15 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Amsterdam · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Amsterdam|3 juli 2002|ECLI:NL:RBAMS:2002:AE4987
nakoming van een verbintenis tot betaling van een geldsom, zoals geregeld in artikel 6:119 BW. De strekking van die bepaling is immers om een debat over de omvang van de schade … rechtszekerheid en de hanteerbaarheid van het recht. Voor de toepassing van artikel 6:119 BW doet voorts niet ter zake wat de oorzaak of het motief voor die vertraging in de betaling
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|7 juni 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE0644
BW over voornoemde bedragen; - de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf de datum van opeisbaarheid over de eerste twee genoemde bedragen tot aan de dag der algehele voldoening
- Belastingrechtnr. 35.985 1 februari 2002 JV gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het…
Parket bij de Hoge Raad|1 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:ZC8134
vorderen wanneer zijn debiteur verzuimt om een opeisbare geldschuld tijdig te betalen (art. 6:119 BW). (...). (blz. 170) (...).Invorderingsrente wordt op grond van art. 28, eerste lid, Inv. in rekening gebracht wanneer … invorderingsrente worden berekend. 2.8. Net als de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW - ook wel moratoire interessen genoemd - moet de invorderingsrente als vertragingsschade of -rente worden gekenschetst. In beide
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|1 november 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE7356
schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke beëindiging van het dienstverband; b. wettelijke rente ex art. 6:119 BW vanaf de datum van dagvaarding; c. buitengerechtelijke incassokosten ad 15%, zoals hierboven toegelicht. [Verweerster] heeft
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|20 september 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE3377
verhoging ex art. 7:625 BW ad 50%; C. de wettelijke rente ex art. 6:119 BW; D. de buitengerechtelijke incassokosten ad 15%. DTI heeft de vordering bestreden. De Kantonrechter heeft
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|4 oktober 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE4359
betalen een bedrag van ƒ 131.980,-- vermeerderd met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW vanaf 10 september 1992, althans de CMR-rente ad 5% vanaf genoemde datum, althans vanaf
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|12 juli 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE2377
jaar te vermeerderen met de over dat jaar verschuldigde rente conform art. 6:119 BW. KBB heeft de vordering bestreden. De Rechtbank heeft bij vonnis van 21 mei 1996 de vordering afgewezen
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|7 november 2002|ECLI:NL:GHSHE:2002:AF1048
Holding B.V. de overeengekomen rente (met rente op rente conform het bepaalde in artikel 6:119 BW) van 12 % per jaar over fl. 105.000,-- vanaf 12 juli 1992 tot 21 januari
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Zutphen · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Zutphen|17 juni 2002|ECLI:NL:RBZUT:2002:AE4209
uitvoering van een verbintenis tot betaling van een geldsom in de zin van artikel 6:119 BW is geen sprake, indien de niet-betaling niet aan de schuldenaar kan worden toegerekend
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD7321Aangehaald in 5 uitspraken
Rolnummer C00/073 Mr Bakels Zitting 26 oktober 2001 Conclusie inzake [Eiseres] tegen [Verweerder] 1. Feiten en procesverloop 1.1 Het gaat in deze zaak om de vraag of het hof op juiste en begrijpelijke wijze een tussen partijen onder invloed van wederzijdse dwaling gesloten koopovereenkomst heeft aangepast op voet van…
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Arnhem · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Arnhem|10 december 2002|ECLI:NL:GHARN:2002:AF2275
titel van buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van het ten deze te wijzen arrest; - [geïntimeerde] te veroordelen
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Zutphen · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Zutphen|18 april 2002|ECLI:NL:RBZUT:2002:AE1695
daarvan komt met [gedaagde] het beroep van [eiser] op het bepaalde in artikel 6:119 BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar voor omdat [eiser], indien zijn standpunt zou worden gevolgd
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank Amsterdam · Eerste aanleg - meervoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Amsterdam|8 januari 2002|ECLI:NL:RBAMS:2002:AD8230
hoofdsom niet toe. 4.4. Rekening houdende met de opvattingen over het bepaalde in artikel 6:119 BW is onze bij de renteberekening gebruikte programmatuur de laatste jaren bijgesteld. Ook het bepaalde
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank 's-Hertogenbosch · Eerste aanleg - meervoudig · Civiel recht overig
Rechtbank 's-Hertogenbosch|18 januari 2002|ECLI:NL:RBSHE:2002:AD8329
heft de betalingsverplichting van de schuldenaar niet op. 4.2. Voor de toepasselijkheid van artikel 6:119 BW is het enkele feit dat men in verzuim is aan zijn betalingsverplichting te voldoen, voldoende
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|29 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE8175
gemotiveerd. Voorzover het middel wil betogen dat uit art. 1286 BW (oud) (thans art. 6:119 BW) volgt dat de schadevergoedingsplicht van [verweerder] is beperkt tot betaling van het bedrag
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.