

    Rechtbank 's-Gravenhage8 maart 2002ECLI:NL:RBSGR:2002:AE2661

    niet worden aangemerkt als een aantasting van haar persoon in de zin van artikel 6:106 BW. Beroep gegrond. Rechtbank ’s-Gravenhage nevenvestigingsplaats Haarlem meervoudige kamer voor vreemdelingenzaken

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad29 november 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE5164

    achten dat zij "nadeel dat niet in vermogensschade bestaat", zoals bedoeld in art. 6:106 BW, hebben geleden als gevolg van een of meer van de in die bepaling genoemde oorzaken … oorlogsdreiging kunnen leiden tot ander nadeel dan vermogensschade in de zin van art. 6:106 BW mag als een feit van algemene bekendheid worden beschouwd. Niets in het bestreden arrest wijst erop

  • Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudig
    Rechtbank 's-Gravenhage · Eerste aanleg - meervoudig · Civiel recht overig

    Rechtbank 's-Gravenhage9 januari 2002ECLI:NL:RBSGR:2002:AE4371

    heeft hierdoor huishoudelijke hulp nodig. Eisers vorderen ieder voor zich shockschade ex art. 6:106 BW omdat zij bij de aanrijding geconfronteerd zijn met hun overleden zoontje die op het wegdek … waarnemen of geconfronteerd worden met een dodelijk ongeval") voor vergoeding ex art. 6:106 BW in aanmerking kan komen. Dat er sprake is van geestelijk letsel bij eisers wordt door

  • InsolventierechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Insolventierecht

    Hoge Raad22 november 2002ECLI:NL:HR:2002:AE8474Aangehaald in 17 uitspraken

    verknochtheid niet doorbreken (onderdeel 1). Uit de geschiedenis van de totstandkoming van art. 6:106 BW blijkt dat maar op één plaats terloops aandacht is besteed aan de vraag of vergoeding

  • Civiel recht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

    Hoge Raad29 november 2002ECLI:NL:HR:2002:AE5164Aangehaald in 7 uitspraken

    aannemelijk dat [eiser] c.s. 'nadeel dat niet in vermogensschade bestaat', zoals bedoeld in art. 6:106 BW, hebben geleden als gevolg van een of meer van de in die bepaling genoemde oorzaken

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad22 februari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD5356

    worden vergoed voor zover de wet op vergoeding daarvan recht geeft. In art. 6:106 BW is vervolgens aangegeven in welke gevallen een recht op vergoeding van immateriële schade bestaat. Art. 6

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Gerechtshof 's-Gravenhage · Hoger beroep · Civiel recht overig

    Gerechtshof 's-Gravenhage20 juni 2002ECLI:NL:GHSGR:2002:AE5306

    Gezien de beperkingen die zowel naar het recht van vóór 1992 als ingevolge artikel 6:106 BW, waarop de Staat zich in dit verband beroept, gelden voor het recht op een vergoeding

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    Rechtbank Amsterdam · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig

    Rechtbank Amsterdam20 maart 2002ECLI:NL:RBAMS:2002:AE4283

    gebleken is dat [eiser] in zijn persoon is aangetast als in de wet (artikel 6:106 BW) bedoeld. De gevorderde kosten van rechtsbijstand zullen tot het gebruikelijke bedrag van de proceskosten worden

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad9 augustus 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE2117

    Rolnr. C 00/288 Zitting 19 april 2002 Conclusie mr J. Spier inzake Stichting Katholieke Universiteit (hierna: KUN) tegen [Verweerster] 1. Feiten 1.1 In cassatie kan worden uitgegaan van de navolgende, door het Hof Arnhem in het in cassatie bestreden arrest, vastgestelde feiten. 1.2 [Verweerster] heeft zich medio 1979…

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.